Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-10-11
ECLI:NL:RBZWB:2024:6840
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,271 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/2710
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 oktober 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
(gesteld gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West-Brabant, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 23 maart 2023. Het beroep ziet op de WOZ-beschikking voor het object [adres] te [plaats] .
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat mr. D.A.N. Bartels geen machtiging heeft ingediend waaruit volgt dat hij in deze zaak als gemachtigde van belanghebbende mag optreden en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
Is een machtiging overgelegd?
4. Het beroepschrift is ingediend door mr. D.A.N. Bartels. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van belanghebbende. Hij heeft bij het beroepschrift echter geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om dit het beroep in te stellen namens belanghebbende. De rechtbank heeft hem in haar bericht van 9 mei 2023 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen en uittreksels uit het handelsregister te overleggen om vast te stellen wie de uiteindelijk bevoegd bestuurders zijn. mr. D.A.N. Bartels heeft binnen die termijn uittreksels uit het handelsregister en een machtiging op naam van [naam] ingediend. De griffier heeft vervolgens geconstateerd dat er sprake is van meerdere bestuurders die gezamenlijk bevoegd zijn. Bij aangetekende brief van 6 juni 2023 is mr. D.A.N. Bartels nogmaals in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken een machtiging te overleggen van alle bevoegd bestuurders. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 7 juni 2023 om 08:51 uur is afgehaald en dat voor ontvangst is getekend. Bij brief van 7 juni 2023 heeft mr. D.A.N. Bartels de eerder ook al ingediende machtiging nogmaals ingediend en geen machtiging van de overige bestuurders of stukken waaruit volgt dat een machtiging van één van de bestuurders voldoende zou zijn. mr. D.A.N. Bartels heeft daarmee dus niet aan het verzoek van de rechtbank voldaan.
Is het niet tijdig indienen van een machtiging verontschuldigbaar?
5. mr. D.A.N. Bartels heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat mr. D.A.N. Bartels niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.
Conclusie
6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Immateriële schadevergoeding
7. Nu niet is gebleken dat mr. D.A.N. Bartels is gemachtigd om namens belanghebbende te procederen is naar het oordeel van de rechtbank mr. D.A.N. Bartels ook niet bevoegd om namens belanghebbende een verzoek te doen om een immateriële schadevergoeding. De rechtbank wijst het verzoek dan ook af.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- wijst het verzoek om een immateriële schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 11 oktober 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.
Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.