Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-10-08
ECLI:NL:RBZWB:2024:7385
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,051 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 10944872 \ MB VERZ 24-129
CJIB-nummer : 1062 5422 5704 0040
uitspraakdatum : 8 oktober 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 8 oktober 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). De heer [naam] is als gemachtigde verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart op de Haviksberg te Hoogerheide op 10 april 2023 om 16:21 uur.
Betrokkene was voornemens om in het beroep een inhoudelijk verweer te voeren. Helaas is gebleken dat de op de zaak betrekking hebbende stukken, daaronder begrepen het zaakoverzicht en de fotografische opnamen, tot op heden niet door het CVOM zijn verstrekt.
Betrokkene is niet gehoord ondanks een verzoek hiertoe in het administratief beroepschrift.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat betrokkene stelt dat hij niet heeft gezien dat het ging om een invalideparkeerplaats. Er waren meerdere invalide parkeerplekken en betrokkene parkeerde zijn auto op de meest rechter parkeerplek. De verf van het pictogram op de invalide parkeerplaats was niet goed zichtbaar. Op het onderbord staan drie pijlen die elk wijzen naar eenzelfde parkeerplaats. Hierdoor raakte betrokkene verward en wist hij niet dat er sprake was van een invalide parkeerplaats.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. In de bestandenbrievenbus van het CVOM staat dat er brieven zijn verzonden voor de hoorplicht en het zaakoverzicht met daarbij de foto’s van de gedraging. Volgens de zittingsvertegenwoordiger is er ook geen aanleiding tot twijfel over de toezending van de stukken. Wat betreft het onderbord, staan de drie pijlen elk gericht naar een afzonderlijke parkeerplek. Daarnaast is het pictogram op het wegdek voldoende zichtbaar.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Naast het verkeersbord met onderbord is op de betreffende parkeerplaats een afbeelding van een gehandicaptenparkeerplaats op de grond geplaatst. Het had betrokkene voldoende duidelijk kunnen zijn dat parkeren, zonder gehandicaptenparkeerkaart, niet was toegestaan.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.