Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-11-05
ECLI:NL:RBZWB:2024:7644
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
675 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/2990 WMO15
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2024 in de zaak tussen
wijlen [eiser], uit [plaats], eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk, het college.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van het college van 13 april 2023.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. De indiener van het beroep, eiser, is overleden. De rechtbank heeft bij brief van 16 oktober 2023 de erven van eiser aangeschreven met de vraag of zij het beroep willen voortzetten of dat zij het beroep willen intrekken. Hier is niet op gereageerd. De rechtbank heeft per aangetekend schrijven van 30 april 2024 aan de erven gevraagd om alsnog te reageren op de brief van 16 april 2023. Deze brief is door de rechtbank vervolgens retour ontvangen.
3. Op 24 september 2024 heeft de rechtbank aan het college gevraagd naar een contactpersoon van de erven van eiser. Het college heeft medegedeeld dat er geen contactpersoon bekend is.
4. Nu niet is gebleken dat er erfgenamen zijn die eiser in deze procedure zijn opgevolgd en de procedure zouden willen voortzetten, is de rechtbank van oordeel dat het procesbelang aan het beroep is komen te ontvallen. Het beroep zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. Hooghiemstra griffier, op 5 november 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.