Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-12-03
ECLI:NL:RBZWB:2024:9199
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,303 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11003204 \ MB VERZ 24-334
CJIB-nummer : 0062 5422 5573 0852
uitspraakdatum : 3 december 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. B. de Jong (Skandara B.V.)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Gemachtigde heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft de beschikkingsgegevens gewijzigd en een proceskostenvergoeding toegekend. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 december 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 33 kilometer per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1) op de Rijksweg (A16) te Prinsenbeek (gemeente Breda) op 10 februari 2023 om 11:35 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene heeft dit ook tijdens de staandehouding verklaard. Er is sprake van een boordsnelheidsmeting. Dit betreft een meting waarbij de verbalisant achter het doelvoertuig rijdt en op basis van zijn eigen (boord)snelheidsmeter vaststelt hoe hard de overtreder rijdt. Tijdens deze meting is het van belang dat tussen het doelvoertuig en het voertuig van de verbalisant een gelijkblijvende afstand wordt gehouden. Betrokkene betwist dat er sprake is geweest van een deugdelijke meting en een gelijkblijvende tussenafstand. In het zaakoverzicht staat dat de meetafstand 1500,00 meter betreft en de tussenafstand 50 meter. De verbalisant liep in op betrokkene waarna betrokkene een volgteken kreeg. Er is geen sprake van een gelijkblijvende tussenafstand. Zie ECLI:NL:GHARL:2023:6935. Voorts verzoekt gemachtigde om een proceskostenvergoeding toe te kennen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verbalisanten hebben verklaard de werkelijke snelheid vast te hebben gesteld door betrokkene met een vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen. De enkele ontkenning van betrokkene is te summier om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Aangezien de gedraging op een autosnelweg geconstateerd is, staan er hectometerpaaltjes langs de kant van de weg. Deze hectometerpaaltjes geven de verbalisanten een extra mogelijkheid om in de gaten te houden of zij op een gelijkblijvende tussenafstand van betrokkene blijven.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter ziet geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisanten waaruit blijkt dat betrokkene pas is ingehaald nadat zij betrokkene met een vrijwel gelijkblijvende tussenafstand hebben gevolgd. Dat de verbalisanten uiteindelijk betrokkene hebben ingehaald en dat betrokkene een volgteken kreeg, betekent niet dat de verbalisanten de gedraging daarvoor niet hebben kunnen constateren
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.