Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-07-09
ECLI:NL:RBZWB:2024:6017
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
956 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/423886 / JE RK 24-1181
Datum uitspraak: 9 juli 2024
Beschikking, ambtshalve, tot verbetering
in de zaak van
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING REGIO GELDERLAND,
locatie Arnhem, hierna te noemen: de Raad,
betreffende
[minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2024 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[minderjarige]
, voornoemd,
en
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1],
advocaat mr. J.A. Smits,
en
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2],
advocaat mr. E.J.M.J. Damen.
De kinderrechter merkt als informant aan:
JEUGDBESCHERMING GELDERLAND,
hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (GI),
locatie Arnhem.
Beoordeling
De rechtbank constateert dat in de beschikking van 9 juli 2024, tussen de partijen gewezen, sprake is van een kennelijke vergissing die zich leent voor eenvoudig herstel. In de laatste rechtsoverweging op pagina 6 staat: “De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen kan worden uitgevoerd.” Onder het kopje “beslissing” staat de uitvoerbaar bij voorraad clausule evenwel niet opgenomen, terwijl deze door de kinderrechter bij zijn mondelinge uitspraak wel is benoemd.
Derhalve wordt het dictum van genoemde beschikking alsnog aangevuld zo als hierna vermeld.
Dictum
De rechtbank
verbetert voormelde beschikking van 9 juli 2024, in dier voege, dat het dictum van die beschikking wordt aangevuld als volgt:
“verklaart de beslissingen inzake de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing uitvoerbaar bij voorraad.”
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Leuven, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2024
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.