Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-10-16
ECLI:NL:RBZWB:2024:9126
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,002 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11237826 \ MB VERZ 24-1018
CJIB-nummer : 5062 5422 5693 8527
uitspraakdatum : 16 oktober 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 16 oktober 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12 op de Houtmarkt (richting Oude Vest) te Breda op 30 maart 2023 om 13:01 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt niet bekend te zijn in Breda en volgde zijn navigatie richting de winkel ‘De schuimrubberkoning’. Door vele werkzaamheden heeft betrokkene de winkel niet bereikt. Hij kwam door zijn navigatie elke keer uit in een straat die opengebroken was. Betrokkene weet dat men aan het gebruik van de navigatie geen rechten kan ontlenen. Uiteindelijk besloot hij Breda te verlaten en dacht dat het de beste manier was om achter een bus aan te rijden. Hierdoor heeft hij het C12-bord gemist.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe aangevoerd dat het belangrijk is om op de bebording te blijven letten. Bij deze geslotenverklaring is de bebording duidelijk aanwezig en betrokkene had hiernaar moeten handelen.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. De kantonrechter stelt vast dat de bebording op de pleeglocatie duidelijk aanwezig was. Het had voor betrokkene duidelijk moeten zijn dat hij daar niet in mocht rijden en had hiernaar moeten handelen. Dat hij niet bekend is in Breda maakt dat niet anders, dan moet hij juist extra goed letten op bebording en andere verkeerstekens.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.