Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-10-23
ECLI:NL:RBZWB:2024:7202
Strafrecht
Op tegenspraak
4,701 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02-033271-22
vonnis van de meervoudige kamer van 23 oktober 2024
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag 1] 1966 te [geboorteplaats]
wonende te [woonadres]
raadsman mr. A.J.C.M. de Graaff, advocaat te ‘s-Hertogenbosch
1Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 oktober 2024, waarbij de officier van justitie, mr. M.P. de Graaf, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte onder feit 1 foto’s heeft gemaakt en in zijn bezit heeft gehad van seksuele gedragingen met daarop zijn kind van enkele maanden oud. En onder feit 2 dat verdachte foto’s van zijn penis heeft gestuurd naar een meisje van 14 jaar.
3De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
Beoordeling
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Betreffende feit 1 is aangevoerd dat verdachte de foto van zijn zoontje naar een goede vriendin [naam 1] heeft gestuurd en dat het enkel om een grapje ging tussen [naam 1] en hem. Met betrekking tot de foto’s die door de officier van justitie nog aan de tenlastelegging werden toegevoegd middels een wijziging van de tenlastelegging, heeft de verdediging aangevoerd dat er op die foto’s geen sprake was van een duidelijke seksuele houding, ook niet in combinatie met bijzondere kleding of attributen en dat die foto’s daarom ook geen seksuele strekking hadden.
Met betrekking tot feit 2 is door de verdediging aangevoerd dat verdachte heeft ontkend dat hij de foto van zijn penis zelf heeft verstuurd en dat zijn telefoon voortdurend door iedereen kon worden gebruikt en dat die foto daarom door iedereen kan zijn verstuurd.
4.3
Beoordeling
4.3.1
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Feit 1
Op 19 januari 2022 is de mobiele telefoon van verdachte in beslag genomen en onderzocht.
Vaststaat dat verdachte op het moment van inbeslagname van zijn mobiele telefoon beschikkingsmacht had over zijn telefoon waarop de hieronder beschreven afbeelding is aangetroffen.
De afbeelding is van een baby, waarbij de onderbuik, benen en penis in close-up zijn gefotografeerd. Verdachte heeft verklaard dat hij deze foto heeft gemaakt en dat dit een foto is van zijn zoontje [naam 2] , geboren [geboortedag 2] 2021. Deze foto heeft verdachte op 28 november 2021 verstuurd naar vriendin [naam 1] , met onder andere de tekst ‘Tante moet pieletje komen vrijven’. Een gecertificeerd zedenrechercheur heeft deze foto aangemerkt als kinderpornografisch.
Verdachte heeft verklaard dat hij het versturen van deze foto en de bijbehorende tekst niet als kinderporno kan worden aangemerkt, omdat hij de afbeelding met tekst als grapje heeft bedoeld. De rechtbank ziet dit anders. Doordat de foto de focus heeft op het ontblote onderlichaam van zijn zoontje en doordat de foto in combinatie met een tekst is verstuurd waarbij iemand wordt uitgenodigd actief een seksuele handeling te komen verrichten, heeft de foto onmiskenbaar een seksuele strekking. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij en [naam 1] vaker seksueel getinte uitspraken naar elkaar stuurden. De rechtbank acht het dan ook aannemelijk dat verdachte seksuele motieven had bij het maken en versturen van de foto. Verdachte heeft ter zitting beaamd dat iemand die dit beeldmateriaal voor de eerste keer ziet, hier wellicht “rare dingen” over zou denken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte het opzet heeft gehad op het vervaardigen, in bezit hebben en verspreiden van kinderpornografisch materiaal.
Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het vervaardigen, in bezit hebben en verspreiden van kinderporno.
Wel zal de rechtbank verdachte partieel vrijspreken van de twee ter zitting aan de tenlastelegging toegevoegde bestandsnamen van andere foto’s. In de tekst van de tenlastelegging is aan verdachte immers enkel afbeeldingen ten laste gelegd waarvan de seksuele handeling bestond uit het nadrukkelijk in beeld brengen van het (ontblote) geslachtsdeel van [naam 2] althans een persoon. De twee ter zitting toegevoegde bestandnamen met daarop meisjes in hun onderbroek zien niet op deze beschrijving.
Feit 2
Op de mobiele telefoon van verdachte is tevens aangetroffen een afbeelding van de ontblote penis van verdachte. Deze afbeelding is ook aangetroffen op de mobiele telefoon van [benadeelde] , geboren op [geboortedag 3] 2007, op dat moment 14 jaar oud. Ter discussie staat hoe deze afbeelding op de telefoon van [benadeelde] terecht is gekomen. [benadeelde] heeft verklaard dat verdachte deze afbeelding via TikTok naar haar heeft verstuurd. Bij de politie heeft verdachte in eerste instantie aangegeven dat hij door een medische conditie niet makkelijk een erectie kan krijgen en de penis op de foto (dus) niet zijn penis kan zijn. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat het weliswaar zijn penis is op de foto en dat hij de foto heeft gemaakt, maar dat hij deze niet naar [benadeelde] heeft gestuurd. Hij schetst een mogelijk alternatief scenario, namelijk dat [benadeelde] de foto op zijn telefoon heeft gevonden en zelf naar haar eigen telefoon heeft gestuurd. Volgens verdachte lag zijn telefoon namelijk, zonder toegangscode, thuis op tafel en kon iedereen in huis van zijn telefoon gebruik maken.
Naar het oordeel van de rechtbank is dit alternatief scenario volstrekt ongeloofwaardig. Uit een Whatsapp-chatgeschiedenis tussen verdachte en [benadeelde] blijkt dat zij in de periode van 3 december 2021 tot 16 januari 2022 onafgebroken berichten naar elkaar hebben gestuurd of telefonisch contact met elkaar hebben gehad. Daarin wordt enerzijds gesproken over praktische en logistieke zaken en anderzijds over het houden van elkaar, het hebben en/of maken van kinderen, het verzenden dan wel het ontvangen van foto’s en een voorstel om op een bepaald tijdstip te neuken. Het sturen van de dickpic via TikTok, met bijbehorende tekst “Deze is voor jou schat en voor in je lekkere” past in deze chatberichten. De verklaring van verdachte dat hij geen enkel bericht uit die Whatsappconversatie aan [benadeelde] heeft gestuurd (ook niet de praktische en logistieke zaken), acht de rechtbank ongeloofwaardig. Verdachte heeft tijdens zijn verhoor bij de politie namelijk verklaard dat het hier gaat om zijn werktelefoon en dat hij hele dagen van huis is om te werken. De Whatsapp-berichten over en weer zijn op alle tijdstippen van de dag verstuurd en niet alleen op tijdstippen dat verdachte thuis was van zijn werk. Onduidelijk is gebleven wie die berichten dan wel zou hebben verstuurd. Nu verdachte deze verklaring bovendien pas voor het eerst tijdens de zitting heeft gegeven, valt deze verklaring niet meer door de politie te verifiëren. Gelet hierop wordt het alternatief scenario als ongeloofwaardig ter zijde geschoven.
De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte de foto van zijn penis naar [benadeelde] heeft gestuurd.
De vraag is vervolgens of verdachte zich met zijn handelen schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde wetsartikel 240a van het Wetboek van Strafrecht (Sr). De rechtbank overweegt dat het schadelijkheidscriterium in artikel 240a Sr objectief moet worden uitgelegd. Er moet dus worden gekeken of redelijkerwijs te verwachten is dat het materiaal schadelijk is voor personen beneden de leeftijd van 16 jaar. De wetgever heeft met dit artikel bedoeld om personen onder de 16 jaar te beschermen tegen ongewenste beïnvloeding die het gevolg kan zijn van confrontatie met beelden van seksuele aard.
De rechtbank stelt vast dat [benadeelde] op het moment van het ontvangen van de afbeelding 14 jaar was en de leeftijd van 16 jaar dus nog niet had bereikt. Daarmee valt zij binnen de leeftijdsgroep als bedoeld in artikel 240a Sr. Blijkens de verklaring van [getuige] (destijds echtgenote van verdachte) was verdachte ermee bekend dat [benadeelde] de leeftijd van 14 jaar had ten tijde van het sturen van de afbeelding. Tevens stelt de rechtbank vast dat de door verdachte verzonden afbeelding van zijn ontblote stijve penis, een beeld van zodanig expliciet seksuele aard is, dat vertoning daarvan aan personen beneden de leeftijd van 16 jaar een risico op schade met zich brengt. De rechtbank heeft hierbij ook gelet op de omstandigheid dat zijn geslachtsdeel uitdrukkelijk in beeld is gebracht.
Gelet op het voorgaande vindt de rechtbank het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.
Beoordeling
De aard en ernst van de feiten
Verdachte heeft een foto gemaakt van zijn zoontje [naam 2] die op dat moment enkele maanden oud was. Bij het maken van deze foto was de focus op het onderlichaam van [naam 2] gericht en door deskundigen is deze foto geclassificeerd als kinderporno. Verdachte heeft deze foto naar iemand gestuurd met daarbij de tekst “tante moet pieletje komen wrijven”. Door deze toegevoegde tekst werd de seksuele strekking van die foto versterkt. Verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan het maken en verspreiden van kinderporno. Daarnaast heeft verdachte een zogenaamde dickpic gestuurd naar de op dat moment 14-jarige [benadeelde] . De rechtbank kan zich goed voorstellen dat een meisje van 14 jaar niet op een dergelijke foto zit te wachten en zich daardoor geïntimideerd en onveilig voelt.
De persoon van verdachte
De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier en uit de bewezenverklaarde feiten de conclusie kan worden getrokken dat verdachte ongebruikelijk seksueel gedrag vertoont en dat het dossier een zorgelijk beeld laat zien van hoe verdachte zich gedraagt ten opzichte van een kwetsbare kind en jongere. Verdachte heeft in ieder geval twee keer de grens van het toelaatbare overschreden en daarmee strafbare feiten gepleegd. Wat de rechtbank verdachte daarbij vooral aanrekent is dat hij zijn eigen zoontje van enkel maanden oud heeft gebruikt voor het maken van een seksueel getinte foto en dat hij een dickpic heeft verstuurd naar een 14-jarig meisje dat op dat moment in zijn woning verbleef vanwege problemen thuis.
De op te leggen straf
Op grond van dit alles is de rechtbank dan ook van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten, aan verdachte in beginsel een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd, waarbij zij ook rekening heeft gehouden met het taakstrafverbod genoemd in artikel 22b Sr en de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting voor het vervaardigen, het verspreiden en het in bezit hebben van kinderporno en naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.
De rechtbank heeft ook rekening gehouden met het strafblad van verdachte en met het gegeven dat deze zaak ruim twee jaar en zes maanden oud is en onnodig lang is blijven liggen, zonder dat dit aan verdachte of aan de verdediging kan worden verweten. Derhalve is er sprake van een overschrijding van de redelijke termijn met ruim zes maanden en de rechtbank zal in positieve zin rekening houden met deze overschrijding bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf. Daarnaast gaat het om één kinderpornografische afbeelding.
Alles afwegend moet naar het oordeel van de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf worden opgelegd van 75 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 60 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf van 50 uren op zijn plaats is, om de ernst van de feiten te benadrukken.
Het opleggen aan verdachte van deze straf betekent dat de rechtbank een hogere straf oplegt dan door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank is van oordeel dat het opleggen van een voorwaardelijk deel van 60 dagen gevangenisstraf naast de gevorderde 15 dagen onvoorwaardelijk, noodzakelijk is om verdachte er in de toekomst van te weerhouden om opnieuw op zo’n lichtzinnige manier kinderpornografische/seksueel getinte foto’s te maken en rond te sturen.
7De benadeelde partij
De benadeelde partij [benadeelde] vordert een schadevergoeding van € 500,= voor feit 2.
De rechtbank is van oordeel dat voor het toekennen van een schadevergoeding in verband met immateriële schade er sprake moet zijn van enige psychische schade en dat ook moet blijken dat het slachtoffer ook nadeel heeft ondervonden. Dit is naar het oordeel van de rechtbank uit de vordering van de benadeelde partij niet gebleken, terwijl ook een onderbouwing daarvoor ontbreekt. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
8De wettelijke voorschriften
Dictum
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1: Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben;
feit 2: Een voorwerp, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, vertonen aan een minderjarige van wie de dader redelijkerwijs moet vermoeden, dat deze jonger is dan zestien jaar;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 75 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 50 uren;
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 25 dagen;
Benadeelde partijen
- verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde] in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;
Voorlopige hechtenis
- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Dit vonnis is gewezen door mr. V. Hartman, voorzitter, mr. C.H.M. Pastoors en mr. J.F.C. Janssen, rechters, in tegenwoordigheid van F.J.M. Nouws, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 23 oktober 2024.
Mr. J.F.C. Janssen is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
De tenlastelegging
1hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 november 2021 tot en met 19 januari 2022 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of elders in Nederland, afbeeldingen, te weten foto’s van seksuele gedragingen, waarbij zijn kind [naam 2] , geboren op [geboortedag 2] 2021, althans een persoon, die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd en/of verspreid en/of in bezit gehad , welke seksuele gedraging –zakelijk weergegeven- bestonden uit het nadrukkelijk in beeld brengen van het (ontblote) geslachtsdeel van die [naam 2] , althans van een persoon, die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, (waarbij) de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling;[bestandsnaam 1] .jpg [bestandsnaam 2] .0[bestandsnaam 3] .jpeg[bestandsnaam 4] .jpg
“ [bestandsnaam 5] .png
[bestandsnaam 6]
[bestandsnaam 7] ”
( art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht )
2hij in of omstreeks de periode gelegen tussen 21 november 2021 en 19 januari 2022 te [plaats 2] , althans in Nederland (een) afbeelding(en), waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, zijnde (een) foto(‘s) van zijn, althans een ontblote stijve penis, heeft verstrekt, aangeboden en/of vertoond aan eenminderjarige, te weten, [benadeelde] , geboren op [geboortedag 3] 2007, van wie verdachtewist dat deze jonger was dan zestien jaar;( art 240a Wetboek van Strafrecht )