Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-11-15
ECLI:NL:RBZWB:2024:8577
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,124 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11030039 \ MB VERZ 24-261
CJIB-nummer : 6062 5422 5916 1981
uitspraakdatum : 15 november 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 15 november 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. Z. Fluitsma (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens betrokkene is gemachtigde [gemachtigde] verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat te Wilhelminadorp op 4 juli 2023.
De gemachtigde heeft namens de betrokken in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat hij niet kon zien dat het stoplicht net voor hij het kruispunt overstak op rood sprong, omdat het zicht geblokkeerd werd door een vrachtwagen. Toen de gemachtigde zag dat het stoplicht op rood stond was hij te dicht bij het kruispunt om nog op een veilige manier te remmen.
Ter zitting heeft de gemachtigde hieraan toegevoegd dat hij alleen het oranje licht heeft gezien en het niet veilig genoeg vond om een noodrem te maken. Ook vindt de betrokkene de boete erg hoog.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Onder andere op basis van de foto’s in het dossier is de gedraging vast te stellen. Van een weggebruiker mag worden veracht dat hij voldoende afstand houdt van voorliggers zodat het stoplicht zichtbaar is. Een oranje licht duurt lang genoeg om te stoppen. Dat de gemachtigde door een rood licht reed betekent dat hij hier onvoldoende rekening mee heeft gehouden.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene of gemachtigde voor de zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De gemachtigde had voor het passeren van het stoplicht naar boven kunnen kijken en het rode licht kunnen zien.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. S.E. van Wijk, en in het openbaar uitgesproken op 15 november 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.