Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-02-15
ECLI:NL:RBZWB:2024:886
Strafrecht
Op tegenspraak
958 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02-192402-21
vonnis van de meervoudige kamer van 15 februari 2024
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1975 te [geboorteplaats] ( [land] )
niet als ingezetene in de Basisregistratie Personen ingeschreven en zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland
1Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 1 februari 2024. Tegen verdachte is verstek verleend. De officier van justitie, mr. C.M.J.M. van Buul, heeft haar standpunt kenbaar gemaakt
2De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen hennep heeft geteeld, dan wel opzettelijk samen met anderen een hennepkwekerij aanwezig heeft gehad.
3De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
Beoordeling
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van een hennepkwekerij met 1185 hennepplanten. Zij baseert zich daarbij op in een kweekruimte aangetroffen DNA van verdachte en op de verklaring van [medeverdachte] dat hij verdachte heeft herkend als één van de personen die regelmatig bij het pand kwamen waar op de bovenverdieping de hennepkwekerij is aangetroffen.
4.2
Beoordeling
De rechtbank stelt vast dat in een pand aan de [adres] op 23 oktober 2019 op de bovenverdieping een in werking zijnde hennepkwekerij is aangetroffen. In een kweekruimte is een sigarettenpeuk aangetroffen. Na onderzoek aan die sigarettenpeuk is een DNA-profiel verkregen dat matcht met het DNA van verdachte.
Gelet op het vorenstaande gaat de rechtbank er van uit dat het aangetroffen DNA dat van verdachte is. [medeverdachte] heeft verdachte aangewezen als een van de personen die betrokken waren bij de onderverhuurde bovenverdieping.
Gelet op voornoemde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat er sterke aanwijzingen zijn dat verdachte betrokkenheid heeft gehad bij de kwekerij in kwestie. Uit het dossier volgt echter niet of verdachte ook betrokken is geweest op de tenlastegelegde datum van 23 oktober 2023 en zo ja, waar deze betrokkenheid dan uit heeft bestaan. Verdachte is die dag niet ter plaatse aangetroffen en verder bevat het dossier geen nadere informatie over de rol van verdachte. Zo is onder andere onduidelijk of hij over de sleutel beschikte van de toegangsdeur. Dit betekent dat onvoldoende bewijs aanwezig is dat verdachte al dan niet tezamen en in vereniging met anderen hennep heeft geteeld of opzettelijk aanwezig heeft gehad. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het tenlastegelegde feit.
Dictum
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.E. Dekker, voorzitter, mr. E.G.F. Vliegenberg en
mr. J.P.E. Mullers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Tafazzul, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 15 februari 2024.
mr. Vliegenberg, mr. Mullers en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.