Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-08-19
ECLI:NL:RBZWB:2024:8547
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,171 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer : 11089859 \ MB VERZ 24-588
CJIB-nummer : 8062 5422 5783 6593
Uitspraakdatum : 19 augustus 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 augustus 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voertuig laten staan in park, plantsoen, openbare beplantingen op de Jasmijnring te Zundert (gemeente Zundert) op 31 maart 2023 om 09:35 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden en het boetebedrag te hoog is, gelet op de financiële situatie van betrokkene. Betrokkene stelt dat haar man slecht ter been is aangezien hij meerdere operaties is ondergaan. De man van betrokkene is nog in afwachting van de beslissing over de toekenning van een invaliditeitskaart. Op het moment van de gedraging vond er een evenement plaats in Zundert. Hierdoor stonden er veel auto’s op de parkeerplaats bij betrokkene in de buurt. Als bewoner zijnde is daar heel weinig plek om te parkeren, wat al meerdere malen bij de gemeente en de handhaving is aangegeven. Op 3 september 2023 was er weer een evenement en toen hadden de bewoners weer geen parkeerplekken. Betrokkene krijgt het gevoel dat handhaving vindt dat de bewoners hun auto betaald in de stad moeten parkeren op het moment dat er evenementen in de buurt plaatsvinden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe aangevoerd dat het, gelet op de foto’s in het beroepschrift, een erg drukke situatie was. Betrokkene heeft echter niet onderbouwd dat er sprake was van een evenement of dat de handhaving op de hoogte was van het evenement.
Overwegingen
Zekerheidstelling
Op grond van artikel 11 Wahv moet de indiener van een beroepschrift eerst een bedrag aan zekerheidstelling betalen voordat het beroep in behandeling kan worden genomen. Betrokkene heeft deze zekerheidstelling van € 119,- niet betaald.
Betrokkene heeft met voldoende onderbouwing aangevoerd de zekerheid niet te kunnen betalen. De te betalen zekerheid wordt daarom op nihil gesteld.
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene ontkent de gedraging ook niet. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat de kantonrechter, gelet op de parkeerdrukte, geen twijfel heeft dat er ten tijde van de gedraging een evenement plaatsvond. Ook houdt de kantonrechter rekening met de persoonlijke omstandigheden van de man van betrokkene. De boete zal worden gematigd tot € 60,-.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 60,- plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 50,- dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. de Brouwer, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: