Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-10-01
ECLI:NL:RBZWB:2024:9025
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,029 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 10972977 \ MB VERZ 24-168
CJIB-nummer : 3062 5422 5678 7096
uitspraakdatum : 1 oktober 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. B. de Jong (Skandara B.V.)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Gemachtigde heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 1 oktober 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat op de N256 Deltaweg (kruising Langeweg) te Wilhelminadorp (gemeente Goes) op 23 maart 2023 om 13:27 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Op basis van de foto’s is niet komen vast te staan dat betrokkene het rode licht is gepasseerd. Ook zijn de remlichten waar te nemen op de foto’s. Indien slechts is vast te komen staan dat de stopstreep gepasseerd is op het moment dat het verkeerslicht op rood stond, had aan betrokkene feitcode R620 ‘niet stoppen voor de stopstreep’ opgelegd moeten worden. Voorts verzoekt gemachtigde om een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren. Daartoe heeft de zittingsvertegenwoordiger aangevoerd dat het voertuig, gelet op de eerste flitsfoto, de stopstreep passeert terwijl er aan de linkerkant en boven het voertuig van betrokkene een licht voor linksaf te slaan aanwezig was. Uit de tweede flitsfoto blijkt dat het stoplicht is gepasseerd. Dat de remlichten zichtbaar zijn op de flitsfoto, maakt niet dat de gedraging niet is begaan.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de flitsfoto’s - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.