Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-01-26
ECLI:NL:RBZWB:2024:548
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
5,558 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster II Handelszaken
Breda
zaaknummer / rolnummer: C/02/418399 / KG ZA 24-34
Vonnis in kort geding van 26 januari 2024
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] B.V.,
statutair gevestigd te [plaats 1] ,
2. [eiser] ,
wonende te [plaats 2] ,
eisers,
advocaat: mr. J.A.A. van der Weijst te Gemonde,
tegen
[gedaagde] h.o.d.n. [bedrijf van gedaagde],
wonende te [plaats 3] ,
gedaagde,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna [eiseres] , [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 26 januari 2024 met producties;
de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 26 januari 2024;
de ter mondelinge behandeling door [eiseres] en [eiser] overgelegde pleitnota met producties.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[eiseres] exploiteert een bouwbedrijf. [eiser] is de middellijk bestuurder van [eiseres] . [gedaagde] exploiteert een eenmanszaak in de interieurbouw.
2.2.
Bij e-mailbericht van 14 november 2023 heeft [gedaagde] gereageerd op een vacature voor timmerman bij [eiseres] .
2.3.
[eiseres] heeft daarop [gedaagde] in opdracht diverse werkzaamheden laten verrichten. Op 10 januari 2024 heeft [eiser] , namens [eiseres] , aan [gedaagde] medegedeeld dat de overeenkomst van opdracht tussen [gedaagde] en [eiseres] per direct wordt opgezegd.
2.4.
Op 10 januari 2024 heeft [gedaagde] aan [eiseres] een factuur toegezonden van een bedrag van € 522,00 voor verrichtte werkzaamheden voor de duur van twee dagen op of omstreeks 8 januari 2024. Op 14 januari 2024 heeft [gedaagde] een factuur toegezonden aan [eiseres] van een bedrag van € 9.792,00 over de periode week 3 tot en met 9. Tegen de laatste factuur heeft [eiseres] bezwaar gemaakt, omdat in die weken niet is/zal worden gewerkt door [gedaagde] in opdracht van [eiseres] .
2.5.
Op 21 januari 2024 stuurt [gedaagde] aan [eiser] : “Tick tock your times running out, This is your last warning. You’ve put an end to my whole life and for that you’ll pay. I’m not ending up on the streets because of your careless and reckless decisions. Putting an end to someone’s income at the start of January Is the equivalent of stripping him of everything as there is no work out there especially for a foreigner in this discriminating and racist country. Call the police they won’t help you they can’t even help themselves. Let’s see how much we will both lose before this happens.”.
2.6.
Op 24 januari 2024 heeft [eiser] aangifte gedaan bij de Politie Boxtel van bedreiging door [gedaagde] .
2.7.
Op 24 januari 2024 heeft de gemachtigde van [eiseres] en [eiser] [gedaagde] gevraagd te bevestigen dat hij geen contact meer zal opnemen met [eiser] en het personeel van [eiseres] en dat hij niet het kantooradres en/of de bouwlocaties van [eiseres] zal bezoeken. Hierop heeft [gedaagde] richting de advocaat van [eiseres] en [eiser] niet gereageerd. Hij heeft wel nog een bericht naar [naam] , voorman bij [eiseres] , en [eiser] gestuurd, waarin is opgenomen: “(…) IF my money ISNT in my account by tomorrow, money you owe me we are coming to your front door. Don’t push me into madness because you will not be able to control it nor handle it. Idgaf about the police either. (…)”.
Geschil
3.1.
[eiseres] en [eiser] vorderen om:
- [gedaagde] met ingang van de dag van betekening van dit vonnis te verbieden:
I. zich te begeven in het gebied met een straal van 500 meter rondom de woning van [eiser] , tevens het kantooradres van [eiseres] of rondom de bouwlocaties van [eiseres] ;
II. om contact op te nemen met (medewerkers van) [eiseres] en [eiser] ;
III. bedreigingen, direct of indirect, op welke wijze dan ook, te uitten tegen [eiseres] , haar personeel of [eiser] ;
op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,00 per overtreding, met machtiging aan [eiseres] en [eiser] om hulp van politie en justitie in te roepen om de tenuitvoerlegging van dit vonnis te bewerkstelligen;
- in goede justitie een andere maatregel te treffen als de hiervoor genoemde vordering niet toewijsbaar is;
- [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
Ter onderbouwing van hun vordering stellen [eiseres] en [eiser] dat na de opzegging van de overeenkomst van opdracht door [eiser] twee facturen door [gedaagde] aan [eiseres] zijn toegestuurd. Eén daarvan is een spookfactuur, omdat die niet ziet op uitgevoerde werkzaamheden of nog uit te voeren werkzaamheden. [eiseres] is dus niet voornemens die te betalen. Dit heeft zij ook medegedeeld aan [gedaagde] , waarop [gedaagde] [eiser] en personeel van [eiseres] diverse malen heeft bedreigd om betaling van zijn facturen af te dwingen. Hierdoor wordt het gezinsleven van [eiser] en medewerkers van [eiseres] ernstig verstoord. Bovendien hebben de bedreigingen geleid tot hevige onrust onder de medewerkers van [eiseres] . [gedaagde] handelt dan ook onrechtmatig ten opzichte van (de medewerkers van) [eiseres] en [eiser] , zodat het gerechtvaardigd is dat een contact- en straatverbod wordt opgelegd. [gedaagde] wordt niet (disproportioneel) geschaad in de toewijzing van het gevraagde straatverbod, nu [gedaagde] niets te zoeken heeft op de daaronder vallende locaties. Hij woont bovendien ook niet in die steden. Het spoedeisend belang volgt uit het feit dat sprake is van bedreiging, afpersing, het gebruik van valse namen en/of hoedanigheden en onrechtmatig gedrag door [gedaagde] .
3.3.
[gedaagde] is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig om uitstel verzocht. Ter mondelinge behandeling is gebleken dat de gemachtigde van [eiseres] en [eiser] [gedaagde] , naast het laten betekenen van de dagvaarding, ook nog op de hoogte heeft gebracht van de onderhavige mondelinge behandeling op de bij hem bekende e-mailadressen van [gedaagde] . Nu [gedaagde] op de juiste wijze is opgeroepen, voldoende de mogelijkheid heeft gehad verweer te voeren of om uitstel te verzoeken en hij, ondanks het voorgaande, niet is verschenen, wordt tegen hem verstek verleend.
3.4.
De voorzieningenrechter overweegt dat in deze procedure dient te worden beoordeeld of [eiseres] en [eiser] een spoedeisend belang hebben bij de gevorderde voorziening en of aannemelijk is dat de vorderingen van [eiseres] en [eiser] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat het – mede gelet op de belangen van partijen over en weer – gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd.
3.5.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter volgt het spoedeisend belang uit de aard van de zaak. [eiseres] en [eiser] zijn dan ook ontvankelijk in hun vorderingen.
3.6.
De voorzieningenrechter overweegt vervolgens dat een contactverbod en een straatverbod inbreuken vormen op de aan eenieder toekomende fundamentele rechten om de eigen mening te uiten respectievelijk om zich vrijelijk te verplaatsen. Het toewijzen van vorderingen tot het treffen van dergelijk ingrijpende maatregelen is in kort geding alleen mogelijk als sprake is van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden, terwijl die feiten en omstandigheden daarnaast zodanig ernstig zijn dat zij dergelijke inbreuken rechtvaardigen.
3.7.
Nu [gedaagde] niet in de procedure is verschenen zijn de stellingen van [eiseres] en [eiser] , als niet weersproken, vast komen te staan. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn deze dermate ernstig dat een inbreuk op de voornoemde rechten gerechtvaardigd is. Er wordt immers gedreigd dat [gedaagde] met een groep personen verhaal komt halen bij [eiser] of bij medewerkers van [eiseres] thuis. De vorderingen van [eiseres] en [eiser] zullen dan ook worden toegewezen, waarbij in verband met de eisen van proportionaliteit de verboden voor de hierna te noemen duur worden opgelegd. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt en gemaximeerd als onder de beslissing vermeld.
3.8.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proces- en nakosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] en [eiser] worden begroot op:
- betekening oproeping € 136,72
- griffierecht € 668,00
- salaris advocaat € 697,00
- nakosten € 178,00+
Totaal € 1.679,72.
Dictum
De voorzieningenrechter
4.1.
verbiedt [gedaagde] gedurende zes maanden na betekening van dit vonnis zich te begeven binnen een straal van 500 meter rondom:
- het woonadres van [eiser] , tevens zijnde het kantooradres van [eiseres] : [adres 1] te [plaats 2] ;
- de bouwlocaties, waar [eiser] actief is:
[adres 2] te [plaats 4] ;
[adres 3] te [plaats 1] ;
[adres 4] te [plaats 1] ;
[adres 5] te [plaats 5] ;
[adres 6] te [plaats 6] ;
4.2.
verbiedt [gedaagde] gedurende zes maanden na betekening van dit vonnis persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins contact op te nemen met [eiseres] , haar personeel of [eiser] , dan wel hen, direct of indirect, te bedreigen op welke wijze dan ook;
4.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] en [eiser] een dwangsom te betalen van € 2.500,00 voor iedere keer dat hij niet aan de in 4.1. en 4.2. uitgesproken veroordelingen voldoet, tot een maximum van € 20.000,00 is bereikt,
4.4.
machtigt [eiseres] en [eiser] om met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van dit vonnis te bewerkstelligen, indien [gedaagde] in gebreke blijft aan het onder 4.1. en 4.2. van dit vonnis bepaalde te voldoen,
4.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.679,72, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet [gedaagde] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,
4.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Römers en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2024.
type: BF
coll: PR
Inleiding
vonnis
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster II Handelszaken
Breda
zaaknummer / rolnummer: C/02/418399 / KG ZA 24-34
Vonnis in kort geding van 26 januari 2024
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] B.V.,
statutair gevestigd te [plaats 1] ,
2. [eiser] ,
wonende te [plaats 2] ,
eisers,
advocaat: mr. J.A.A. van der Weijst te Gemonde,
tegen
[gedaagde] h.o.d.n. [bedrijf van gedaagde],
wonende te [plaats 3] ,
gedaagde,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna [eiseres] , [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 26 januari 2024 met producties;
de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 26 januari 2024;
de ter mondelinge behandeling door [eiseres] en [eiser] overgelegde pleitnota met producties.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[eiseres] exploiteert een bouwbedrijf. [eiser] is de middellijk bestuurder van [eiseres] . [gedaagde] exploiteert een eenmanszaak in de interieurbouw.
2.2.
Bij e-mailbericht van 14 november 2023 heeft [gedaagde] gereageerd op een vacature voor timmerman bij [eiseres] .
2.3.
[eiseres] heeft daarop [gedaagde] in opdracht diverse werkzaamheden laten verrichten. Op 10 januari 2024 heeft [eiser] , namens [eiseres] , aan [gedaagde] medegedeeld dat de overeenkomst van opdracht tussen [gedaagde] en [eiseres] per direct wordt opgezegd.
2.4.
Op 10 januari 2024 heeft [gedaagde] aan [eiseres] een factuur toegezonden van een bedrag van € 522,00 voor verrichtte werkzaamheden voor de duur van twee dagen op of omstreeks 8 januari 2024. Op 14 januari 2024 heeft [gedaagde] een factuur toegezonden aan [eiseres] van een bedrag van € 9.792,00 over de periode week 3 tot en met 9. Tegen de laatste factuur heeft [eiseres] bezwaar gemaakt, omdat in die weken niet is/zal worden gewerkt door [gedaagde] in opdracht van [eiseres] .
2.5.
Op 21 januari 2024 stuurt [gedaagde] aan [eiser] : “Tick tock your times running out, This is your last warning. You’ve put an end to my whole life and for that you’ll pay. I’m not ending up on the streets because of your careless and reckless decisions. Putting an end to someone’s income at the start of January Is the equivalent of stripping him of everything as there is no work out there especially for a foreigner in this discriminating and racist country. Call the police they won’t help you they can’t even help themselves. Let’s see how much we will both lose before this happens.”.
2.6.
Op 24 januari 2024 heeft [eiser] aangifte gedaan bij de Politie Boxtel van bedreiging door [gedaagde] .
2.7.
Op 24 januari 2024 heeft de gemachtigde van [eiseres] en [eiser] [gedaagde] gevraagd te bevestigen dat hij geen contact meer zal opnemen met [eiser] en het personeel van [eiseres] en dat hij niet het kantooradres en/of de bouwlocaties van [eiseres] zal bezoeken. Hierop heeft [gedaagde] richting de advocaat van [eiseres] en [eiser] niet gereageerd. Hij heeft wel nog een bericht naar [naam] , voorman bij [eiseres] , en [eiser] gestuurd, waarin is opgenomen: “(…) IF my money ISNT in my account by tomorrow, money you owe me we are coming to your front door. Don’t push me into madness because you will not be able to control it nor handle it. Idgaf about the police either. (…)”.
Geschil
3.1.
[eiseres] en [eiser] vorderen om:
- [gedaagde] met ingang van de dag van betekening van dit vonnis te verbieden:
I. zich te begeven in het gebied met een straal van 500 meter rondom de woning van [eiser] , tevens het kantooradres van [eiseres] of rondom de bouwlocaties van [eiseres] ;
II. om contact op te nemen met (medewerkers van) [eiseres] en [eiser] ;
III. bedreigingen, direct of indirect, op welke wijze dan ook, te uitten tegen [eiseres] , haar personeel of [eiser] ;
op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,00 per overtreding, met machtiging aan [eiseres] en [eiser] om hulp van politie en justitie in te roepen om de tenuitvoerlegging van dit vonnis te bewerkstelligen;
- in goede justitie een andere maatregel te treffen als de hiervoor genoemde vordering niet toewijsbaar is;
- [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
Ter onderbouwing van hun vordering stellen [eiseres] en [eiser] dat na de opzegging van de overeenkomst van opdracht door [eiser] twee facturen door [gedaagde] aan [eiseres] zijn toegestuurd. Eén daarvan is een spookfactuur, omdat die niet ziet op uitgevoerde werkzaamheden of nog uit te voeren werkzaamheden. [eiseres] is dus niet voornemens die te betalen. Dit heeft zij ook medegedeeld aan [gedaagde] , waarop [gedaagde] [eiser] en personeel van [eiseres] diverse malen heeft bedreigd om betaling van zijn facturen af te dwingen. Hierdoor wordt het gezinsleven van [eiser] en medewerkers van [eiseres] ernstig verstoord. Bovendien hebben de bedreigingen geleid tot hevige onrust onder de medewerkers van [eiseres] . [gedaagde] handelt dan ook onrechtmatig ten opzichte van (de medewerkers van) [eiseres] en [eiser] , zodat het gerechtvaardigd is dat een contact- en straatverbod wordt opgelegd. [gedaagde] wordt niet (disproportioneel) geschaad in de toewijzing van het gevraagde straatverbod, nu [gedaagde] niets te zoeken heeft op de daaronder vallende locaties. Hij woont bovendien ook niet in die steden. Het spoedeisend belang volgt uit het feit dat sprake is van bedreiging, afpersing, het gebruik van valse namen en/of hoedanigheden en onrechtmatig gedrag door [gedaagde] .
3.3.
[gedaagde] is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig om uitstel verzocht. Ter mondelinge behandeling is gebleken dat de gemachtigde van [eiseres] en [eiser] [gedaagde] , naast het laten betekenen van de dagvaarding, ook nog op de hoogte heeft gebracht van de onderhavige mondelinge behandeling op de bij hem bekende e-mailadressen van [gedaagde] . Nu [gedaagde] op de juiste wijze is opgeroepen, voldoende de mogelijkheid heeft gehad verweer te voeren of om uitstel te verzoeken en hij, ondanks het voorgaande, niet is verschenen, wordt tegen hem verstek verleend.
3.4.
De voorzieningenrechter overweegt dat in deze procedure dient te worden beoordeeld of [eiseres] en [eiser] een spoedeisend belang hebben bij de gevorderde voorziening en of aannemelijk is dat de vorderingen van [eiseres] en [eiser] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat het – mede gelet op de belangen van partijen over en weer – gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd.
3.5.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter volgt het spoedeisend belang uit de aard van de zaak. [eiseres] en [eiser] zijn dan ook ontvankelijk in hun vorderingen.
3.6.
De voorzieningenrechter overweegt vervolgens dat een contactverbod en een straatverbod inbreuken vormen op de aan eenieder toekomende fundamentele rechten om de eigen mening te uiten respectievelijk om zich vrijelijk te verplaatsen. Het toewijzen van vorderingen tot het treffen van dergelijk ingrijpende maatregelen is in kort geding alleen mogelijk als sprake is van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden, terwijl die feiten en omstandigheden daarnaast zodanig ernstig zijn dat zij dergelijke inbreuken rechtvaardigen.
3.7.
Nu [gedaagde] niet in de procedure is verschenen zijn de stellingen van [eiseres] en [eiser] , als niet weersproken, vast komen te staan. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn deze dermate ernstig dat een inbreuk op de voornoemde rechten gerechtvaardigd is. Er wordt immers gedreigd dat [gedaagde] met een groep personen verhaal komt halen bij [eiser] of bij medewerkers van [eiseres] thuis. De vorderingen van [eiseres] en [eiser] zullen dan ook worden toegewezen, waarbij in verband met de eisen van proportionaliteit de verboden voor de hierna te noemen duur worden opgelegd. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt en gemaximeerd als onder de beslissing vermeld.
3.8.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proces- en nakosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] en [eiser] worden begroot op:
- betekening oproeping € 136,72
- griffierecht € 668,00
- salaris advocaat € 697,00
- nakosten € 178,00+
Totaal € 1.679,72.
Dictum
De voorzieningenrechter
4.1.
verbiedt [gedaagde] gedurende zes maanden na betekening van dit vonnis zich te begeven binnen een straal van 500 meter rondom:
- het woonadres van [eiser] , tevens zijnde het kantooradres van [eiseres] : [adres 1] te [plaats 2] ;
- de bouwlocaties, waar [eiser] actief is:
[adres 2] te [plaats 4] ;
[adres 3] te [plaats 1] ;
[adres 4] te [plaats 1] ;
[adres 5] te [plaats 5] ;
[adres 6] te [plaats 6] ;
4.2.
verbiedt [gedaagde] gedurende zes maanden na betekening van dit vonnis persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins contact op te nemen met [eiseres] , haar personeel of [eiser] , dan wel hen, direct of indirect, te bedreigen op welke wijze dan ook;
4.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] en [eiser] een dwangsom te betalen van € 2.500,00 voor iedere keer dat hij niet aan de in 4.1. en 4.2. uitgesproken veroordelingen voldoet, tot een maximum van € 20.000,00 is bereikt,
4.4.
machtigt [eiseres] en [eiser] om met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van dit vonnis te bewerkstelligen, indien [gedaagde] in gebreke blijft aan het onder 4.1. en 4.2. van dit vonnis bepaalde te voldoen,
4.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.679,72, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet [gedaagde] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,
4.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Römers en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2024.
type: BF
coll: PR