Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-12-03
ECLI:NL:RBZWB:2024:8931
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
780 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
Zaaknummer: C/02/416032 / FA RK 23-5377
datum uitspraak: 3 december 2024
beschikking betreffende echtscheiding en nevenvoorzieningen
in de zaak van
[de vrouw]
,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. C.G.M. Baas te Bergen op Zoom,
en
[de man]
,
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. W.J. Jurgers te [woonplaats].
1. Het procesverloop
1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 15 november 2023 ontvangen verzoekschrift tot echtscheiding, met bijlagen;
- het op 1 november 2024 ingediende F9-formulier van mr. Baas, met als bijlage het door partijen ondertekende echtscheidingsconvenant;
- het F9-formulier van mr. Jurgers van 1 november 2024.
1.2. Een mondelinge behandeling heeft niet plaatsgevonden.
Feiten
2.1.
Partijen zijn op [datum] 2007 te Bergen op Zoom met elkaar gehuwd.
2.2.
Het huwelijk van partijen is duurzaam ontwricht.
2.3.
Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.
3De verzoeken
3.1.
De vrouw verzoekt, samengevat,
- echtscheiding;
- het nog over te leggen echtscheidingsconvenant op te nemen in de door de rechtbank te wijzen beschikking.
Beoordeling
4.1.
Bij F9-formulier van 1 november 2024 heeft mr. Baas de rechtbank bericht dat partijen een echtscheidingsconvenant hebben ondertekend. Namens de vrouw wordt de rechtbank verzocht schriftelijk op de verzoeken te beslissen en de reeds geplande mondelinge behandeling op 4 november 2024 geen doorgang te laten vinden.
4.2.
Bij F9-formulier van 1 november 2024 heeft mr. Jurgers namens de man bericht dat ook de man de rechtbank verzoekt schriftelijk op de verzoeken te beslissen zonder het houden van de mondelinge behandeling.
4.3.
De rechtbank oordeelt als volgt. Uit voormelde F9-formulieren volgt dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de echtscheiding en het verzoek om het echtscheidingsconvenant op te nemen in de te wijzen beschikking. Deze overeenstemming komt de rechtbank niet ongegrond voor en zal op onderstaande wijze worden toegewezen.
4.4.
De rechtbank zal een afschrift van het door partijen ondertekende echtscheidingsconvenant aan deze beschikking hechten.
Dictum
De rechtbank:
5.1.
spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 2007 gehuwd te [woonplaats];
5.2.
bepaalt dat de onderlinge regelingen uit het aangehechte echtscheidingsconvenant deel uitmaken van deze beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mr. Voorn, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2024 in tegenwoordigheid van mr. Duerink-Bottinga, griffier.