Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-10-16
ECLI:NL:RBZWB:2024:9119
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,167 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11187796 \ MB VERZ 24-849
CJIB-nummer : 50662 5422 5679 5001
uitspraakdatum : 16 oktober 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 16 oktober 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: signalen geven in een ander geval of op andere manier dan mag op de Valdijk te Prinsenbeek (gemeente Breda) op 30 maart 2023 om 10:49 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete ten onrechte is opgelegd. Hij zag plotseling een fietser aan komen waarvan hij vermoedde dat die de weg op wilde rijden of oversteken. De fietser keek niet naar links en rechts en betrokkene had het vermoeden dat de fietser hem niet zag. Daarom heeft hij geclaxonneerd om een eventuele aanrijding te voorkomen. Betrokkene denkt dat de verbalisant de fietser niet heeft gezien, maar dat de verbalisant alleen zicht had op de weg vanuit een zijraam. Betrokkene stelt dat hij op een andere positie op de weg was en dat hij meer zicht rondom had.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij niet staande is gehouden, maar dat hij zich de situatie wel kon herinneren op het moment dat hij de boete binnen kreeg.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verbalisant heeft verklaard dat er geen reden was waarom betrokkene moest claxonneren, maar betrokkene vertelt vanaf de fase bij de officier van justitie al hetzelfde verhaal. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht, maar de verbalisant was ten tijde van de constatering bezig met een eenmanscontrole. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat zijn aandacht alleen werd getrokken door het claxonneren van betrokkene. De zittingsvertegenwoordiger heeft aanvullende informatie opgevraagd bij de betreffende verbalisant, maar niet gekregen. Hierdoor is er twijfel ontstaan en wil de zittingsvertegenwoordiger betrokkene het voordeel van de twijfel geven.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat betrokkene een consistent verhaal heeft, namelijk dat hij heeft geclaxonneerd om een onoplettende fietser te waarschuwen. De verbalisant heeft de fietser misschien niet gezien, waardoor er extra informatie bij de verbalisant opgevraagd dient te worden. De verbalisant heeft nagelaten aanvullende informatie aan te leveren waardoor de twijfel bij de kantonrechter niet is weggenomen. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene het voordeel van de twijfel dient te krijgen. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 169,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: