Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-11-19
ECLI:NL:RBZWB:2024:7977
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,130 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/898
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 19 november 2024 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar van 18 december 2023 het bezwaar van belanghebbende tegen de aan hem opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting met [aanslagnummer] (de naheffingsaanslag) ongegrond verklaard.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar op 19 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en namens de heffingsambtenaar [naam]. Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
2. Tijdens een controle op 15 november 2023 omstreeks 15:45 uur is door parkeercontroleurs geconstateerd dat een auto van het merk BMW met het [kenteken] (de auto) geparkeerd stond op een parkeerplaats in de [straat] te [plaats] en dat geen parkeerbelasting is voldaan.
2.1.
Naar aanleiding van de constatering dat geen parkeerbelasting was voldaan, is aan belanghebbende de naheffingsaanslag opgelegd. De naheffingsaanslag bedraagt € 54,77, bestaande uit een bedrag van belasting van € 1,00 en € 53,77 aan kosten van de naheffingsaanslag.
2.2.
In geschil is of de naheffingsaanslag terecht aan belanghebbende is opgelegd.
2.3.
Vasstaat dat de auto van belanghebbende aan de [straat] stond geparkeerd en dat belanghebbende daarvoor parkeerbelasting was verschuldigd. Belanghebbende heeft de parkeerbelasting niet voldaan omdat hij, naar eigen zeggen, per abuis was vergeten om de parkeerfunctie van de Rabobank applicatie te starten. De rechtbank is van oordeel dat dit voor rekening en risico van belanghebbende moet blijven. Het is de verantwoordelijkheid van belanghebbende om de parkeerapp aan te zetten bij aanvang van het parkeren. Het enkele feit dat geen parkeerbelasting is betaald, is voldoende om een naheffingsaanslag op te leggen. Dat betekent dat de naheffingsaanslag als uitgangspunt terecht aan belanghebbende is opgelegd.
2.4.
Dat belanghebbende niet de intentie had om te weinig belasting te betalen en dat het om een vergissing gaat, maakt niet dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting moet worden vernietigd. Immers, opzet of schuld zijn geen vereiste voor het opleggen van een naheffingsaanslag. De rechtbank is ook niet bevoegd om op grond van coulance een naheffingsaanslag te vernietigen of te verminderen.
Conclusie
3. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de naheffingsaanslag in stand blijft.
3.1.
Omdat het beroep ongegrond is krijgt belanghebbende geen vergoeding van zijn proceskosten en krijgt hij ook het griffierecht niet terug.
3.2.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van mr. F.E.M. Houben, griffier, op 19 november 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.