Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-10-02
ECLI:NL:RBZWB:2024:6888
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
5,834 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummers: C/02/378780 / FA RK 20-5880 & C/02/329826 / FA RK 17-2166
Datum uitspraak: 2 oktober 2024
Nadere beschikking betreffende gezag en omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van
[de vrouw]
,
wonende in [woonplaats 1],
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. M. Czarnota te Oosterhout,
en
[de man],
wonende in [woonplaats 2], België,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. M. Krijger te Goes.
1. Het verdere procesverloop
1.1. In beide zaken blijkt het verdere procesverloop uit de volgende stukken:
- de beschikkingen van 11 augustus 2023 en alle daarin genoemde stukken;
- de brief van de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Zuidwest Nederland, locatie Breda (hierna: de Raad), van 17 april 2024;
- de rapportage van het Uniform Hulpaanbod (hierna: UHA) van 22 april 2024 van de zorgaanbieder Amarant;
- de brief van 18 juni 2024 van mr. Czarnota;
- de brief van 30 juli 2024 van mr. Krijger;
- de brief van 20 augustus 2024 van mr. Krijger;
- de brief van 26 augustus 2024 van mr. Czarnota.
1.2. Reeds bij mondelinge behandeling van 28 juli 2023 zijn beide zaken gezamenlijk behandeld. Zowel de vrouw (bij brief van 18 juni 2024) als de man (bij brief van 20 augustus 2024) hebben aangegeven dat de zaken schriftelijk kunnen worden afgedaan, zodat geen nadere mondelinge behandeling is gepland.
2De resterende verzoeken
2.1.
In de zaak met zaaknummer C/02/378780 / FA RK 20-5880 (met betrekking tot[minderjarige 1]) resteren de verzoeken van de man tot (samengevat):
bepaling dat voortaan de man en de vrouw gezamenlijk het gezag over [minderjarige 1] uitoefenen;
bepaling dat een omgangs- c.q. zorgregeling tussen de man en [minderjarige 1] zal gelden waarbij zij een weekend per veertien dagen omgang/contact met elkaar hebben, alsmede twee weken in de zomervakantie en één week in de kerstvakantie.
2.2.
In de zaak met zaaknummer C/02/329826 / FA RK 17-2166 (met betrekking tot [minderjarige 2]) resteert het verzoek van de man tot bepaling dat een omgangs- c.q. zorgregeling tussen de man en [minderjarige 2] zal gelden waarbij zij een weekend per veertien dagen omgang/contact met elkaar hebben, alsmede twee weken in de zomervakantie en één week in de kerstvakantie.
3De nadere beoordeling
In de zaak met zaaknummer C/02/378780 / FA RK 20-5880
3.1.
Bij beschikking van 11 augustus 2023 is de beslissing op het verzoek van de man met betrekking tot het gezag aangehouden.
3.2.
Bij brief van 20 augustus 2024 heeft de man zijn verzoek te bepalen dat hij voortaan met de vrouw gezamenlijk het gezag over [minderjarige 1] zal uitoefenen ingetrokken. Nu de man dit verzoek heeft ingetrokken, komt de rechtbank niet meer toe aan de beoordeling daarvan. De rechtbank zal het verzoek tot gezamenlijk gezag daarom afwijzen.
In beide zaken
3.3.
Beide zaken zijn bij beschikking van 11 augustus 2023 aangehouden in afwachting van de rapportage van het UHA over het verloop en de resultaten van het (jeugd)hulpverleningstraject waar partijen naar zijn doorverwezen. De beslissing op het verzoek van de man met betrekking tot een omgangs- c.q. zorgregeling met beide kinderen is daarbij aangehouden.
3.4.
Uit de brief van de Raad van 17 april 2024 volgt dat de Raad in het kader van interventie in verband met het dreigend stagneren van het UHA traject gesprekken heeft gevoerd met de ouders, de betrokken jeugdprofessional en de begeleiding van Amarant. Hieruit is naar voren gekomen dat er onvoldoende draagvlak bestond om het traject voort te zetten, waardoor het traject is afgesloten. De ouders hebben wel overeenstemming bereikt over het voortzetten van het videobelcontact tussen de man en de kinderen, waarbij Amarant de vrouw en de kinderen ondersteunt.
3.5.
Uit de UHA rapportage van 22 april 2024 (bij de rechtbank binnengekomen op 17 mei 2024) volgt dat de gestelde doelen niet/gedeeltelijk zijn behaald. Volgens dit rapport zijn wel de volgende afspraken gemaakt:
de vrouw stuurt rond de eerste van de maand een appje met bijzonderheden over de kinderen (met name over [minderjarige 1], omdat [minderjarige 2] op een behandelgroep woont);
aan de man is gevraagd om vriendelijk een update te vragen, als de vrouw dit vergeet;
bij calamiteiten is er tussendoor contact;
de vrouw zal de man een e-mail sturen om mee te kunnen lezen in de rapportage over [minderjarige 2] vanuit de groep. Anders kan de man contact opnemen met de groep.
de man kan rechtstreeks contact opnemen met de school van [minderjarige 1].
elke eerste van de maand zal er een videobelafspraak tussen de man en de kinderen plaatsvinden, voorlopig onder begeleiding van Amarant. De vrouw zal de man om 19:00 uur bellen. Als de man niet opneemt, belt de vrouw om 19:15 uur nogmaals. Als de vader niet opneemt, zal de begeleiding de kinderen begeleiden.
Het is volgens deze rapportage belangrijk dat de man zich houdt aan de maandelijkse videobelafspraak, zodat hij laat zien wel betrouwbaar te zijn in zijn afspraken, en dat hij zelf initiatief neemt om informatie over de kinderen op te vragen. Ook is het belangrijk dat de vrouw de man blijft voorzien van informatie. Het Centrum voor Jeugd en Gezin adviseert de rechtbank om de gemaakte afspraken vast te leggen.
3.6.
Uit de brief van 30 juli 2024 volgt dat de man zich kan vinden in vastlegging van de in het kader van het UHA gemaakte afspraken. Dit geldt ook voor de frequentie waarmee de vrouw de man van informatie dient te voorzien: een frequentie van één keer per maand stelt de man beter in staat de ontwikkeling van de kinderen te volgen dan een frequentie van één keer per kwartaal. Bij brief van 20 augustus 2024 is namens de man verzocht te bepalen dat:
de vrouw de man maandelijks een e-mail zal sturen om mee te lezen in de rapportage over [minderjarige 2] vanuit de groep en dat het de man vrij staat om zelf ook contact op te nemen met de groep;
de vrouw de man maandelijks via WhatsApp een berichtje stuurt met bijzonderheden over [minderjarige 2] en [minderjarige 1];
de vrouw de man onverwijld zal informeren wanneer zich een calamiteit/dringende situatie voordoet met betrekking tot de kinderen;
tussen de man en de kinderen op elke 1e dag van de maand een videobelmoment zal plaatsvinden waarbij de vrouw de man om 19:00 uur zal bellen en, wanneer de man niet opneemt, om 19:15 uur nogmaals zal bellen.
De rechtbank beschouwt het verzoek van de man als dienovereenkomstig aangepast.
3.7.
Bij brief van 18 juni 2024 heeft de vrouw aangegeven dat de tussen partijen gemaakte afspraken, zoals opgesomd in het UHA rapport, kunnen worden vastgelegd in een beschikking. De vrouw verzoekt daarbij een beslissing te nemen over de frequentie van de door haar aan de man te geven informatie. Zij acht het maandelijks informeren van de man te belastend gelet op haar situatie. De man éénmaal per twee maanden informeren is het hoogst haalbare. Bij brief van 26 augustus 2024 is namens de vrouw aangegeven dat de afspraken zoals opgenomen in het UHA-rapport ten aanzien van de oudercommunicatie en het contact kunnen worden vastgelegd in de beschikking.
Dictum
De rechtbank
in de zaak met zaaknummer C/02/378780 / FA RK 20-5880
4.1.
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man en [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2019, gerechtigd zijn tot een videobelmoment op iedere eerste dag van de maand om 19:00 uur (tweede poging om 19:15 uur), waarbij de vrouw naar de man belt, voorlopig onder begeleiding van Amarant;
4.2.
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de vrouw de man maandelijks via WhatsApp informeert over de bijzonderheden met betrekking tot [minderjarige 1] (en bij calamiteiten onverwijld);
4.3.
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
in de zaak met zaaknummer C/02/329826 / FA RK 17-2116
4.5.
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man en [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2007, gerechtigd zijn tot een videobelmoment op iedere eerste dag van de maand om 19:00 uur (tweede poging om 19:15 uur), waarbij de vrouw naar de man belt, voorlopig onder begeleiding van Amarant;
4.6.
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de vrouw de man maandelijks via WhatsApp informeert over de bijzonderheden met betrekking tot [minderjarige 2] (en bij calamiteiten onverwijld);
4.7.
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de vrouw de man een e-mail stuurt om mee te kunnen lezen in de rapportage over [minderjarige 2] vanuit zijn behandelgroep, met inachtneming van dat wat is overwogen in rechtsoverweging 3.11;
4.8.
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.9.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Oijen, en, in tegenwoordigheid van mr. van Egeraat, griffier, in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2024.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummers: C/02/378780 / FA RK 20-5880 & C/02/329826 / FA RK 17-2166
Datum uitspraak: 2 oktober 2024
Nadere beschikking betreffende gezag en omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van
[de vrouw]
,
wonende in [woonplaats 1],
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. M. Czarnota te Oosterhout,
en
[de man],
wonende in [woonplaats 2], België,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. M. Krijger te Goes.
1. Het verdere procesverloop
1.1. In beide zaken blijkt het verdere procesverloop uit de volgende stukken:
- de beschikkingen van 11 augustus 2023 en alle daarin genoemde stukken;
- de brief van de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Zuidwest Nederland, locatie Breda (hierna: de Raad), van 17 april 2024;
- de rapportage van het Uniform Hulpaanbod (hierna: UHA) van 22 april 2024 van de zorgaanbieder Amarant;
- de brief van 18 juni 2024 van mr. Czarnota;
- de brief van 30 juli 2024 van mr. Krijger;
- de brief van 20 augustus 2024 van mr. Krijger;
- de brief van 26 augustus 2024 van mr. Czarnota.
1.2. Reeds bij mondelinge behandeling van 28 juli 2023 zijn beide zaken gezamenlijk behandeld. Zowel de vrouw (bij brief van 18 juni 2024) als de man (bij brief van 20 augustus 2024) hebben aangegeven dat de zaken schriftelijk kunnen worden afgedaan, zodat geen nadere mondelinge behandeling is gepland.
2De resterende verzoeken
2.1.
In de zaak met zaaknummer C/02/378780 / FA RK 20-5880 (met betrekking tot[minderjarige 1]) resteren de verzoeken van de man tot (samengevat):
bepaling dat voortaan de man en de vrouw gezamenlijk het gezag over [minderjarige 1] uitoefenen;
bepaling dat een omgangs- c.q. zorgregeling tussen de man en [minderjarige 1] zal gelden waarbij zij een weekend per veertien dagen omgang/contact met elkaar hebben, alsmede twee weken in de zomervakantie en één week in de kerstvakantie.
2.2.
In de zaak met zaaknummer C/02/329826 / FA RK 17-2166 (met betrekking tot [minderjarige 2]) resteert het verzoek van de man tot bepaling dat een omgangs- c.q. zorgregeling tussen de man en [minderjarige 2] zal gelden waarbij zij een weekend per veertien dagen omgang/contact met elkaar hebben, alsmede twee weken in de zomervakantie en één week in de kerstvakantie.
3De nadere beoordeling
In de zaak met zaaknummer C/02/378780 / FA RK 20-5880
3.1.
Bij beschikking van 11 augustus 2023 is de beslissing op het verzoek van de man met betrekking tot het gezag aangehouden.
3.2.
Bij brief van 20 augustus 2024 heeft de man zijn verzoek te bepalen dat hij voortaan met de vrouw gezamenlijk het gezag over [minderjarige 1] zal uitoefenen ingetrokken. Nu de man dit verzoek heeft ingetrokken, komt de rechtbank niet meer toe aan de beoordeling daarvan. De rechtbank zal het verzoek tot gezamenlijk gezag daarom afwijzen.
In beide zaken
3.3.
Beide zaken zijn bij beschikking van 11 augustus 2023 aangehouden in afwachting van de rapportage van het UHA over het verloop en de resultaten van het (jeugd)hulpverleningstraject waar partijen naar zijn doorverwezen. De beslissing op het verzoek van de man met betrekking tot een omgangs- c.q. zorgregeling met beide kinderen is daarbij aangehouden.
3.4.
Uit de brief van de Raad van 17 april 2024 volgt dat de Raad in het kader van interventie in verband met het dreigend stagneren van het UHA traject gesprekken heeft gevoerd met de ouders, de betrokken jeugdprofessional en de begeleiding van Amarant. Hieruit is naar voren gekomen dat er onvoldoende draagvlak bestond om het traject voort te zetten, waardoor het traject is afgesloten. De ouders hebben wel overeenstemming bereikt over het voortzetten van het videobelcontact tussen de man en de kinderen, waarbij Amarant de vrouw en de kinderen ondersteunt.
3.5.
Uit de UHA rapportage van 22 april 2024 (bij de rechtbank binnengekomen op 17 mei 2024) volgt dat de gestelde doelen niet/gedeeltelijk zijn behaald. Volgens dit rapport zijn wel de volgende afspraken gemaakt:
de vrouw stuurt rond de eerste van de maand een appje met bijzonderheden over de kinderen (met name over [minderjarige 1], omdat [minderjarige 2] op een behandelgroep woont);
aan de man is gevraagd om vriendelijk een update te vragen, als de vrouw dit vergeet;
bij calamiteiten is er tussendoor contact;
de vrouw zal de man een e-mail sturen om mee te kunnen lezen in de rapportage over [minderjarige 2] vanuit de groep. Anders kan de man contact opnemen met de groep.
de man kan rechtstreeks contact opnemen met de school van [minderjarige 1].
elke eerste van de maand zal er een videobelafspraak tussen de man en de kinderen plaatsvinden, voorlopig onder begeleiding van Amarant. De vrouw zal de man om 19:00 uur bellen. Als de man niet opneemt, belt de vrouw om 19:15 uur nogmaals. Als de vader niet opneemt, zal de begeleiding de kinderen begeleiden.
Het is volgens deze rapportage belangrijk dat de man zich houdt aan de maandelijkse videobelafspraak, zodat hij laat zien wel betrouwbaar te zijn in zijn afspraken, en dat hij zelf initiatief neemt om informatie over de kinderen op te vragen. Ook is het belangrijk dat de vrouw de man blijft voorzien van informatie. Het Centrum voor Jeugd en Gezin adviseert de rechtbank om de gemaakte afspraken vast te leggen.
3.6.
Uit de brief van 30 juli 2024 volgt dat de man zich kan vinden in vastlegging van de in het kader van het UHA gemaakte afspraken. Dit geldt ook voor de frequentie waarmee de vrouw de man van informatie dient te voorzien: een frequentie van één keer per maand stelt de man beter in staat de ontwikkeling van de kinderen te volgen dan een frequentie van één keer per kwartaal. Bij brief van 20 augustus 2024 is namens de man verzocht te bepalen dat:
de vrouw de man maandelijks een e-mail zal sturen om mee te lezen in de rapportage over [minderjarige 2] vanuit de groep en dat het de man vrij staat om zelf ook contact op te nemen met de groep;
de vrouw de man maandelijks via WhatsApp een berichtje stuurt met bijzonderheden over [minderjarige 2] en [minderjarige 1];
de vrouw de man onverwijld zal informeren wanneer zich een calamiteit/dringende situatie voordoet met betrekking tot de kinderen;
tussen de man en de kinderen op elke 1e dag van de maand een videobelmoment zal plaatsvinden waarbij de vrouw de man om 19:00 uur zal bellen en, wanneer de man niet opneemt, om 19:15 uur nogmaals zal bellen.
De rechtbank beschouwt het verzoek van de man als dienovereenkomstig aangepast.
3.7.
Bij brief van 18 juni 2024 heeft de vrouw aangegeven dat de tussen partijen gemaakte afspraken, zoals opgesomd in het UHA rapport, kunnen worden vastgelegd in een beschikking. De vrouw verzoekt daarbij een beslissing te nemen over de frequentie van de door haar aan de man te geven informatie. Zij acht het maandelijks informeren van de man te belastend gelet op haar situatie. De man éénmaal per twee maanden informeren is het hoogst haalbare. Bij brief van 26 augustus 2024 is namens de vrouw aangegeven dat de afspraken zoals opgenomen in het UHA-rapport ten aanzien van de oudercommunicatie en het contact kunnen worden vastgelegd in de beschikking.
Dictum
De rechtbank
in de zaak met zaaknummer C/02/378780 / FA RK 20-5880
4.1.
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man en [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2019, gerechtigd zijn tot een videobelmoment op iedere eerste dag van de maand om 19:00 uur (tweede poging om 19:15 uur), waarbij de vrouw naar de man belt, voorlopig onder begeleiding van Amarant;
4.2.
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de vrouw de man maandelijks via WhatsApp informeert over de bijzonderheden met betrekking tot [minderjarige 1] (en bij calamiteiten onverwijld);
4.3.
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
in de zaak met zaaknummer C/02/329826 / FA RK 17-2116
4.5.
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man en [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2007, gerechtigd zijn tot een videobelmoment op iedere eerste dag van de maand om 19:00 uur (tweede poging om 19:15 uur), waarbij de vrouw naar de man belt, voorlopig onder begeleiding van Amarant;
4.6.
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de vrouw de man maandelijks via WhatsApp informeert over de bijzonderheden met betrekking tot [minderjarige 2] (en bij calamiteiten onverwijld);
4.7.
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de vrouw de man een e-mail stuurt om mee te kunnen lezen in de rapportage over [minderjarige 2] vanuit zijn behandelgroep, met inachtneming van dat wat is overwogen in rechtsoverweging 3.11;
4.8.
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.9.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Oijen, en, in tegenwoordigheid van mr. van Egeraat, griffier, in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2024.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.