Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-12-31
ECLI:NL:RBZWB:2024:9367
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,016 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/429724 / FA RK 24-5830
Datum uitspraak: 31 december 2024
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1968 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende te [woonplaats] ,
waarnemend advocaat: mr. M. Janse te Halsteren.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 11 december 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 december 2024. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
mevrouw [naam] , verpleegkundig specialist/behandelaar.
2Wat vaststaat
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 24 januari 2025.
3Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging, als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), voor de duur van twaalf maanden te verlenen.
4De standpunten
4.1.
Betrokkene merkt op dat hij het niet eens is met het verlenen van een nieuwe zorgmachtiging. Hij kan zich niet vinden in de aanpak van GGZ en de opgelegde regels. Het is voor hem moeilijk om te stoppen met drinken en hier mag hij maar beperkt drinken. Ook is hij het er niet mee eens dat de frequentie van de medicatie is veranderd van één maal per half jaar naar één maal per drie maanden. Hij heeft het gevoel dat hij wordt tegen gewerkt en zo komt hij niet verder. Hij wil graag ergens anders wonen, omdat iedereen hem hier kent, maar de wachtlijst is lang. Verder is hij zich ervan bewust dat een zekere mate van samenwerking nodig is, omdat je er alleen toch niet uit komt.
4.2.
De verpleegkundig specialist brengt naar voren dat niet kan worden vastgesteld of bij betrokkene sprake is van het syndroom van Korsakov omdat betrokkene onderzoek daarnaar niet toelaat. In samenspraak met betrokkene werd aanvankelijk depotmedicatie toegediend met een frequentie van één maal per half jaar, met de verwachting dat de medicatie toediening op vrijwillige basis over zou kunnen gaan. Vervolgens werd echter een toename van de boosheid en agressie bij betrokkene waargenomen. Ook is het enkele malen voorgekomen dat betrokkene bij zijn terugkeer naar de Ggz instelling onder invloed van alcohol was. Sinds de frequentie van de medicatie is verhoogd naar één maal per drie maanden wordt daaraan door betrokkene meegewerkt, zij het onder protest. Zij begrijpt de wens van betrokkene om naar een andere woonomgeving te verhuizen en er wordt ook naar een andere geschikte woonplek voor hem gezocht. Dit moet dan wel een woonlocatie zijn die zijn kwaliteit van leven ten goede komt, in die zin dat er met zijn alcoholverslaving rekening kan worden gehouden. Zolang die andere woonplek er niet is, is de zorgvorm opname in een verplicht kader nog noodzakelijk.
4.3.
De advocaat van betrokkene voert aan dat de vaste advocaat van betrokkene uit haar gesprek met betrokkene heeft kunnen opmaken dat hij met name behoefte heeft aan perspectief voor wat betreft zijn woonsituatie. Het is belangrijk dat hij de kans krijgt om toe te werken naar een andere setting, waar hij zelfstandig kan wonen. Zij verzoekt daarom aan de rechtbank namens betrokkene om het verzoek af te wijzen.
Beoordeling
5.1.
De rechtbank is op grond van de inhoud van de stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middelengerelateerde en verslavingsstoornissen.
5.2.
Het uit deze stoornis volgend gedrag van betrokkene leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
5.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. Die zorg ziet in hoofdzaak op het toedienen van depotmedicatie ter voorkoming van psychotische ontregeling bij betrokkene, waarvan is gebleken dat die gepaard gaat met boosheid, agressie en het (uitlokken van) agressie.
5.4.
Betrokkene en zijn behandelaar verschillen in de eerste plaats van visie over de frequentie van de toediening van de voorgeschreven medicatie. Ook kan betrokkene zich niet vinden in de overige door de Ggz gehanteerde (huis)regels en voorschriften, daarom wil hij het liefst naar een andere voor hem geschiktere woonlocatie verhuizen. Dit maakt dat er op dit moment geen mogelijkheden zijn voor het bieden van passende zorg op vrijwillige basis en daarom verplichte zorg noodzakelijk is.
5.5.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de mondelinge behandeling van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
Het verzoek wordt afgewezen voor zover dat ziet op medische controles omdat deze vorm van zorg niet doelmatig is.
5.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.7.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.8.
Met inachtneming van het vorenstaande zal de rechtbank de gevraagde zorgmachtiging verlenen voor de duur van twaalf maanden.
Dictum
De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1968 in [geboorteplaats] inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd in rechtsoverweging 5.5 kunnen worden getroffen;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 31 december 2025;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 december 2024 door mr Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 15 januari 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.