Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-10-31
ECLI:NL:RBZWB:2024:7437
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
781 tokens
Dictum
[verzoeker] te [plaats] , verzoeker,
en
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, verweerder.
Aanleiding
1. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder van 27 september 2024 met kenmerk Woo/2024/124 op een verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) van een nog onbekende Woo-verzoeker. Ook heeft hij de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Verzoeker heeft daarbij onder meer gevraagd om (1) anoniem te blijven ten opzichte van toekomstige Woo-verzoekers, en (2) de inhoud van het verzoekschrift, indien en voor zover nodig, gelet daarop slechts gedeeltelijk bekend te maken.
2. De voorzieningenrechter begrijpt dat verzoeker anoniem wil procederen met toepassing van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De voorzieningenrechter zal op dit verzoek besluiten.
Beoordeling
3. De Woo-verzoeker heeft aan verweerder openbaarmaking gevraagd van de CITES-certificaten en de bijbehorende dossiers die aan verzoeker zijn verstrekt. Verzoeker wordt met naam genoemd.
4. De voorzieningenrechter stelt vast dat alle deelnemende partijen in het geschil de identiteit van verzoeker kennen. Het Woo-verzoek richtte zich immers specifiek op documenten die betrekking hebben op verzoeker.
5. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding om het verzoek om anoniem te mogen procederen, toe te wijzen. Processtukken zijn immers niet openbaar. Het verzoek om artikel 8:29 van de Awb toe te passen op het verzoekschrift en de bijlagen bij het verzoekschrift (in die zin dat de naam van verzoeker wordt weggelakt in de kopieën die aan verweerder en derde partij worden doorgestuurd), wordt dus afgewezen.
6. Normaliter stuurt de voorzieningenrechter de documenten waarvan zij geheimhouding weigert terug aan de partij die ze heeft ingediend en worden die stukken niet bij de beoordeling van het geding betrokken. In dit geval zou dat ertoe leiden dat het verzoekschrift inhoudelijk niet door de voorzieningenrechter in behandeling kan worden genomen. De voorzieningenrechter geeft verzoeker daarom een week de tijd om of het verzoekschrift in te trekken, of toestemming te geven om de niet-geanonimiseerde processtukken aan de overige partijen toe te zenden.
7. Indien verzoeker niet binnen een week reageert, zal de voorzieningenrechter het verzoekschrift niet-ontvankelijk verklaren.
Dictum
stelt verzoeker gedurende 7 dagen na de verzending van deze beslissing in de gelegenheid om aan te geven of de naam van verzoeker aan de andere betrokken partijen bekend mag worden gemaakt en of de niet-geanimiseerde processtukken doorgezonden mogen worden.
Deze beslissing is op 29 oktober 2024 genomen door mr. L.P. Hertsig, rechter, en door deze en mr.drs. R.J. Wesel, griffier, ondertekend.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat nog geen hoger beroep open.