Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-09-05
ECLI:NL:RBZWB:2024:9384
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,749 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
zaak/rekestnr: C/02/421736 / FA RK 24-1967
beschikking d.d. 5 september 2024
in de zaak van
[de man] ,
hierna: de man,
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. J.B. de Bree, gevestigd te Etten-Leur,
tegen
[de vrouw] ,
hierna: de vrouw,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. E. Sijnesael, gevestigd te Middelburg.
Ouders van de minderjarige:
- [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2012
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg,
hierna te noemen: de Raad.
1Het procesverloop
1.1.
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
- het op 24 april 2024 ontvangen verzoekschrift, met bijlagen;
- het F9-formulier d.d. 6 juni 2024 van mr. de Bree.
1.2.
De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 2 augustus 2024. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaat. Tevens was aanwezig een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg, hierna te noemen de Raad.
1.3.
De minderjarige is gelet op haar leeftijd in staat gesteld haar kenbaar te maken tijdens een zogenoemd kindgesprek.
Feiten
2.1.
Partijen hebben met elkaar een relatie gehad. Uit deze relatie is [minderjarige] geboren.
2.2.
[minderjarige] verblijft bij de vrouw.
2.3
De man heeft [minderjarige] erkend.
2.4.
Partijen hebben samen het gezag over [minderjarige] .
2.5.
Ingevolge het door partijen opgestelde en op respectievelijk 16 en 18 juli 2021
ondertekende ouderschapsplan en de op 12 november 2021 gemaakte aanvullende afspraken, verblijft [minderjarige] om de week bij vader van vrijdag 17.30 uur tot zaterdag 18.00
uur. Deze regeling zal per 19 augustus 2021 worden uitgebreid naar vrijdag tussen
17.00-18.00 uur tot zondag na het avondeten (18.30 -19.00 uur). De ouder waar het kind verblijft brengt haar naar de andere ouder. Voorts hebben partijen afspraken gemaakt over de vakanties en feestdagen.
3De verzoeken
3.1
De man verzoekt:
I. het hoofdverblijf van [minderjarige] te wijzigen naar het adres van vader;
in afwachting van een eventueel onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming, dan wel subsidiair:
II. moeder te verplichten om de zorgregeling zoals opgenomen in artikel 3 van het door partijen ondertekende ouderschapsplan na te komen, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag(deel) dat de moeder daarmee in gebreke blijft;
III. de door partijen overeengekomen verdeling van de vakanties en feestdagen te wijzigen conform hetgeen is opgenomen in productie 6 bij dit verzoekschrift, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag(deel) dat moeder deze regeling niet nakomt;
voorwaardelijk:
IV. indien de Raad voor de Kinderbescherming geen verzoek tot ondertoezichtstelling indient: te bepalen dat [minderjarige] voor de duur van één jaar onder toezicht worden gesteld van een door uw rechtbank aan te wijzen Gl.
3.2.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover relevant, ingegaan.
Beoordeling
Zorgregeling
4.1.
Partijen hebben - na een korte schorsing tijdens de mondelinge behandeling – afgesproken dat zij hulpverlening zullen inschakelen. Partijen zullen mevrouw [naam] inschakelen als mediator om de man en de minderjarige te begeleiden in de opbouw van het contact tussen hen.
4.2.
Partijen verzoeken de rechtbank de behandeling van de zaak ten aanzien van de zorgregeling aan te houden in afwachting van nadere berichten omtrent het verloop van het hulpverleningstraject in de vorm van mediation. Daarom zal de rechtbank de behandeling aanhouden tot na te melden pro forma datum. De rechtbank verwacht dat de advocaten van partijen haar vóór die datum informeren over het verloop van het hulpverleningstraject en daarbij aangeven of zij een nadere mondelinge behandeling van het verzoek wensen dan wel instemmen met verdere schriftelijke afdoening.
4.3.
Zoals de rechtbank, alsook de Raad, tevens tijdens de mondelinge behandeling heeft benadrukt is het van belang dat de man de strijd met de vrouw loslaat. De minderjarige wil gezien worden en wil erkenning. Het is belangrijk dat de man hier oog voor krijgt en dat hij en de minderjarige samen weer leuke dingen gaan doen om een band op te bouwen. De rechtbank heeft vertrouwen dat de man, met behulp van mevrouw [naam], zijn focus zal richten op de minderjarige en de band met haar.
Ingetrokken verzoeken
4.4.
De man heeft tijdens de mondelinge behandeling zijn verzoek ten aanzien van het wijzigen van het hoofdverblijf alsook het voorwaardelijk verzoek tot een ondertoezichtstelling ingetrokken. Nu de man deze verzoeken heeft ingetrokken, kunnen deze verzoeken niet meer worden onderzocht en zullen deze derhalve worden afgewezen.
Dictum
De rechtbank
houdt aan iedere verdere beslissing op het verzoek van de man ten aanzien van de zorgregeling aan tot dinsdag 4 maart PRO FORMA, zulks met inachtneming van hetgeen in rechtsoverweging 4.2 is overwogen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, en, in tegenwoordigheid van mr. Oude Weernink, griffier, in het openbaar uitgesproken op 5 september 2024.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.