Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-11-05
ECLI:NL:RBZWB:2024:7700
Strafrecht
Raadkamer
1,004 tokens
Dictum
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1971,
wonende te [adres] ,
woonplaats kiezende op het kantoor van mr. D.M.P. van Eijsden, Eisenhowerlaan 136, 2517 KN ’s-Gravenhage.
Procesverloop
het op 8 maart 2024 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:
€ 1.000,00, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
€ 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
de kennisgeving sepot van 29 december 2023;
de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
de overige stukken in het raadkamerdossier.
De officier van justitie heeft de schriftelijke reactie aan de advocaat van verzoeker doen toekomen. De advocaat van verzoeker heeft ermee ingestemd dat het gevraagde bedrag van € 1000,00 moet worden aangepast naar € 826,45 en dat het verzoek zonder behandeling ter zitting kan worden afgedaan.
De rechtbank zal zonder mondelinge behandeling op het verzoekschrift beslissen.
Beoordeling
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd.
Op grond van artikel 530 Sv wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 826,45 is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift wordt het forfaitaire bedrag van
€ 340,00 toegekend.
Dictum
De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van
€ 1.166,45, bestaande uit:
- € 826,45 aan kosten van rechtsbijstand
en
- € 340,00 de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van € 826,45 zal worden overgemaakt op rekeningnummer [iban 1]
ten name van [betrokkene] onder vermelding van “ [kenmerk 1] ”;
bepaalt dat een bedrag van € 340,00 zal worden overgemaakt op rekeningnummer [iban 2] ten name van [naam] , advocaat onder vermelding van “ [kenmerk 2] .
Deze beslissing is op 5 november 2024 genomen door mr. J.C. Gillesse rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 5 november 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.