Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-08-05
ECLI:NL:RBZWB:2024:6765
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
887 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11030084 \ MB VERZ 24-264
CJIB-nummer : 9062 5422 5669 4508
uitspraakdatum : 5 augustus 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
[adres]
[woonplaats] ( [land] )
hierna: betrokkene
gemachtigde : [bedrijf]
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 5 augustus 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 9 kilometer per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom op de N253 (rechts, Sint Anna ter Muiden richting Heilleweg) te Sluis op 24 maart 2023 om 17:28 uur.
Betrokkene heeft in het beroepsschrift samengevat aangevoerd dat het voertuig was verkocht ten tijde van de constatering van de verweten gedraging. De persoon/het bedrijf die het voertuig had gekocht is verantwoordelijk voor de gedraging die is verricht met het voertuig.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren. Betrokkene heeft in het dossier een verkoopfactuur overlegd, maar de zittingsvertegenwoordiger heeft via het Europese Kentekenregister geconstateerd dat het voertuig nog steeds op de naam van betrokkene stond.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat betrokkene had aangegeven dat het voertuig ten tijde van de gedraging was verkocht. Op de dag van het vaststellen van de gedraging, op 24 maart 2023, stond het kenteken nog op naam van betrokkene. Op het moment dat een voertuig in Polen wordt verkocht, is er een termijn van dertig dagen om het voertuig over te laten zetten op naam van de koper. Na het raadplegen van het Europese Kentekenregister door de zittingsvertegenwoordiger blijkt dat het kenteken na eerdergenoemde termijn nog steeds op naam van betrokkene stond. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep ongegrond;
draagt de officier van justitie op het bedrag van € 34,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. de Brouwer, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: