Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-08-08
ECLI:NL:RBZWB:2024:6000
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,002 tokens
Dictum
NN1, verzoeker in 24/4383
NN2, verzoeker in 24/4384
tezamen: verzoekers
(gemachtigde [gemachtigde] )
en
de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
(voorheen: de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit), verweerder.
Als derde partij neemt aan de zaken deel: Stichting Animal Rights.
Aanleiding
1. Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder van 22 mei 2024 met kenmerk 24-0131 op een verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) van Stichting Animal Rights. Ook hebben zij de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Verzoekers hebben daarbij onder meer gevraagd om (1) anoniem te blijven ten opzichte van Stichting Animal Rights en eventuele andere belanghebbenden in deze procedure anders dan verweerder, en (2) de inhoud van het verzoekschrift, indien en voor zover nodig, slechts gedeeltelijk bekend te maken jegens Stichting Animal Rights en eventuele andere partijen in de procedure anders dan verweerder.
1.1
Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank gezonden. De gedingstukken met de nummers 1 tot en met 8 (beide procedures) zijn geredigeerd (de namen van verzoekers zijn weggelakt) en kunnen aan alle partijen worden toegezonden. Verweerder heeft ten aanzien van bepaalde stukken - op de inventarislijst aangeduid met de nummers 9 tot en met 15 (24/4383) of 9 tot en met 14 (24/4384) - de rechtbank meegedeeld dat deze stukken alleen voor de rechtbank zijn.
1.2
De rechtbank begrijpt de verzoeken van verzoekers en verweerder als een mededeling aan de rechtbank op grond van artikel 8:29, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dat uitsluitend zij daarvan kennis zal mogen nemen en als een verzoek om met toepassing van artikel 8:29, derde lid, van de Awb te beslissen dat de beperkte kennisneming gerechtvaardigd is. De rechtbank zal op dit verzoek besluiten.
Beoordeling
2. Stichting Animal Rights heeft bij verweerder op grond van de Woo informatie opgevraagd over gevallen van tuberculose en uitbraken van tuberculose bij [diersoorten] die in Nederland zijn verbleven danwel in Nederland zijn ingevoerd dan wel uit Nederland zijn uitgevoerd of zijn doorgevoerd in de periode 2019 tot en met 2022 en 2023 tot en met heden. Verweerder heeft besloten om de door Stichting Animal Rights gevraagde informatie gedeeltelijk openbaar te maken. Verzoekers willen openbaarmaking van informatie die op hun betrekking hebben, tegengaan.
Beperkte kennisname van de stukken in een Woo-procedure
3. Voor zover het verzoek betrekking heeft op de stukken waarop het Woo-verzoek ziet, hoeft de rechtbank hier niet op te beslissen. Voor deze stukken geldt op grond van artikel 8:29, zesde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van rechtswege dat uitsluitend de bestuursrechter kennis mag nemen van deze stukken. Ook is toestemming hiertoe van rechtswege verleend. Het betreft de documenten met de nummers 14 en 15 (24/4383) en 13 en 14 (24/4384).
Anoniem procederen
4. De rechtbank stelt vast dat de identiteit van verzoekers onder de reikwijdte van het in geding zijnde Woo-verzoek valt en daarmee onderdeel van het geschil vormt. Bekendmaking van de identiteit van verzoekers op voorhand zou dan ook tot gevolg hebben dat het Woo-verzoek feitelijk voor een deel wordt ingewilligd, zonder dat de voorgenomen openbaarmaking aan een rechterlijke toets is onderworpen. De rechtbank vindt daarom dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de identiteit van verzoekers gerechtvaardigd is.
4.1
Dit betekent dat Stichting Animal Rights en eventuele andere belanghebbenden in de voorlopige voorziening-procedures vooralsnog geen informatie zullen krijgen over de identiteit van verzoekers. Verzoekers zullen om die reden worden aangemerkt als ‘NN1 en NN2’.
Beperkte kennisname stukken ingediend door verzoekers
5. Verzoekers hebben de rechtbank een geanonimiseerd exemplaar van de verzoekschriften, de bezwaarschriften, correspondentie met de rechtbank en het bestreden besluit (met bijlagen) toegezonden, dat in dit verband aan Stichting Animal Rights of andere belanghebbenden kan worden verstrekt. Dit betreft een ‘geschoonde’ versies van deze documenten.
5.1
De rechtbank vindt dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de verzoekschriften, het bezwaarschrift, correspondentie met de rechtbank en het bestreden besluit (met bijlagen) gerechtvaardigd is. De inhoud van deze processtukken zijn namelijk nauw verweven met de inhoud van de Woo-stukken, die inzet zijn van de voorlopige voorziening-procedure. Als Stichting Animal Rights of andere belanghebbenden kennis zouden nemen van de niet-geschoonde versie van de verzoekschriften, de bezwaarschriften, de correspondentie met de rechtbank en het bestreden besluit, dan zou een inhoudelijke behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening deels geen nut meer hebben.
Dit betekent dat aan Stichting Animal Rights en eventuele andere belanghebbenden alleen de ‘geschoonde’ versie van de verzoekschriften, bezwaarschriften, de correspondentie met de rechtbank en het bestreden besluit (met bijlagen) zal worden verstrekt.
Beperkte kennisname stukken ingediend door verweerder
6. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken opgestuurd (op de inventarislijst aangeduid met de nummers 1 tot en met 8) en heeft daarbij de gegevens van NN1 en NN2 geanonimiseerd op grond van artikel 5.1 van de Woo. Inhoudelijk hanteert verweerder meerdere weigeringsgronden. Dit houdt in dat verweerder deze informatie niet aan de Woo-verzoeker verstrekt vanwege de bescherming van bedrijfs- en fabricagegegevens die in vertrouwen aan de overheid zijn medegedeeld, de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en de beveiliging van personen en bedrijven en het voorkomen van sabotage van NN1 en NN2. Ook nationale identificatienummers zijn geweigerd.
6.1
De rechtbank stelt vast dat het gaat om processtukken die zijn overgelegd in het kader van een gerechtelijke procedure en dat het niet gaat om stukken die openbaar zullen worden gemaakt op grond van de Woo. Daarnaast gaat het in de voorlopige voorziening-procedure om het al dan niet openbaar maken van de persoonsgegevens van NN1 en NN2. Voor deze stukken geldt dat er een nauwe verwevenheid met de inhoud van de Woo-stukken is. De rechtbank vindt dat de gevraagde beperking van de kennisneming van deze stukken gerechtvaardigd is.
Toekomstige stukken
7. Omdat het in deze procedure te verwachten is dat er nog nieuwe gedingstukken worden ingebracht waaruit mogelijk de identiteit van verzoekers is af te leiden, besluit de rechtbank dat alleen de bestuursrechter van deze stukken kennis mag nemen, voor zover de identiteit van verzoekers hieruit is af te leiden. Dat betekent dat van partijen gevraagd zal worden van alle gedingstukken een geanonimiseerde versie in te dienen die aan Stichting Animal Rights en eventuele andere belanghebbenden doorgestuurd kan worden.
Dictum
Deze beslissing is op 8 augustus 2024 genomen door mr. L.P. Hertsig, rechter, en door deze en mr.drs. R.J. Wesel, griffier, ondertekend.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat nog geen hoger beroep open. Dat kan worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de einduitspraak in deze zaak.