Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-09-23
ECLI:NL:RBZWB:2024:6515
Strafrecht
Op tegenspraak
1,656 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
parketnummer: 02-226765-22
vonnis van de meervoudige economische kamer van 23 september 2024
in de strafzaak tegen
[verdachte]
,
geboren op [geboortedag] 1972 te [geboorteplaats],
wonende te [woonadres],
raadsman mr. P. Doorakkers, advocaat te Oosterhout.
1Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 september 2024, waarbij de officier van justitie mr. I.M. Peters en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 19 mei 2022 samen met een ander of anderen een hoeveelheid professioneel vuurwerk in (een slaapkamer van) zijn woning heeft opgeslagen.
3De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
Beoordeling
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden vrijgesproken. Bij economische delicten gaat het om kleurloos opzet. Daarom hoeft niet aangetoond te worden dat verdachte wist dat het om professioneel vuurwerk ging. Gelet op de opbouw van de tenlastelegging moet wel aangetoond worden dat verdachte wist dat de in de tenlastelegging genoemde hoeveelheid vuurwerk op 19 mei 2022 in zijn woning lag. Uit de WhatsApp gesprekken tussen verdachte en zijn zoon blijkt dat verdachte betrokken was bij de vuurwerkaankopen van zijn zoon. Echter, het laatste WhatsApp gesprek tussen verdachte en zijn zoon over vuurwerk dateert van 4 april 2024. Dit is onvoldoende om te kunnen zeggen dat hij wist dat op 19 mei 2022 dat vuurwerk in zijn woning lag. Ook het feit dat verdachte tijdens de doorzoeking gelijk wist te zeggen waar het vuurwerk lag, is onvoldoende. Hij heeft daar tijdens de zitting een aannemelijke verklaring voor gegeven.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Zij heeft betoogd dat verdachte niet op de hoogte was van het feit dat hun zoon in het bezit was van professioneel vuurwerk en dat hij dit vuurwerk in hun woning bewaarde. Hij heeft dan ook geen (voorwaardelijk) opzet gehad op het opslaan en/of voorhanden hebben van professioneel vuurwerk.
4.3
Beoordeling
De politie heeft tijdens een onderzoek gezien dat er in een Telegramgroep professioneel vuurwerk te koop werd aangeboden. Er volgden pseudokopen en een observatie. Hieruit kwam naar voren dat de minderjarige zoon van verdachte, tevens medeverdachte, op 19 mei 2022 tweemaal professioneel vuurwerk aan een pseudokoper ter beschikking heeft gesteld. Diezelfde dag heeft in de woning van verdachte een doorzoeking plaatsgevonden. Daarbij is op de slaapkamer van zijn zoon achter een luik de in de tenlastelegging genoemde hoeveelheid professioneel vuurwerk aangetroffen.
Om tot een bewezenverklaring van het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk te komen, moet vastgesteld worden dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van deze partij vuurwerk op 19 mei 2022 in zijn woning. Verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat zijn zoon (professioneel) vuurwerk thuis bewaarde. Dit was ook tegen de gemaakte afspraken in. Meteen nadat hij had gehoord dat zijn zoon was aangehouden voor de handel in vuurwerk, heeft hij de camerabeelden bekeken en gezien dat zijn zoon die middag twee keer de woning is binnengegaan. Verdachte heeft verklaard dat hij toen wel wist waar zijn zoon het vuurwerk had opgeslagen. De ruimte achter het luik in zijn slaapkamer was de enige plek waar het kon liggen. Dit heeft hij de politie verteld. Dat hij dit wist, was dus achteraf. De rechtbank ziet in het dossier en wat ter terechtzitting is besproken geen aanleiding om aan de verklaring van verdachte te twijfelen. Zij kan daarom niet vaststellen dat verdachte wetenschap heeft gehad van het feit dat zijn zoon het tenlastegelegde (professioneel) vuurwerk op zijn kamer had opgeslagen. Gelet op het voorgaande is het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen, ook niet als overtredingsvariant want ook dan zou verdachte tenminste weet moeten hebben gehad van vuurwerk in huis. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het opslaan en/of voorhanden hebben van professioneel vuurwerk.
De rechtbank is mede tot deze uitspraak gekomen door de wijze waarop de tenlastelegging is opgesteld.
Dictum
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.H. Hamburger, voorzitter, mr. P.W.G. de Beer en
mr. M.A.H. Kempen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.P.M. Philipsen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 23 september 2024.
Mrs. Hamburger en Kempen zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
6Bijlage I
De tenlastelegging
hij op of omstreeks 19 mei 2022 te [plaats], althans in Nederland, tezamen en in
vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk, professioneel
vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten
- 12 stuks, althans een hoeveelheid, Viper 12, en/of
- 160 stuks, althans een hoeveelheid, DumBum 5g, en/of
- 24 stuks, althans een hoeveelheid, DumBum 120 dB, en/of
- 28 stuks, althans een hoeveelheid, Pirat Double, en/of
- 30 stuks, althans een hoeveelheid, Cobra 6, en/of
- 100 stuks, althans een hoeveelheid, Pirat Classic, en/of
- 3 stuks, althans een hoeveelheid, DumBum Limited Edition, en/of
- 4 stuks, althans een hoeveelheid, DumBum 30, en/of
- 4 stuks, althans een hoeveelheid, DumBum 50,
althans een hoeveelheid professioneel vuurwerk,
hebben/heeft opgeslagen (in [slaapkamer van] woning) en/of voorhanden
hebben/heeft gehad;
( art 1.2.2 lid 1 Vuurwerkbesluit )