Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-11-08
ECLI:NL:RBZWB:2024:7663
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,971 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/2205
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 november 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende] uit [plaats 1], belanghebbende,
en
de heffingsambtenaar van Sabewa, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 21 februari 2023.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende voor het jaar 2022 op één aanslagbiljet met dagtekening 30 november 2022 en [aanslagnummer], aanslagen forensenbelasting, rioolheffing gebruiker en afvalstoffenheffing van de gemeente [plaats 2] en zuiveringsheffing woningen van het Waterschap Scheldestromen opgelegd.
1.2.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslagen.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende voor de zuiveringsheffing gegrond verklaard. Daarbij heeft de heffingsambtenaar deze aanslag herzien en berekend naar 1 vervuilingseenheid.
1.4.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 2 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen belanghebbende en namens de heffingsambtenaar mr. [naam]. Na afloop van de zitting heeft belanghebbende verklaringen ingezonden over de inschrijving van zijn kinderen in de basisregistratie personen.
Feiten
2. Belanghebbende is eigenaar van de woning aan de [adres] te [plaats 2] (de woning). De woning wordt niet verhuurd. Belanghebbende heeft zijn hoofdverblijf in [plaats 1] (gemeente Breda).
Beoordeling
3. De rechtbank beoordeelt of de aanslag forensenbelasting voor het jaar 2022 terecht aan belanghebbende is opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende. De juistheid van de aanslagen rioolheffing en afvalstoffenheffing hoeft, gelet op de verhandeling ter zitting, geen beoordeling.
3.1.
Naar het oordeel van de rechtbank is de aanslag forensenbelasting terecht aan belanghebbende opgelegd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Overwegingen
Vooraf I:
3.2.
Ter zitting heeft belanghebbende gezegd dat hij de aanslagen rioolheffing en afvalstoffenheffing niet betwist. Het geschil beperkt zich daarom tot de vraag of de aanslag forensenbelasting terecht is opgelegd.
Vooraf II:
3.3.
Geschil
Toetsingskader van de rechtbank
3.4.
De forensenbelasting dient ertoe om mensen die relatief veel in een gemeente verblijven, maar geen ingezetene zijn van deze gemeente, mee te laten betalen aan voorzieningen in die gemeente. In de regelgeving van de gemeente Goes staat dat forensenbelasting wordt geheven van de natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zichzelf of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. Dit staat in artikel 2, eerste lid, van de Verordening forensenbelasting 2022 (de Verordening) en gelijkluidend in artikel 223 van de Gemeentewet.
Is de aanslag forensenbelasting terecht opgelegd?
3.5.
Belanghebbende voert aan dat hij de woning na zijn echtscheiding heeft gekocht om daarin tweewekelijks met zijn (volwassen) kinderen te kunnen verblijven. Ter zitting heeft belanghebbende nog gesteld dat de woning als hoofdverblijf van de kinderen moet worden beschouwd. Verder vindt belanghebbende het onrechtvaardig dat de gemeente Goes forensenbelasting heft.
3.6.
Tussen partijen is niet in geschil dat sprake is van een gemeubileerde woning. Evenmin is in geschil dat belanghebbende in 2022 gebruik heeft gemaakt van de woning. Wat partijen verdeeld houdt is of belanghebbende de woning voor zich (of zijn gezin) beschikbaar hield.
3.7.
De rechtbank stelt voorop dat de bewijslast dat forensenbelasting mag worden geheven op de heffingsambtenaar rust. Dat betekent in dit geval dat de heffingsambtenaar aannemelijk moet maken dat de woning belanghebbende in 2022 ter beschikking stond.
3.8.
Vast staat dat belanghebbende in 2022 zijn hoofdverblijf had buiten de gemeente Goes, dat hij regelmatig in de woning [adres] heeft verbleven en dat hij die niet heeft verhuurd aan zijn kinderen. Er was dan ook geen sprake van enige overeenkomst op grond waarvan het feitelijk gebruik door belanghebbende zou zijn beperkt. Een redelijke bewijslast brengt dan mee dat op belanghebbende de last drukt om anderszins aannemelijk te maken dat er geen sprake was van een woning die hem ter beschikking stond.
3.9.
Naar het oordeel van de rechtbank is belanghebbende niet in zijn bewijslast geslaagd. Belanghebbende heeft na de zitting uittreksels uit de basisregistratie personen overgelegd. Daaruit blijkt dat de kinderen van belanghebbende in 2022 niet stonden ingeschreven op het adres van de woning maar elders in [plaats 2]. Belanghebbende heeft ook geen andere gegevens overgelegd waaruit zou blijken dat de kinderen met uitsluiting van belanghebbende de beschikking hadden over de woning. Dit betekent dat belanghebbende de woning in 2022 beschikbaar heeft gehouden in de zin van de Verordening.
3.10.
De stelling van belanghebbende dat de heffing van forensenbelasting onrechtvaardig is slaagt niet. De gemeente Goes heeft gebruik gemaakt van de haar door de formele wetgever geboden mogelijkheid om binnen de grenzen van artikel 219 en 223 van de Gemeentewet forensenbelasting te heffen. De omstandigheden waaronder belanghebbende gebruik maakte van de woning maakt deze heffing niet onrechtvaardig. Dat betekent dat deze beroepsgrond ook niet kan slagen.
3.11.
Het voorgaande betekent dat aan de voorwaarden voor de heffing van forensenbelasting is voldaan. De heffingsambtenaar heeft de aanslag forensenbelasting voor het jaar 2022 daarom terecht aan belanghebbende opgelegd.
Conclusie
4. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat de aanslag forensenbelasting 2022 in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.P.A. Boersma, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. van de Langerijt-Suurmeijer, griffier op 8 november 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.