Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-05-21
ECLI:NL:RBZWB:2024:9446
Strafrecht
Raadkamer
1,563 tokens
Dictum
[klager]
geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats]woonplaats kiezend ten kantore van mr. G. Onnink op het adres: Verrijn Stuartweg 1, 1112 AW Diemenhierna te noemen: klager
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 14 december 2023 onder klager in beslag is genomen: een snorfiets van het merk Piaggio met [kenteken] (hierna te noemen: de snorfiets);
het klaagschrift, ingediend op 17 januari 2024 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;
het verweerschrift van het Openbaar Ministerie; en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 7 mei 2024. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. T.C.M. Hendriks en mr. G. Onnink als gemachtigd raadsman van klager.
Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is aangevoerd dat het strafvorderlijk belang zich niet verzet tegen teruggave van het beslag aan klager. Klager wordt ernstig (financieel) bezwaard door de voortduring van beslag. Aangezien klager vermoedelijk binnenkort zijn rijbewijs zal halen is het recidive risico beperkt. Klager verzoekt daarnaast om rekening te houden met zijn jeudige leeftijd, klager kon de consequenties van zijn handelen daarom namelijk niet goed overzien en heeft van zijn fouten geleerd.
De officier van justitie persisteert bij de schriftelijke conclusie van het Openbaar Ministerie waaruit volgt dat de snorfiets onder klager in beslag is genomen wegens het herhaald plegen van het rijden zonder geldig rijbewijs. De snorfiets staat op naam van klager waardoor hij onbeperkt en ongestoord gebruik kan maken van de snorfiets, echter is klager niet in het bezit van een geldig rijbewijs. Kennelijk hebben eerdere straffen klager er niet van weerhouden om te gaan rijden zonder geldig rijbewijs. Het recidive risico wordt als hoog ingeschat. Het is dus niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter later oordelend een verbeurdverklaring over de snorfiets zal uitspreken.
Beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654, r.o. 2.8 en 2.9, dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:
a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard en kan, mits de hiervoor bedoelde ander zelf een klaagschrift heeft ingediend, de teruggave aan die rechthebbende worden gelast.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Voorts verzet het door artikel 94 Sv beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in artikel 36b, eerste lid onder 4o, Sr in verbinding met artikel 552f Sv.
De rechtbank stelt op basis van de justitiële documentatie van klager vast dat klager zich in 2022 tweemaal schuldig heeft gemaakt aan het rijden zonder geldig rijbewijs. De rechtbank overweegt dat hoewel klager ten tijde van deze overtredingen de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt, het klager duidelijk had moeten zijn dat het rijden zonder geldig rijbewijs niet is toegestaan. De jeugdige leeftijd van klager doet daar niet aan af. De rechtbank acht het gelet op de recidive dan ook niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter later een verbeurdverklaring over de bromfiets zal uitspreken.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het klaagschrift gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv gelegde beslag ongegrond verklaren.
Dictum
De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is op 21 mei 2024 gegeven door mr. R.J.H. Goossens, rechter, in tegenwoordigheid van J.H. Cornelissen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 mei 2024.
De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).