Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-09-10
ECLI:NL:RBZWB:2024:6098
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
6,134 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummers: BRE 24/5953 en 24/5954
uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 september 2024 in de zaak tussen
1. [verzoeker 1]uit [plaats] ,
2. [verzoeker 2]uit [plaats] ,
tezamen: verzoekers
(gemachtigde: mr. J.J.H.M. de Crom),
en
De burgemeester van de gemeente Tilburg , de burgemeester.
Als derde-partij neemt aan de zaken deel: [vereniging] uit [plaats] ( [vereniging] ).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op de verzoeken om voorlopige voorzieningen van verzoekers tegen het besluit van 1 augustus 2024 waarin de burgemeester de woning aan de [adres] te [plaats] voor de duur van één maand heeft gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 27 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster 2, de gemachtigde van verzoekers en namens de burgemeester mr. M.F.N. van Gansen en [naam 1] . Namens [vereniging] is niemand verschenen.
Beoordeling
2. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
2.1
De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of voorlopige voorzieningen zal treffen of de bezwaren een redelijke kans van slagen hebben. Dat kan een reden zijn om de bestreden besluiten te schorsen. Om dit te beoordelen beantwoordt hij aan de hand van de gronden van verzoekers, of de burgemeester in redelijkheid de woning heeft kunnen sluiten voor de duur van één maand.
Feiten
3. De Politie Eenheid Zeeland-West-Brabant heeft op 25 januari 2024 een bestuurlijke rapportage opgesteld. Hierin is opgenomen dat op 18 april 2023 een opsporingsonderzoek is gestart, genaamd [onderzoek] , naar de drugsbezorgservice, actief in [plaats] en omstreken, die bekend stond onder de naam “ [organisatie] ”. Het onderzoek heeft aangetoond dat “ [organisatie] ” een professionele organisatie betrof, waarbij 24 uur per dag, 7 dagen per week, (gebruikershoeveelheden) hard- en softdrugs telefonisch konden worden besteld, die vervolgens per auto binnen afzienbare tijd, bijvoorbeeld binnen een uur, werden bezorgd. Uit onderzoek is gebleken dat “ [organisatie] ” meerdere jaren in bedrijf is geweest. “ [organisatie] ” maakte gebruik van twee telefoonnummers, een zogenoemde ‘snuiflijn’ en een zogenoemde ‘rooklijn’. De leden van de criminele organisatie dealden ieder drugs via overwegend één van deze twee ‘lijnen’. Bij de schaal waarop deze criminele onderneming opereerde, moet worden gedacht aan gemiddeld 77 drugstransacties per 24 uur via de ‘snuiflijn’ en gemiddeld 49 drugstransacties per 24 uur via de ‘rooklijn’. In het kader van het onderzoek zijn op 3 juli 2023 acht verdachten aangehouden, die ervan worden verdacht deel uit te maken van de criminele organisatie en daarvoor nacht- en dagdiensten draaiden, inhoudende het aannemen van bestellingen en het bezorgen daarvan. De zoon van verzoekers is één van die verdachten. Op 3 juli 2023 is om die reden de woning aan de [adres] te [plaats] doorzocht. Uit onderzoek is gebleken dat de verdachte hier verbleef.
In de woning zijn 19 gripzakjes en daarin in totaal 8,91 gram cocaïne gevonden op de slaapkamer van de verdachte in een kast tussen handdoeken, alsmede een geldbedrag van € 21.695,- in bankbiljetten en € 3.653,67 in muntgeld in het nachtkastje op de kamer.
3.1.
De burgemeester heeft naar aanleiding van de bestuurlijke rapportage het voornemen kenbaar gemaakt om over te gaan tot sluiting van de woning aan de [adres] te [plaats] voor de duur van één maand.
3.2.
Hiertegen hebben verzoekers op 19 uni 2024 en op 3 juli 2024 hun zienswijze kenbaar gemaakt.
3.3.
Met het besluit van 1 augustus 2024 heeft de burgemeester de woning gesloten voor de duur van één maand met ingang van 19 augustus 2024.
3.4.
De verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en verzocht om een voorlopige voorziening.
Wettelijk kader
4. De voor de beoordeling van beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Bevoegdheid burgemeester
5. In de woning zijn 19 gripzakjes aangetroffen met daarin in totaal 8,91 gram cocaïne. Cocaïne staat op lijst I van de Opiumwet (harddrugs). Van een handelshoeveelheid harddrugs is volgens het door openbaar ministerie toegepaste criteria sprake wanneer harddrugs in een grotere hoeveelheid dan 0,5 gram aanwezig zijn, waarbij 1 pil gelijkgesteld wordt met 0,5 gram. De aangetroffen hoeveelheid middelen die is aangetroffen is om en nabij 18 keer de hoeveelheid die wordt gezien als een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik. De grote hoeveelheid aangetroffen harddrugs in combinatie met de grote hoeveelheid contant geld wijzen erop dat de aangetroffen drugs bestemd waren voor de verkoop, aflevering of verstrekking daarvan. Tussen partijen is niet in geschil dat de burgemeester bevoegd is om de woning te sluiten op grond van artikel 13b, eerste lid, onder a, van de Opiumwet.
Evenredigheid
6. De burgemeester heeft beleid vastgesteld omtrent de bestuurlijke handhaving van artikel 13b van de Opiumwet (hierna: beleid). Uit het beleid volgt dat de burgemeester bij een constatering van meer dan 0,5 gram harddrugs in een woning die eigendom is van een woningcorporatie, een sluiting voor de duur van één maand wordt opgelegd.
6.1.
Op grond van artikel 4:84 van de Awb handelt het bestuursorgaan overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
6.2.
Op grond van artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) mogen de voor één of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. De voorzieningenrechter zal zich bij de beoordeling van de gronden baseren op de uitspraak van de Afdeling van 2 februari 2022 (evenredigheidsuitspraak). In de evenredigheidsuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat het bestreden besluit geschikt en noodzakelijk moet zijn om de beoogde doelen te bereiken en dat de genomen maatregel evenwichtig moet zijn.
Geschiktheid
7. De burgemeester heeft in het bestreden besluit gemotiveerd dat van een zichtbare tijdelijke sluiting een sterke signaalfunctie uitgaat die naast een preventieve werking (anderen afschrikken en het voorkomen van herhaling) ook de aantrekkingskracht op andere criminele activiteiten tegengaat. Aan drugscriminelen wordt het signaal afgegeven dat de overheid optreedt tegen drugscriminaliteit in of bij woningen. Daarnaast wordt voor drugsgebruikers en criminelen duidelijk dat in de woning geen drugs aanwezig zijn en er dus niets te halen valt. Daardoor wordt de rust rondom de woning voor de omgeving hersteld en worden de risico’s voor omwonenden weggenomen. Tussen partijen is niet in geschil dat het sluiten van een woning geschikt is voor het behalen van het doel dat daarmee is gediend.
Noodzakelijkheid
8. Verzoekers hebben betoogd dat de sluiting niet noodzakelijk is. Het gaat ten eerste om een geringe hoeveelheid harddrugs. Er dus geen sprake van een ernstig geval. Ten tweede is geen sprake van recidive. Ten derde is er geen feitelijke handel vanuit de woning en overlast rondom de woning geconstateerd. Ten vierde heeft de burgemeester niet voldoende gemotiveerd waarom sprake is van een kwetsbare woonwijk. Na een zoekslag op Google, komen maar twee meldingen in de afgelopen vijf jaar naar boven. Ten slotte is sprake van een lange tijd tussen de doorzoeking van de woning en het bestreden besluit.
8.1.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de sluiting van de woning noodzakelijk is. De burgemeester heeft in het bestreden besluit gemotiveerd dat in onderhavig geval, gelet op de ernst en omvang van de overtreding, niet met een waarschuwing kon worden volstaan.
8.2.
Er is namelijk sprake van een ernstig geval. De hoeveelheid die wordt gezien als een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik is ruimschoots overschreden. Daarmee is, in tegenstelling tot wat verzoekers betogen, geen sprake van een geringe hoeveelheid. Bovendien is van belang dat het in dit geval gaat om een constatering van harddrugs.
8.3.
Daarnaast maakt het feit dat geen overlast of transacties zijn geconstateerd rondom de woning niet dat de sluiting in dit geval niet noodzakelijk is. Er is namelijk sprake van een professioneel crimineel samenwerkingsverband. Er is door de politie in kaart gebracht dat het gemiddeld ging om 77 transacties per 24 uur via de “snuiflijn” en 49 transacties per 24 uur via de “rooklijn”. Uit een MMA-melding is gebleken dat de criminele organisatie tot op heden nog actief is. De zoon van verzoekers maakte deel uit van de criminele organisatie en verbleef in die periode in de woning van verzoekers. Gelet op de aangetroffen harddrugs en grove hoeveelheid contant geld, fungeerde de woning als uitvalbasis voor de criminele organisatie. De woning vervulde daarmee een belangrijke rol in het criminele samenwerkingsverband.
Conclusie
10. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken af. Dat betekent dat het bestreden besluit niet wordt geschorst en de woning kan worden gesloten voor de duur van één maand. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. dr. E.J. Govaers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. T.A.A. van Hooijdonk, griffier, op 10 september 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wettelijk kader
Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Artikel 3:4, tweede lid, van de Awb
De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
Artikel 4:84 van de Awb
Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Opiumwet
Artikel 13b, eerste lid, onder a, van de Opiumwet
De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.
Paragraaf 2 van de Aanwijzing Opiumwet.
Afdeling 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285.
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummers: BRE 24/5953 en 24/5954
uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 september 2024 in de zaak tussen
1. [verzoeker 1]uit [plaats] ,
2. [verzoeker 2]uit [plaats] ,
tezamen: verzoekers
(gemachtigde: mr. J.J.H.M. de Crom),
en
De burgemeester van de gemeente Tilburg , de burgemeester.
Als derde-partij neemt aan de zaken deel: [vereniging] uit [plaats] ( [vereniging] ).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op de verzoeken om voorlopige voorzieningen van verzoekers tegen het besluit van 1 augustus 2024 waarin de burgemeester de woning aan de [adres] te [plaats] voor de duur van één maand heeft gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 27 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster 2, de gemachtigde van verzoekers en namens de burgemeester mr. M.F.N. van Gansen en [naam 1] . Namens [vereniging] is niemand verschenen.
Beoordeling
2. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
2.1
De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of voorlopige voorzieningen zal treffen of de bezwaren een redelijke kans van slagen hebben. Dat kan een reden zijn om de bestreden besluiten te schorsen. Om dit te beoordelen beantwoordt hij aan de hand van de gronden van verzoekers, of de burgemeester in redelijkheid de woning heeft kunnen sluiten voor de duur van één maand.
Feiten
3. De Politie Eenheid Zeeland-West-Brabant heeft op 25 januari 2024 een bestuurlijke rapportage opgesteld. Hierin is opgenomen dat op 18 april 2023 een opsporingsonderzoek is gestart, genaamd [onderzoek] , naar de drugsbezorgservice, actief in [plaats] en omstreken, die bekend stond onder de naam “ [organisatie] ”. Het onderzoek heeft aangetoond dat “ [organisatie] ” een professionele organisatie betrof, waarbij 24 uur per dag, 7 dagen per week, (gebruikershoeveelheden) hard- en softdrugs telefonisch konden worden besteld, die vervolgens per auto binnen afzienbare tijd, bijvoorbeeld binnen een uur, werden bezorgd. Uit onderzoek is gebleken dat “ [organisatie] ” meerdere jaren in bedrijf is geweest. “ [organisatie] ” maakte gebruik van twee telefoonnummers, een zogenoemde ‘snuiflijn’ en een zogenoemde ‘rooklijn’. De leden van de criminele organisatie dealden ieder drugs via overwegend één van deze twee ‘lijnen’. Bij de schaal waarop deze criminele onderneming opereerde, moet worden gedacht aan gemiddeld 77 drugstransacties per 24 uur via de ‘snuiflijn’ en gemiddeld 49 drugstransacties per 24 uur via de ‘rooklijn’. In het kader van het onderzoek zijn op 3 juli 2023 acht verdachten aangehouden, die ervan worden verdacht deel uit te maken van de criminele organisatie en daarvoor nacht- en dagdiensten draaiden, inhoudende het aannemen van bestellingen en het bezorgen daarvan. De zoon van verzoekers is één van die verdachten. Op 3 juli 2023 is om die reden de woning aan de [adres] te [plaats] doorzocht. Uit onderzoek is gebleken dat de verdachte hier verbleef.
In de woning zijn 19 gripzakjes en daarin in totaal 8,91 gram cocaïne gevonden op de slaapkamer van de verdachte in een kast tussen handdoeken, alsmede een geldbedrag van € 21.695,- in bankbiljetten en € 3.653,67 in muntgeld in het nachtkastje op de kamer.
3.1.
De burgemeester heeft naar aanleiding van de bestuurlijke rapportage het voornemen kenbaar gemaakt om over te gaan tot sluiting van de woning aan de [adres] te [plaats] voor de duur van één maand.
3.2.
Hiertegen hebben verzoekers op 19 uni 2024 en op 3 juli 2024 hun zienswijze kenbaar gemaakt.
3.3.
Met het besluit van 1 augustus 2024 heeft de burgemeester de woning gesloten voor de duur van één maand met ingang van 19 augustus 2024.
3.4.
De verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en verzocht om een voorlopige voorziening.
Wettelijk kader
4. De voor de beoordeling van beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Bevoegdheid burgemeester
5. In de woning zijn 19 gripzakjes aangetroffen met daarin in totaal 8,91 gram cocaïne. Cocaïne staat op lijst I van de Opiumwet (harddrugs). Van een handelshoeveelheid harddrugs is volgens het door openbaar ministerie toegepaste criteria sprake wanneer harddrugs in een grotere hoeveelheid dan 0,5 gram aanwezig zijn, waarbij 1 pil gelijkgesteld wordt met 0,5 gram. De aangetroffen hoeveelheid middelen die is aangetroffen is om en nabij 18 keer de hoeveelheid die wordt gezien als een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik. De grote hoeveelheid aangetroffen harddrugs in combinatie met de grote hoeveelheid contant geld wijzen erop dat de aangetroffen drugs bestemd waren voor de verkoop, aflevering of verstrekking daarvan. Tussen partijen is niet in geschil dat de burgemeester bevoegd is om de woning te sluiten op grond van artikel 13b, eerste lid, onder a, van de Opiumwet.
Evenredigheid
6. De burgemeester heeft beleid vastgesteld omtrent de bestuurlijke handhaving van artikel 13b van de Opiumwet (hierna: beleid). Uit het beleid volgt dat de burgemeester bij een constatering van meer dan 0,5 gram harddrugs in een woning die eigendom is van een woningcorporatie, een sluiting voor de duur van één maand wordt opgelegd.
6.1.
Op grond van artikel 4:84 van de Awb handelt het bestuursorgaan overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
6.2.
Op grond van artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) mogen de voor één of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. De voorzieningenrechter zal zich bij de beoordeling van de gronden baseren op de uitspraak van de Afdeling van 2 februari 2022 (evenredigheidsuitspraak). In de evenredigheidsuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat het bestreden besluit geschikt en noodzakelijk moet zijn om de beoogde doelen te bereiken en dat de genomen maatregel evenwichtig moet zijn.
Geschiktheid
7. De burgemeester heeft in het bestreden besluit gemotiveerd dat van een zichtbare tijdelijke sluiting een sterke signaalfunctie uitgaat die naast een preventieve werking (anderen afschrikken en het voorkomen van herhaling) ook de aantrekkingskracht op andere criminele activiteiten tegengaat. Aan drugscriminelen wordt het signaal afgegeven dat de overheid optreedt tegen drugscriminaliteit in of bij woningen. Daarnaast wordt voor drugsgebruikers en criminelen duidelijk dat in de woning geen drugs aanwezig zijn en er dus niets te halen valt. Daardoor wordt de rust rondom de woning voor de omgeving hersteld en worden de risico’s voor omwonenden weggenomen. Tussen partijen is niet in geschil dat het sluiten van een woning geschikt is voor het behalen van het doel dat daarmee is gediend.
Noodzakelijkheid
8. Verzoekers hebben betoogd dat de sluiting niet noodzakelijk is. Het gaat ten eerste om een geringe hoeveelheid harddrugs. Er dus geen sprake van een ernstig geval. Ten tweede is geen sprake van recidive. Ten derde is er geen feitelijke handel vanuit de woning en overlast rondom de woning geconstateerd. Ten vierde heeft de burgemeester niet voldoende gemotiveerd waarom sprake is van een kwetsbare woonwijk. Na een zoekslag op Google, komen maar twee meldingen in de afgelopen vijf jaar naar boven. Ten slotte is sprake van een lange tijd tussen de doorzoeking van de woning en het bestreden besluit.
8.1.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de sluiting van de woning noodzakelijk is. De burgemeester heeft in het bestreden besluit gemotiveerd dat in onderhavig geval, gelet op de ernst en omvang van de overtreding, niet met een waarschuwing kon worden volstaan.
8.2.
Er is namelijk sprake van een ernstig geval. De hoeveelheid die wordt gezien als een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik is ruimschoots overschreden. Daarmee is, in tegenstelling tot wat verzoekers betogen, geen sprake van een geringe hoeveelheid. Bovendien is van belang dat het in dit geval gaat om een constatering van harddrugs.
8.3.
Daarnaast maakt het feit dat geen overlast of transacties zijn geconstateerd rondom de woning niet dat de sluiting in dit geval niet noodzakelijk is. Er is namelijk sprake van een professioneel crimineel samenwerkingsverband. Er is door de politie in kaart gebracht dat het gemiddeld ging om 77 transacties per 24 uur via de “snuiflijn” en 49 transacties per 24 uur via de “rooklijn”. Uit een MMA-melding is gebleken dat de criminele organisatie tot op heden nog actief is. De zoon van verzoekers maakte deel uit van de criminele organisatie en verbleef in die periode in de woning van verzoekers. Gelet op de aangetroffen harddrugs en grove hoeveelheid contant geld, fungeerde de woning als uitvalbasis voor de criminele organisatie. De woning vervulde daarmee een belangrijke rol in het criminele samenwerkingsverband.
Conclusie
10. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken af. Dat betekent dat het bestreden besluit niet wordt geschorst en de woning kan worden gesloten voor de duur van één maand. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. dr. E.J. Govaers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. T.A.A. van Hooijdonk, griffier, op 10 september 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wettelijk kader
Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Artikel 3:4, tweede lid, van de Awb
De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
Artikel 4:84 van de Awb
Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Opiumwet
Artikel 13b, eerste lid, onder a, van de Opiumwet
De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.
Paragraaf 2 van de Aanwijzing Opiumwet.
Afdeling 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285.