Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-12-02
ECLI:NL:RBZWB:2024:9401
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,729 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
Zaaknummers: C/02/404515 / FA RK 22-5719 (echtscheiding) en C/02/425491 FA RK 24-3691 (boedel)
beschikking d.d. 2 december 2024
in de zaak van
[de vrouw] (hierna: de vrouw),
wonende te [woonplaats 1] ,
verzoekster,
advocaat mr. A.A. Broekman-de Feijter, gevestigd te Terneuzen,
tegen,
[de man] (hierna: de man),
wonende te [woonplaats 2] ,
verweerder,
advocaat mr. D.J.A. Burlet, gevestigd te Oostburg.
ouders van de minderjarige:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2019 in [geboorteplaats] .
Als informant wordt aangemerkt:
STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
gevestigd te Middelburg.
Ingevolge het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering is in de onderhavige procedure gekend de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad.
1. Het (verdere) procesverloop
1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken:
- de beschikking van deze rechtbank d.d. [datum] 2023, met de daarin genoemde stukken;
- het F9-formulier d.d. 16 april 2024 van mr. Broekman-de Feijter, met bijlagen;
- het F9-formulier d.d. 19 april 2024 van mr. Burlet;
- het F9-formulier d.d. 25 oktober 2024 van mr. Broekman-de Feijter, met bijlagen;
- het F9-formulier d.d. 28 oktober 2024 van mr. Broekman-de Feijter, met bijlagen;
- het F9-formulier d.d. 12 november 2024 van mr. Broekman-de Feijter;
- het F9-formulier d.d. 19 november 2024 van mr. Burlet, met bijlagen.
1.2. De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 25 november 2024. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaten. Tevens was aanwezig een vertegenwoordiger van de Raad.
2De (verdere) beoordeling
2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van [datum] 2023 heeft de rechtbank de echtscheiding uitgesproken in het tussen partijen gesloten huwelijk. Daarnaast is bepaald dat de minderjarige haar hoofdverblijf zal hebben bij de vrouw. Ook heeft de rechtbank een voorlopige zorgregeling bepaald, waarbij de minderjarige en te man gerechtigd zijn tot het hebben van contact, waarbij dat contact onder begeleiding van [jeugdzorg] als casusregisseur zal worden opgestart en waarbij dat contact voor wat betreft de vorm, frequentie, duur en opbouw nader door de hulpverlening zal worden bepaald. De zaak is voor het overige, te weten de definitieve zorgregeling alsook de kinderbijdrage, aangehouden.
2.2.
Bij beschikking van 19 december 2023 is de minderjarige onder toezicht gesteld van de GI. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 19 maart 2025.
2.3.
De vrouw heeft bij brieven van 16 april en 25 oktober 2024 haar verzoeken gewijzigd, dan wel aangevuld, inhoudende dat zij nu verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
III. een zorgregeling vast te stellen die inhoudt dat contact tussen de [minderjarige] en de man uitsluitend plaatsvindt onder begeleiding van [jeugdzorg] en volgens de frequentie en duur die [jeugdzorg] adviseert;
IV. de man te veroordelen met ingang van indiening van onderhavige brief tot betaling aan de vrouw van een bedrag van € 586,- per maand als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] , althans € 169,- per maand zolang de man de termijnen van de persoonlijke leningen bij Rabobank/Freo voldoet, steeds bij vooruitbetaling te voldoen,
V. de wijze van verdeling van de tussen partijen bestaande gemeenschap van goederen vast te stellen als volgt:
te bepalen dat de woning aan [adres] te [woonplaats 2] , wordt verkocht aan een derde, waarna de op de woning rustende hypotheeklening bij AEGON Levensverzekering N.V. alsmede de verkoopkosten, waaronder de nota van de makelaar, worden voldaan en het alsdan resterende bedrag aan partijen bij helfte toekomt, waarbij de man wordt veroordeeld om binnen twee weken na het wijzen van de beschikking zijn volledige medewerking te verlenen aan verkoop van de woning door [makelaar] tegen een door het makelaarskantoor vast te stellen vraagprijs, een en ander op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag dat de vrouw nalaat aan één of beide veroordelingen mee te werken met een maximum van € 10.000,-
voor recht te verklaren dat partijen beiden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden bij Rabobank/Freo onder nummers [kenmerk 1] , [kenmerk 2] , [kenmerk 3] en [kenmerk 4] en ieder de helft van deze schulden voor zijn/haar rekening dient te nemen alsmede dat, voor zover mogelijk, de overwaarde van de woning genoemd in sub a zal worden aangewend om deze schulden af te lossen;
de auto Hyundai ix35 met kenteken [kenteken] wordt toegedeeld aan de man onder de verplichting om aan de vrouw uit hoofde van overbedeling € 5.000,- te voldoen;
het saldo op de bankrekening met [rekeningnummer 1] wordt toegedeeld aan de man en het saldo op de bankrekening met [rekeningnummer 2] aan de vrouw, zonder dat enig bedrag wegens over-/onderbedeling verschuldigd is;
de verdeling van de inboedel vast te stellen in die zin dat ieder van partijen behoudt hetgeen zij/hij op dit moment onder zich heeft met de uitdrukkelijke bepaling dat de man binnen twee weken na het wijzen van uw beschikking het fotoboek van [minderjarige] aan de vrouw dient af te geven.
Zorgregeling
2.4.
De vrouw brengt ter gelegenheid van de mondelinge behandeling ten aanzien van de zorgregeling naar voren dat de contactmomenten tussen de man en de minderjarige inmiddels onder begeleiding van [jeugdzorg] zijn uitgebreid, waarbij de minderjarige elke woensdagmiddag tot na het avondeten bij de man verbleef. De afgelopen drie contactmoment zijn echter minder goed verlopen. De voorlaatste keer wilde de minderjarige niet gaan, maar heeft de vrouw hier op aangedrongen. De laatste keer kwam de minderjarige zo slecht terug dat de vrouw nu niet meer wil dat de minderjarige zonder begeleiding naar de man gaat. De minderjarige gaf aan dat de man alleen verdrietig op de bank zit en niet wil spelen. Zij wil niet meer naar de man. De vrouw heeft dit bij [jeugdzorg] aangegeven, waarna afgelopen woensdag het contactmoment weer door [jeugdzorg] is begeleid. De man is alcoholverslaafd en het gaat slecht met hem. Hij wil wel dat de contactmomenten goed verlopen, maar hij kan het niet. Als de minderjarige na een contactmoment goed en blij terugkomt, heeft de vrouw geen enkel probleem met een uitgebreidere zorgregeling. De vrouw verzoekt derhalve de contactmomenten uitsluitend plaats te laten vinden onder begeleiding van [jeugdzorg] en volgens de frequentie en duur die [jeugdzorg] adviseert. De gedachte van de vrouw is wel dat het contact tussen de man en de minderjarige kan worden uitgebreid op het moment dat het goed gaat.
2.5.
De man geeft tijdens de mondelinge behandeling aan dat het heel goed met hem gaat. Hij drinkt een stuk minder. Het contact met de minderjarige gaat ook goed. De man herkent de zorgen van de vrouw niet. Het liefste ziet de man de minderjarige elk weekend. De advocaat van de man is van mening dat de man onvoldoende is staat is zijn eigen belangen te behartigen. Voor de man is lastig te overzien hoe en op welke termijn het haalbaar is toe te werken naar een weekendregeling. Binnen de ondertoezichtstelling kan gekeken worden hoe de zorgregeling eruit dient te zien en hoe de contactmomenten goed kunnen worden ingericht.
Dictum
De rechtbank:
3.1.
bepaalt dat de man de [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2019 in [geboorteplaats] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar zoals overwogen in rechtsoverweging 2.7.;
3.2.
bepaalt dat de man met ingang van 1 december 2024 voorlopig ten behoeve van de minderjarige aan de vrouw voor de toekomst bij vooruitbetaling moet voldoen een bedrag van € 170,= per maand;
3.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
verstaat dat partijen zijn overeengekomen dat de man voorlopig de maandelijkse hypotheeklasten alsook de maandelijkse lasten van de vier leningen bij Rabobank/Freo onder nummers [kenmerk 1] , [kenmerk 2] , [kenmerk 3] en [kenmerk 4] zal voldoen en dat partijen zijn overeengekomen dat de man het fotoboek van de minderjarige aan de vrouw zal afgeven;
3.5.
verwijst de zaak naar de familiekamerrol van 28 januari 2025, zulks om redenen als in rechtsoverweging 2.9 genoemd.
3.6.
houdt de beslissing op de overige verzoeken aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. Voorn, en, in tegenwoordigheid van mr. Oude Weernink, griffier, in het openbaar uitgesproken op 2 december 2024.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.