Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-09-30
ECLI:NL:RBZWB:2024:7228
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,152 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 10943255 \ MB VERZ 24-104
CJIB-nummer : 0062 5422 5854 9864
uitspraakdatum : 30 september 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 30 september 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden geconstateerd door de RDW op 2 mei 2023 om 17.05 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Het voertuig was defect en daarom heeft betrokkene het eerst gerepareerd en niet gedacht aan verzekeren. Er is niet met het voertuig gereden. Betrokkene bevond zich in een overmacht situatie en daarom wordt een beroep gedaan op hetgeen is bepaald in artikel 9 aanhef en lid 2 sub b Wahv. Betrokkene heeft niet anders kunnen handelen dan hij gedaan heeft. Het was ook onmogelijk om met het voertuig te rijden, er is niet met het voertuig deel genomen aan het verkeer en betrokkene heeft het voertuig met bekwame spoed alsnog verzekerd. Verzocht wordt om het sanctiebedrag te matigen. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding en deze over te maken op het rekeningnummer van gemachtigde.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene is sinds 20 maart 2023 aansprakelijk voor het voertuig. Het voertuig van betrokkene is per 5 mei 2023 verzekerd. Dat de bromfiets niet op de openbare weg heeft gestaan of gereden maakt niet dat er geen boete opgelegd kan worden.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de gegevens van de RDW - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Dit wordt ook niet ontkend.
Het is de verplichting van de kentekenhouder ervoor te zorgen dat het voertuig is verzekerd of geschorst. Als het voertuig defect is, heeft de kentekenhouder de mogelijkheid om het voertuig te schorsen tot het moment dat er weer met het voertuig gereden kan worden. Volgens vaste rechtspraak is niet relevant of met het voertuig is gereden.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
Dictum
De kantonrechter verklaart:
- het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.B. Scheltema Beduin, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.