Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-11-04
ECLI:NL:RBZWB:2024:9159
Strafrecht
Op tegenspraak
1,545 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10854900 \ MB VERZ 23-728
CJIB-nummer : 8062 5422 5418 7153
uitspraakdatum : 4 november 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. N.G.A. Voorbach (Verkeersboete.nl)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Gemachtigde heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 november 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen, maar als gemachtigde was mr. J. Piet aanwezig. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de A58 (links) te Ulvenhout (gemeente Breda) op 29 november 2022 om 12:48 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat er een reële mogelijkheid tot staandehouding bestond en dat er ten onrechte op kenteken is bekeurd. De verklaring ‘constatering middels camerasysteem’ is onvoldoende om af te zien van een staandehouding en gemachtigde verwijst hiervoor naar een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Voorts stelt gemachtigde dat de redelijke termijn is overschreden en verzoekt om een proceskostenvergoeding, te betalen op de bankrekening van de gemachtigde.
Gemachtigde voert in de aanvullende gronden aan dat op de foto geen scherm, camera, hoesje of enige andere indicatie zichtbaar is dat het voorwerp als mobiel elektronisch apparaat doet voorkomen. Zelfs de vorm van het voorwerp is niet vast te stellen. Volgens de ‘Instructie politie: Verbod vasthouden mobiele elektronische apparatuur tijdens het rijden’, gelden er hoge standaarden voor het vaststellen van deze gedraging. De foto in het dossier is niet voldoende om de gedraging vast stellen. Het ligt niet op de weg van betrokkene om aan te geven wat hij wél in zijn hand heeft gehad. Betrokkene heeft bijna twee weken later de bekeuring ontvangen en acht het in strijd met zijn verdedigingsbelangen om aan te moeten geven wat hij in zijn hand had.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat hij de beroepsgrond over de staandehouding laat vallen. Als de verbalisant over dezelfde foto als gemachtigde beschikt, begrijpt gemachtigde niet via welke wijze de verbalisant hier een mobiel elektronisch apparaat kon vaststellen. Aangezien er ook geen reële mogelijkheid tot staandehouding was, liggen de eisen voor de vaststelling hoger volgens gemachtigde. Op basis van de beschikbare gegevens kan niet worden vastgesteld dat er sprake is van een mobiel elektronisch apparaat.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Gelet op de foto in het dossier houdt betrokkene zijn rechterhand tegen de rechterkant van zijn hoofd. Volgens de zittingsvertegenwoordiger is het duidelijk dat er een zwart voorwerp tussen zit. Het is aannemelijk dat het voorwerp een mobiele telefoon betreft. Met betrekking tot de staandehouding voert de zittingsvertegenwoordiger aan dat het een eenmanscontrole betreft en heeft zij ter zitting een aanvullend proces-verbaal overhandigd.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant en de foto - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter ziet op de foto, zonder twijfel, dat de bestuurder een voorwerp in zijn rechterhand vast heeft dat hij tegen de rechterkant van zijn hoofd houdt. Ook heeft hij zijn mond open, alsof hij aan het praten is. Daarbij is de kantonrechter van oordeel dat het, gelet op deze duidelijke foto, wel degelijk op de weg van betrokkene ligt om te vertellen wat de bestuurder anders in zijn hand hield. Dat de verbalisant niks heeft verklaard over de vorm of kleur van het apparaat, is niet van belang. De kantonrechter stelt vast dat de bestuurder ten tijde van de gedraging een mobiel elektronisch apparaat in zijn hand hield.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.