Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-12-23
ECLI:NL:RBZWB:2024:9279
Strafrecht
Raadkamer
880 tokens
Dictum
[klager],
wonende op het [adres 1],
hierna te noemen: de klager,
Beslagene is [beslagene], [adres 2]
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 15 oktober 2024 ter griffie van deze rechtbank;
de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 8 september 2024 onder klager in het strafvorderlijk onderzoek tegen beslagene in beslag is genomen: een bromfiets (Bromscooter) van het merk: Kymco Agility50, kenteken: [kenteken] (hierna de scooter);
de reactie van de officier van justitie en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 9 december 2024 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. C.P.G. Tax en klager gehoord.
De beslagene is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is aangevoerd dat klager er niet van op de hoogte was dat beslagene niet in het bezit was van het benodigde rijbewijs. Beslagene is niet langer in dienst bij klager. Klager heeft inmiddels zijn onderneming verkocht, zodat er geen sprake kan zijn van recidive. Klager verzoekt om teruggave van zijn scooter.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat gezien deze omstandigheden het beslag op de scooter wordt opgeven en de scooter mag terug naar klager.
Beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend.
De rechtbank dient na te gaan of het belang van strafvordering verlangt dat het beslag wordt voortgezet. Hiervan is sprake wanneer het in beslag houden van het goed kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk voordeel aan te tonen dan wel wanneer niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen strafvorderlijk belang meer is bij het voortduren van het beslag op de scooter en heeft tot teruggave besloten. De rechtbank stelt vast dat het beslag gelegd op grond van artikel 94 Sv daardoor is geëindigd. De rechtbank zal de klager niet-ontvankelijk verklaren in zijn beklag.
Dictum
De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in het beklag.
Deze beslissing is op 23 december 2024 genomen door mr. J.P.M. Hopmans rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 23 december 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).