Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-12-12
ECLI:NL:RBZWB:2024:9499
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,192 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 10893524 \ MB VERZ 24-55
CJIB-nummer : 1062 5422 5414 8815
uitspraakdatum : 12 december 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. B. de Jong (Adviesbureau Skandara B.V.)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 december 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: bestuurder of passagier bromfiets draagt geen goedgekeurde, goedpassende/deugdelijke bevestigde helm op de Takspui te Roosendaal op 27 november 2022 om 11:54 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene reed niet op een bromfiets, maar op een snorfiets. De snorfiets van betrokkene heeft en maximumconstructiesnelheid van 25 km per uur. Deze snorfiets had een Belgisch kenteken. In België wordt onderscheid gemaakt tussen een bromfiets van klasse A en een bromfiets van klasse B. Bromfietsen van klasse A hebben een maximumconstructiesnelheid van 25 km per uur, vergelijkbaar met een snorfiets. Bromfietsen van klasse B hebben een maximumconstructiesnelheid van 45 km per uur, vergelijkbaar met een bromfiets. Het voertuig van betrokkene is een bromfiets van klasse A. Dat betekent dat betrokkene op het betrokken voertuig niet verplicht was om een helm te dragen. Tot slot verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan verder niets toegevoegd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het ligt op de weg van de verbalisant om aan te geven welke maximum constructiesnelheid bij het voertuig past. De verbalisant heeft in het aanvullend proces-verbaal niets verklaard over de maximum constructiesnelheid blijkens het kenteken. Gezien de verstreken tijd sinds de vermeende gedraging is het niet wenselijk om de zaak aan te houden voor aanvullende informatie.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat het onduidelijk is onder welke categorie voertuig het betrokken voertuig valt. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat betrokkene ten tijde van de vermeende gedraging een helm had moeten dragen. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 624,- = € 312,00
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 875,- = € 437,50
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 875,- = € 437,50
totaal € 1.187,00
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 1.187,00.
‒ verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de bezwaren tegen de uitbetaling van de proceskostenvergoeding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.B. Scheltema Beduin, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken 12 december 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: