Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-08-19
ECLI:NL:RBZWB:2024:8569
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,313 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10815128 \ MB VERZ 23-642
CJIB-nummer : 0062 5422 5544 5285
uitspraakdatum : 19 augustus 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. R. de Nekker (Zaaksrecht)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 augustus 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat op de Konijnenberg (kruising Crogtdijk) te Breda op 30 januari 2023 om 16:13 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Gemachtigde stelt dat betrokkene ten onrechte niet staande is gehouden en dat er niet is gebleken dat de betreffende ambtenaar bevoegd was om een sanctie op te leggen. Ook is betrokkene ten onrechte niet gehoord, waardoor de hoorplicht geschonden is. Voorts verzoekt gemachtigde om een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Er was geen reële mogelijkheid tot staandehouding gelet op de verklaring van de verbalisant. Gemachtigde heeft onvoldoende toegelicht waarom er wel een mogelijkheid tot staandehouding was. Met de informatie die is opgenomen in de inleidende beschikking met dagtekening vanaf 29 december 2022 is naar het oordeel van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voldoende uitdrukking gegeven aan het recht om te worden gehoord en de wijze waarop dit recht kan worden geëffectueerd.
Overwegingen
Schending hoorplicht
Met de informatie die is opgenomen in de inleidende beschikking met dagtekening vanaf 29 december 2022 is naar het oordeel van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voldoende uitdrukking gegeven aan het recht om te worden gehoord en de wijze waarop dit recht kan worden geëffectueerd. Er is dus geen sprake van schending van de hoorplicht.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De boete is dus terecht opgelegd.
Inhoudelijk
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de verbalisant de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een boete kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd.
Volgens het zaakoverzicht heeft de verbalisant afgezien van staandehouding, omdat hij een ongeval op het kruispunt stond te bewaken. Zodoende kon de verbalisant geen stopteken geven. Naar het oordeel van de kantonrechter was er dan ook geen reële mogelijkheid tot staandehouding. De boete is dus terecht opgelegd aan de kentekenhouder. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. de Brouwer, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.