Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-08-07
ECLI:NL:RBZWB:2024:5804
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
960 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I
Kantonrechter
Middelburg
Zaaknummer: 10731439 CV EXPL 23-2509
Vonnis van 7 augustus 2024 (bij vervroeging)
in de zaak van
STICHTING BEVELAND WONEN,
te Goes,
eiseres,
hierna te noemen: Beveland Wonen,
gemachtigde: mr. M.P.A. Roelands,
tegen
[gedaagde]
,
te [plaats] ,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. M.L.A. van Hurne.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 10 januari 2024 en de daarin genoemde processtukken,
- de akte van uitlating, tevens overlegging producties van 9 april 2024 van mr. Van Hurne met productie 6,
- de mondelinge behandeling van 9 april 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarna de zaak is aangehouden voor uitlaten partijen, - de akte van uitlating, tevens overlegging productie(s) van 17 juli 2024 van mr. Van Hurne met productie 7,
- de e-mail van 17 juli 2024 van mr. Heeren namens Beveland Wonen,
- de akte van uitlating van 31 juli 2024 van mr. Van Hurne.
1.2.
Bij e-mail van 17 juli 2024 heeft mr. Heeren kenbaar gemaakt dat Beveland Wonen haar vordering geheel wenst in te trekken aangezien zij op basis van een deskundigenoordeel -dat in overleg met [gedaagde] tot stand is gekomen- tot het oordeel is gekomen dat de vorderingen zoals die bij dagvaarding zijn ingesteld prematuur zijn. Verder verzet Beveland Wonen zich niet tegen een oordeel over de door [gedaagde] verzochte proceskostenveroordeling.
1.3.
Bij akte van uitlating van 31 juli 2024 heeft mr. Van Hurne medegedeeld dat [gedaagde] niet instemt met een verzoek tot doorhaling van de procedure en dat zij haar vordering tot het uitvoerbaar bij voorraad veroordelen van Beveland Wonen in de proceskosten te vermeerderen met wettelijke rente handhaaft.
1.4.
Vervolgens is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Beveland Wonen heeft haar vordering ingetrokken, hetgeen feitelijk een vermindering van de eis tot nihil inhoudt. Nu Beveland Wonen haar vordering tegen [gedaagde] niet handhaaft, wordt niet toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling daarvan.
2.2.
Gelet op het voorgaande resteert alleen nog een veroordeling in de proceskosten. Beveland Wonen heeft haar vordering ingetrokken, omdat zij meent dat deze prematuur zijn ingesteld. Dat betekent dat zij [gedaagde] nodeloos heeft gedagvaard. Beveland Wonen moet dan ook de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 812,50, bestaande uit € 677,50 (2,5 punt x tarief € 271,00) aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt Beveland Wonen in de proceskosten van € 812,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Beveland Wonen niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Beveland Wonen ook de kosten van betekening betalen,
3.2.
veroordeelt Beveland Wonen in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2024.