Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-12-16
ECLI:NL:RBZWB:2024:9527
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,313 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 11013249 \ MB VERZ 24-379
CJIB-nummer : 9062 5422 5884 7117
uitspraakdatum : 16 december 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 16 december 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 19 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de Moergestelseweg te Oisterwijk op 19 juni 2023 om 16:26 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de meting niet conform de gebruiksaanwijzing is verricht. Uit de gebruiksaanwijzing van de Multaradar-CT blijkt dat het statief niet op een zachte of glibberige ondergrond mag staan. Op de foto’s in het dossier is te zien dat het statief op het gras/in het zand heeft gestaan. Dat is een zachte ondergrond. Dit is niet toegestaan, omdat hierdoor meetresultaten vervalst kunnen worden. Gelet hierop kan niet van de deugdelijkheid van de meting uitgegaan worden. Verzocht wordt dan ook de sanctiebeschikking te vernietigen en een proceskostenvergoeding toe te kennen. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan verder niets toegevoegd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De gedraging kan worden vastgesteld. Op het moment dat er iets mis gaat bij een meting met de Multaradar-CT, komt er geen meetresultaat en dus ook geen boete. Verwezen wordt naar het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 augustus 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:5506). Dit geldt voor alle problemen die worden gesignaleerd. Daarnaast worden verbalisanten opgeleid om de Multaradar-CT te bedienen conform de werkinstructie. Uit het zaakoverzicht blijkt daarnaast dat de meting volgens de werkinstructie is uitgevoerd.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant en de foto in het dossier - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Evenmin ziet de kantonrechter aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de meting. De verbalisant heeft immers in het zaakoverzicht verklaard dat hij de meting conform de werkinstructie heeft uitgevoerd. Daarnaast heeft de betreffende ondergrond niet de uiterlijke kenmerken van een zachte dan wel glibberige ondergrond.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.