Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-11-04
ECLI:NL:RBZWB:2024:9146
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,273 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11163210 \ MB VERZ 24-775
CJIB-nummer : 8062 5422 5469 5254
uitspraakdatum : 4 november 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 november 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: een voertuig stil laten staan waar dat niet mag (bord E2, verbod stilstaan) op het Piet Mertenshof te Klein Zundert (Gemeente Zundert) op 29 november 2022 om 14:34 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene erkent dat er sprake was van een verkeersbord waaruit blijkt dat er niet geparkeerd mocht worden, maar stelt dat er een onderbord aanwezig was die voor bepaalde tijden een uitzondering maakt. Volgens betrokkene stond zijn auto geparkeerd op de pleeglocatie op het moment dat er sprake was van een uitzondering. De betreffende onderborden zijn vanaf eind december vervangen (dus na de boete) en betrokkene verwijst hiervoor naar een e-mail van de gemeente Zundert.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij niet in de straat bij de school, maar in de straat bij de begraafplaats stond geparkeerd. Betrokkene heeft geen foto kunnen maken van het bedoelde onderbord, want dat is tussen Kerstmis en oud en nieuw weggehaald.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. In principe wordt er niet getwijfeld aan de op ambtseed afgelegde verklaring van de verbalisant. Volgens de verklaring van de verbalisant was de bebording al vervangen. Echter, betrokkene heeft aannemelijk gemaakt dat de bebording pas later is vervangen en dat hij op 29 november 2022 om 14:34 uur op de pleeglocatie wel mocht parkeren. De verbalisant had ook een foto kunnen overleggen van het verkeersbord met het betreffende onderbord dat op de pleeglocatie aanwezig was ten tijde van de gedraging.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat in zaken op grond van de Wahv de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag biedt voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken. De kantonrechter ziet in wat betrokken heeft aangevoerd aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De verklaring van de verbalisant dat bij hem ambtshalve bekend was dat de haal- en brengtijden waren aangepast en niet meer volgens onderbord van toepassing waren, is in dit geval te summier. De verbalisant had een duidelijkere verklaring moeten afleggen en indien nodig een foto van de bedoelde bebording moeten bijvoegen. Betrokkene heeft echter een mail van de gemeente Zundert overgelegd waarin staat dat de bebording pas tussen Kerstmis en oud en nieuw is vervangen. Hierdoor is sprake van twijfel, zodat de kantonrechter niet kan vaststellen dat de gedraging is verricht. De boete is dus ten onrechte opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: