Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-11-14
ECLI:NL:RBZWB:2024:9169
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,012 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11117166 \ MB VERZ 24-400
CJIB-nummer : 6062 5422 5512 4403
uitspraakdatum : 14 november 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. I.N.D.J. Rissema (Fixiq Legal)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Gemachtigde heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 14 november 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Kapelle Rijksweg A58 (rechts, ter hoogte van hectometerpaal 143.9) te Kapelle (gemeente Schouwen-Duiveland) op 15 december 2022 om 18:40 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene een pro-forma beroep ingediend. Gemachtigde stelt dat betrokkene de gedraging ontkent en verzoekt om de op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder een foto van de gedraging, te verstrekken. Voorts verzoekt gemachtigde om een nader termijn voor aanvullende gronden in te dienen en om een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe aangevoerd dat het zaakoverzicht voldoende duidelijk is. Uit het zaakoverzicht blijkt dat betrokkene bij de staandehouding heeft verklaard dat zij haar telefoon gebruikte voor navigatie.
Overwegingen
Gemachtigde is per aangetekende brief de gelegenheid geboden om voor 2 juli 2024 (aanvullende) gronden in te dienen. Gemachtigde heeft nagelaten om (aanvullende) gronden in te dienen.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.B. Scheltema Beduin, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.