Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-10-21
ECLI:NL:RBZWB:2024:8647
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,009 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/427445 / FA RK 24-4691
Datum uitspraak: 21 oktober 2024
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1961 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. C.J.M. Veth te Rijen.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 10 oktober 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 oktober 2024. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. C.J.M. Veth;
mevrouw [naam 1], zorgbehandelaar, behandelaar;
de heer [naam 2], casemanager FACT-team [plaats].
2Het verzoek
2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden te verlenen.
3De standpunten
3.1.
De advocaat van betrokkene bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek. Hij stelt niet goed met betrokkene te kunnen praten over het verzoek en wat dit inhoudt voor betrokkene. Vanuit het wettelijk kader concludeert de advocaat van betrokkene dat de spelende kinderen en de buurt niet belangrijk zijn. Hij ziet de maatschappelijke teloorgang van betrokkene echter wel.
3.2.
De behandelaar stelt dat er geprobeerd is om betrokkene naar zorg te leiden. Betrokkene is gestopt met werken en de Arbo-arts kan niet in contact komen met haar. Betrokkene zorgt slecht voor zichzelf en het lukt haar niet om de zaken zelf te regelen. Om deze redenen is het FACT-team ingeschakeld, maar ook het nakomen van afspraken lukt betrokkene op het moment niet. Haar werkgever is coulant, maar deze weet volgens de behandelaar ook niet meer wat ze met de situatie aan moeten.
3.3.
De casemanager van het FACT-team [plaats] stelt dat het geschetste beeld vanuit de medische verklaring klopt met hetgeen zij hebben ervaren. Er zijn veel klachten van de woningbouwvereniging en de omgeving van betrokkene. Betrokkene schreeuwt onder meer naar spelende kinderen op straat. Sinds de toilet kapot is ontlast betrokkene op de grond in haar woning.
Beoordeling
4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Bij betrokkene is er sprake van schizofrenie. Daarnaast ontbreekt het betrokkene aan ziekte-inzicht.
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
4.4.
Betrokkene is na het overlijden van haar vader gestopt met het gebruiken van het fluanxol depot, waar ze voorheen goed op reageerde. Sinds het stoppen van het depot is betrokkene maatschappelijk gaan disfunctioneren. Zo heeft betrokkene haar baan opgezegd en heeft ze haar huisraad grotendeels in de tuin gedeponeerd. Daarnaast heeft ze geen zorgverzekering meer en gooit ze haar potten en pannen op straat. In het huis van betrokkene is de vloer sterk vervuild. In de woning hangt een lucht van urine en sigaretten en de muren zijn geel, behalve op de plekken waar voorheen de meubels van betrokkene stonden. Deze meubels liggen nu, grotendeels kapot, in de tuin. Betrokkene speelt met een aansteker en, met name op de stoffen bank, zijn er brandplekken van sigaretten. De woningbouwvereniging heeft veel meldingen ontvangen wegens overlast. Dit betreft het schreeuwen, al dan niet in de richting van in de buurt spelende kinderen. Betrokkene heeft door dit alles in de buurt de naam ‘gek wijf’ gekregen. Ook de lichamelijke conditie van betrokkene lijkt achteruit te gaan. Betrokkene loopt mank, maar weigert dit te laten onderzoeken.
4.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene deelt de zorgen omtrent haar gezondheid niet en lijkt niet doordrongen van de ernst van de situatie. Een herstart van de behandeling wordt door betrokkene afgehouden. Daarom is verplichte zorg nodig. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de mondelinge behandeling van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
4.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
4.8.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Dictum
De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1961 in [plaats], inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd in paragraaf 4.6 kunnen worden getroffen;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 april 2025.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2024 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van mr. Brok, griffier en op schrift gesteld op 25 oktober 2024.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.