Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-11-13
ECLI:NL:RBZWB:2024:7713
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,063 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummers: BRE 24/4033 NOW
BRE 24/4034 NOW
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 november 2024 in de zaken tussen
Slootweg Transport BV, uit Breda, eiseres
(gemachtigde: [gemachtigde]),
en
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van eiseres tegen de bestreden besluiten van de minister van 22 maart 2024.
1.1.
Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn omdat [gemachtigde] geen machtiging en geen uittreksel uit het handelsregister heeft overgelegd. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Wordt beroep ingesteld namens een rechtspersoon, dan moet ook een uittreksel van het handelsregister worden overgelegd. Aan de hand van zo'n uittreksel kan immers worden vastgesteld of degene die de volmacht heeft afgegeven, bevoegd is de rechtspersoon in rechte te vertegenwoordigen. Als geen machtiging en/of uittreksel wordt overgelegd, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
Zijn de gevraagde stukken overgelegd?
4. De beroepschriften zijn ingediend door [gemachtigde]. Bij de beroepschriften zijn geen machtigingen en geen uittreksels van het handelsregister bijgevoegd waaruit blijkt dat [gemachtigde] gemachtigd is om deze beroepen in te stellen namens Slootweg Transport BV. De rechtbank heeft [gemachtigde] in de brieven van 29 mei 2024 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Op 11 september 2024 heeft de rechtbank per aangetekende brieven [gemachtigde] nogmaals gevraagd om een machtiging en een uittreksel uit het handelsregister over te leggen. Deze brieven zijn retour gekomen, waarna de rechtbank op 18 oktober 2024 de brieven alsnog per gewone post heeft verzonden. In die brieven is nog een termijn van twee weken gegeven om het verzuim te herstellen. [gemachtigde] heeft binnen die termijn de gevraagde stukken niet overgelegd.
Is het niet tijdig indienen van de gevraagde stukken verontschuldigbaar?
5. [gemachtigde] heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit de beroepschriften blijkt dat [gemachtigde] niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.
Conclusie
6. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de beroepen niet inhoudelijk beoordeelt en de bestreden besluiten in stand blijven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Ponds, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier op 13 november 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.
Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.