Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-11-20
ECLI:NL:RBZWB:2024:8592
Civiel recht
Kort geding
4,016 tokens
Inleiding
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/427970 / KG ZA 24-513
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 20 november 2024
in de zaak van
1
[eiser 1],
wonende te [plaats 1],2. [eiser 2],
wonende te [plaats 2],3. [eiser 3],
wonende te [plaats 3],4. [eiser 4],
wonende te [plaats 4],5. [eiser 5],
wonende te [plaats 5],eisers,
hierna samen te noemen: de Franchisenemers,
advocaat: mr. M. van Schoonhoven,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VENÉCO INTO TELECOM & IT B.V.,
gevestigd te Wateringen,
gedaagde,
hierna te noemen: Venéco,
advocaat: mr. P.J.B. van Deurzen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 8 november 2024 met producties 1 tot en met 27;
de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 3;
de akte wijziging van eis van de Franchisenemers en de aanvullende producties 28 tot en met 34.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 november 2024 waarbij de heer [eiser 1], de heer [eiser 2], de heer [eiser 3], de heer [eiser 4] en de heer [eiser 5] zijn verschenen met mr. Van Schoonhoven. Namens Venéco is verschenen de heer [naam 1], business controller, en mevrouw mr. [naam 2], bedrijfsjurist, bijgestaan door
mr. Van Deurzen. Partijen hebben bij monde van hun advocaten hun standpunten toegelicht, mede aan de hand van pleitnotities. De griffier heeft aantekeningen bijgehouden van de mondelinge behandeling.
1.3.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 29a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering mondeling uitspraak gedaan.
Geschil
2.1.
De Franchisenemers vorderen dat de voorzieningenrechter, uitvoerbaar bij voorraad:
Primair:
1. Venéco beveelt jegens Franchisenemer [eiser 1] tot nakoming van toepassing van het Verdienmodel met terugwerkende kracht tot 1 april 2024 binnen 2 dagen na betekening van dit vonnis op straffe van verbeurte van een dwangsom van
€ 50.000,- per Franchisenemer en € 5.000,- per Franchisenemer voor iedere dag dat niet nakoming voortduurt;
2. Venéco beveelt jegens Franchisenemer [eiser 2] tot nakoming van toepassing van het Verdienmodel met terugwerkende kracht tot 1 april 2024 binnen 2 dagen na betekening van dit vonnis op straffe van verbeurte van een dwangsom van
€ 50.000,- per Franchisenemer en € 5.000,- per Franchisenemer voor iedere dag dat niet nakoming voortduurt;
3. Venéco beveelt jegens Franchisenemer [eiser 3] tot nakoming van toepassing van het Verdienmodel met terugwerkende kracht tot 1 april 2024 binnen 2 dagen na betekening van dit vonnis op straffe van verbeurte van een dwangsom van
€ 50.000,- per Franchisenemer en € 5.000,- per Franchisenemer voor iedere dag dat niet nakoming voortduurt;
4. Venéco beveelt jegens Franchisenemer [eiser 4] tot nakoming van toepassing van het Verdienmodel met terugwerkende kracht tot 1 april 2024 binnen 2 dagen na betekening van dit vonnis op straffe van verbeurte van een dwangsom van
€ 50.000,- per Franchisenemer en € 5.000,- per Franchisenemer voor iedere dag dat niet nakoming voortduurt;
5. Venéco beveelt jegens Franchisenemer [eiser 5] tot nakoming van toepassing van het Verdienmodel met terugwerkende kracht tot 1 april 2024 binnen 2 dagen na betekening van dit vonnis op straffe van verbeurte van een dwangsom van
€ 50.000,- per Franchisenemer en € 5.000,- per Franchisenemer voor iedere dag dat niet nakoming voortduurt;
Subsidiair:
6. Venéco jegens Franchisenemer [eiser 1] verbiedt het Nieuwe Verdienmodel althans het Aangepaste Nieuwe Verdienmodel opnieuw toe te passen op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000,- per Franchisenemer en € 5.000,- per Franchisenemer voor iedere dag dat niet nakoming voortduurt;
7. Venéco jegens Franchisenemer [eiser 2] verbiedt het Nieuwe Verdienmodel althans het Aangepaste Nieuwe Verdienmodel opnieuw toe te passen op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000,- per Franchisenemer en € 5.000,- per Franchisenemer voor iedere dag dat niet nakoming voortduurt;
8. Venéco jegens Franchisenemer [eiser 3] verbiedt het Nieuwe Verdienmodel althans het Aangepaste Nieuwe Verdienmodel opnieuw toe te passen op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000,- per Franchisenemer en € 5.000,- per Franchisenemer voor iedere dag dat niet nakoming voortduurt;
9. Venéco jegens Franchisenemer [eiser 4] verbiedt het Nieuwe Verdienmodel althans het Aangepaste Nieuwe Verdienmodel opnieuw toe te passen op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000,- per Franchisenemer en € 5.000,- per Franchisenemer voor iedere dag dat niet nakoming voortduurt;
10. Venéco jegens Franchisenemer [eiser 5] verbiedt het Nieuwe Verdienmodel althans het Aangepaste Nieuwe Verdienmodel opnieuw toe te passen op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000,- per Franchisenemer en € 5.000,- per Franchisenemer voor iedere dag dat niet nakoming voortduurt;
11. Althans één of meerdere voorzieningen(en) te treffen die de voorzieningenrechter onder deze omstandigheden in goede justitie gerade acht;
12. Venéco veroordeelt tot betaling van de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
2.2.
Venéco heeft tegen de vorderingen gemotiveerd verweer gevoerd.
Beoordeling
3.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of de wijzigingen in het verdienmodel die door de franchisegever zijn vastgesteld, in stand kunnen blijven of dat – zoals eisers vorderen – het voorheen geldende verdienmodel gehandhaafd moet worden.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de Franchisenemers toe en veroordeelt Venéco in de proceskosten. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
3.2.
Het spoedeisend belang wordt aangenomen op grond van de gestelde achteruitgang in inkomsten die voor de beoordeling van het spoedeisend belang voldoende is onderbouwd.
Een omzetdaling van 30% is daarvoor voldoende temeer omdat een beslissing in een bodemprocedure naar verwachting meer dan een jaar zal belopen en van de kant van Venéco ook erkend is dat het aantal bestaande contracten met meer gunstige commissies voor de Franchisenemers gaandeweg zal afnemen en de omzetdaling dus gestaag zal doorzetten.
3.3.
Vastgesteld wordt dat de franchiseovereenkomst een benoemde overeenkomst is die afzonderlijk in de wet geregeld is en die maar beperkt ruimte geeft voor analoge toepassing van andere benoemde overeenkomsten. Uit de franchiseovereenkomsten, in de verschillende versies die daarvan zijn overgelegd, is eenduidig vastgelegd dat het Verdienmodel wordt vastgesteld door de franchisegever. Niettemin heeft te gelden dat naar mate de wijzigingen meer ingrijpende gevolgen voor de Franchisenemers teweeg brengen, aan die vaststelling overleg vooraf dient te gaan. De franchiseovereenkomst wordt immers gedomineerd door een verplichtende werking van de goede trouw in artikel 7:912 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) met daarbij behorende zorgplichten. Voorshands wordt aangenomen dat Venéco haar zorgplicht naar de Franchisenemers heeft geschonden met het vaststellen van het Nieuwe Verdienmodel, leidend tot een teruggang in omzet tot 50% voor de Franchisenemers. Hetzelfde geldt voor het vaststellen van het Aangepaste Nieuwe Verdienmodel. Niet betwist is dat het Nieuwe Verdienmodel met zijn implicaties niet voor vaststelling tussen partijen is besproken en dat een uiteindelijke bespreking geen inhoudelijke betekenis heeft gehad wegens het niet geïnformeerd zijn van de gesprekspartners van de kant van Venéco.
3.4.
Deze gang van zaken leidt er toe dat voorshands moet worden aangenomen dat Venéco zich niet heeft gedragen zoals van een goed franchisegever verwacht mag worden hetgeen een schending van artikel 7:912 BW oplevert.
3.5.
De conclusies die de voorzieningenrechter moet trekken uit hetgeen partijen over en weer in dit kort geding hebben aangevoerd, maken dat het beroep op artikel 6:248 lid 2 BW, waarvan de materiële norm besloten ligt in artikel 7:912 BW, gehonoreerd wordt. De Franchisenemers hebben in de dagvaarding onderbouwd dat de eerste wijziging (het Nieuwe Verdienmodel) grofweg leidt tot een omzetdaling van 50% en de later aangepaste wijziging (het Aangepaste Nieuwe Verdienmodel) leidt tot een omzetdaling van omstreeks 30%. Venéco heeft in wezen volstaan met het betwisten daarvan zonder voldoende staving van die betwisting. Productie 1 bij de conclusie van antwoord bevat maandelijkse vergoedingen zoals die zijn betaald aan de Franchisenemers vanaf januari 2024 tot en met oktober 2024 zonder vergelijkingscijfers over 2023 of eerdere jaren op te nemen. Daar komt bij dat Venéco zich beroept op gewijzigde marktomstandigheden, doelend op gewijzigde commissies van de kant van de providers, zonder die wijzigingen concreet te onderbouwen. Het mag zo zijn dat Venéco jegens de Franchisenemers niet gehouden is de door haar genoten commissies van de providers in detail te onthullen, maar een beroep op wijzigingen van die commissies kan niet geheel verstoken blijven van een onderbouwing. Dat de vergoedingen van de providers nopen tot lagere commissies voor de Franchisenemers wordt ook tegengesproken door de inhoud van het Aangepaste Nieuwe Verdienmodel, de laatste versie, waarin ten opzichte van de eerste wijziging aanmerkelijk meer gunstige condities voor de Franchisenemers zijn opgenomen.
3.6.
Betekenis komt ook toe aan de stelling van Venéco dat haar nieuwe aandeelhouder Yielder tevens provider is en een bevoorrechte positie inneemt in de gepresenteerde nieuwe verdienmodellen waardoor de Franchisenemers gestuurd worden naar Yielder toe en van andere providers weg. Venéco heeft immers met zoveel woorden aangevoerd dat de focus meer wordt verlegd naar het eigen merk van Venéco en gestuurd wordt op het eigen merk om de afhankelijkheid van andere leveranciers te verminderen.
Met andere woorden, Venéco laadt de schijn op zich dat niet enkel gewijzigde marktomstandigheden maar belangen van haar eigen aandeelhouder voorop staan bij het herinrichten van het verdienmodel met een strategie die uiteindelijk gericht lijkt te zijn op het verwerven van een zo groot mogelijk marktaandeel voor het merk van haar aandeelhouder.
3.7.
De primaire vordering ten gunste van de Franchisenemers is toewijsbaar als ordemaatregel in afwachting van de beslissing van de bodemrechter dan wel een akkoord tussen partijen. Er zal een termijn van veertien dagen worden gegund voor nakoming, gelet op de administratieve implicaties die toepassing met zich mee zal brengen, op verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag dat de niet nakoming voortduurt, met dien verstande dat niet meer dan € 50.000,- per eiser aan dwangsommen zal worden verbeurd.
3.8.
Venéco is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Franchisenemers worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
138,82
- griffierecht
€
366,00
- salaris advocaat
€
1.107,00
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.789,82
3.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De voorzieningenrechter:
4.1.
beveelt Venéco jegens franchisenemer [eiser 1] tot nakoming van toepassing van het Verdienmodel met terugwerkende kracht tot 1 april 2024 binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag, met een maximum van € 50.000,- voor iedere dag dat niet nakoming voortduurt;
4.2.
beveelt Venéco jegens franchisenemer [eiser 2] tot nakoming van toepassing van het Verdienmodel met terugwerkende kracht tot 1 april 2024 binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag, met een maximum van € 50.000,- voor iedere dag dat niet nakoming voortduurt;
4.3.
beveelt Venéco jegens franchisenemer [eiser 3] tot nakoming van toepassing van het Verdienmodel met terugwerkende kracht tot 1 april 2024 binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag, met een maximum van € 50.000,- voor iedere dag dat niet nakoming voortduurt;
4.4.
beveelt Venéco jegens franchisenemer [eiser 4] tot nakoming van toepassing van het Verdienmodel met terugwerkende kracht tot 1 april 2024 binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag, met een maximum van € 50.000,- voor iedere dag dat niet nakoming voortduurt;
4.5.
beveelt Venéco jegens franchisenemer [eiser 5] tot nakoming van toepassing van het Verdienmodel met terugwerkende kracht tot 1 april 2024 binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag, met een maximum van € 50.000,- voor iedere dag dat niet nakoming voortduurt;
4.6.
veroordeelt Venéco in de proceskosten van € 1.789,82, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Venéco niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.7.
veroordeelt Venéco tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.8.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. Van der Weide en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier, waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.