Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-12-16
ECLI:NL:RBZWB:2024:8616
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,012 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/10615
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende] uit [plaats] (België), belanghebbende,
(gemachtigde: mr. A.J. Nieuwenhuijse),
en
de heffingsambtenaar van Sabewa Zeeland, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van de heffingsambtenaar van 26 september 2023. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat de heffingsambtenaar in zijn stuk dat op 24 oktober 2024 is ingediend, heeft aangegeven de aanslag forensbelasting over het belastingjaar 2022 tot nihil te verminderen.
1.1.
De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De heffingsambtenaar heeft daar niet op gereageerd.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling
2. Belanghebbende heeft bij intrekking van het beroep verzocht om toekenning van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Belanghebbende krijgt een vergoeding van zijn proceskosten in bezwaar en beroep. De heffingsambtenaar moet deze vergoeding betalen.
Welk bedrag aan proceskosten moet de heffingsambtenaar aan belanghebbende vergoeden?
2.1.
Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een bezwaarschrift en een beroepschrift ingediend. Naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad op 12 juli 2024 wordt voor de vergoeding van proceskosten voor de bezwaarfase gerekend met een forfaitair bedrag van € 624 per punt. De rechtbank ziet geen aanleiding om hiervan af te wijken. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 875. Verder zijn er geen kosten gesteld dan wel gespecificeerd die vergoed kunnen worden. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.499.
Krijgt belanghebbende een vergoeding van het griffierecht?
2.2.
De rechtbank wijst erop dat de heffingsambtenaar verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 50 te vergoeden. Belanghebbende moet zich hiervoor dan ook tot de heffingsambtenaar wenden.
Dictum
De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 1.499.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.P.A. Boersma, rechter, in aanwezigheid van mr. B.W. Liu, griffier op 16 december 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Met toepassing van artikel 8:54, lid 1, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Hoge Raad, 12 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1060.
Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.