Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-09-04
ECLI:NL:RBZWB:2024:6853
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
885 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Breda
zaak/rolnr.: 9177890 CV EXPL 21-1576
vonnis d.d. 4 september 2024 (bij vervroeging)
inzake
[eiseres]
,
wonende te [adres 1] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. P.J. van den Boogaard, advocaat te Geertruidenberg,
tegen
[gedaagde] h.o.d.n. [bedrijf van gedaagde],
wonende en zaakdoende te [adres 2] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. S.A. Wensing, advocaat te Emmen.
Partijen worden hierna aangeduid als “ [eiseres] ” en “ [gedaagde] ”.
1Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. het tussenvonnis van 3 januari 2024 met de daarin vermelde processtukken;
b. het e-mailbericht van de deskundigen van 30 mei 2024;
c. de rolbeslissing van 31 juli 2024;
d. de akte van [eiseres] van 14 augustus 2024;
e. de akte van [gedaagde] van 14 augustus 2024.
2De verdere beoordeling
2.1
In de rolbeslissing van 31 juli 2024 is partijen medegedeeld dat de kantonrechter in het e-mailbericht van de deskundige aanleiding ziet om terug te komen op een bindende eindbeslissing, in die zin dat de eerste vraag in het deskundigenonderzoek wordt vervangen door de vraag “Is het paard behept met enig (chronisch) letsel aan de buigpees linksvoor?“.
2.2
[eiseres] heeft bij akte van 14 augustus 2024 medegedeeld in te stemmen met de wijziging van de eerste onderzoeksvraag. [gedaagde] heeft bij akte van 14 augustus 2024 eveneens ingestemd met aanpassing van de vraag, waarbij zij heeft voorgesteld de tijdsaanduiding “in de periode van 2 juni tot en met 2 december 2020” toe te voegen.
2.3
Nu partijen geen bezwaar hebben tegen de aanpassing van de onderzoeksvraag zal de kantonrechter daartoe overgaan. Daarmee wordt teruggekomen op een bindende eindbeslissing. De kantonrechter ziet geen aanleiding de door [gedaagde] voorgestelde tijdsaanduiding aan de vraag toe te voegen, nu dit wordt ondervangen door vraag e.
2.4
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De kantonrechter
vraagt de deskundigen om in plaats van de in het tussenvonnis van 3 januari 2024 genoemde vragen de volgende vragen te beantwoorden:
a. Is het paard behept met enig (chronisch) letsel aan de buigpees linksvoor?
b. Wat kunnen de mogelijke oorzaken hiervan zijn? Kunt u bij de beantwoording van deze vraag oorzaken in het algemeen noemen en oorzaken toegespitst op de omstandigheden in de onderhavige zaak?
c. Is, gelet op de behandelgeschiedenis van het paard, telkens sprake geweest van hetzelfde letsel?
d. Was dit letsel aanwezig bij het moment van aankoop/levering op 2 juni 2020 (is het te antidateren)? En zo ja, had dit letsel opgemerkt moeten worden bij de aankoopkeuring?
e. Is dit letsel behandelbaar? En zo ja, wat zijn de daarmee gemoeide kosten en de verwachte behandeltijd? Is het de verwachting dat het paard na de behandeling kan worden ingezet als sportpaard L1 of hoger?
houdt iedere verder beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Rouwen en is vervroegd in het openbaar uitgesproken op 4 september 2024.