Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-07-17
ECLI:NL:RBZWB:2024:5469
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,259 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/342861/ FA RK 18-1528
datum uitspraak: 17 juli 2024
nadere beschikking omtrent vaststelling omgangsregeling
in de zaak van
[de man] ,
hierna: de man,
wonende in [plaats 1] ,
advocaat: mr. C.E.J. Kouijzer te Middelburg ,
tegen
[de vrouw] ,
hierna: de vrouw,
wonende in [plaats 2] ,
Voorheen advocaat mr. M.W.A. Verhaard, onttrokken 2 maart 2022.
over de minderjarige:
- [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2015, hierna: [minderjarige] .
Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg,
hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.
1Het verdere procesverloop
1.1
In het dossier zitten de volgende stukken:
- de beschikking van deze rechtbank van 25 augustus 2020 en alle daarin genoemde stukken;
- het rapport van de Raad van 17 mei 2021;
- de rapportage van Kind in Scheiding Zeeland van 7 juni 2022;
- de melding onderzoek na screening UHA van de Raad van 4 juli 2022;
- het rapport van de Raad van 27 januari 2023;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 24 maart 2023;
- het F9-formulier van mr. Kouijzer d.d. 28 maart 2023, met bijlage;
- het rapport van de Raad van 22 januari 2024.
1.2
Het verzoek is nader mondeling behandeld op 17 mei 2024. Bij die behandeling zijn gekomen de man, met zijn advocaat, en de vrouw. Ook was een vertegenwoordiger aanwezig namens de Raad.
2De verdere beoordeling
2.1
Nog aanhangig is het verzoek van de man tot vaststelling van een omgangsregeling tussen hem en [minderjarige] gedurende een weekend per veertien dagen van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur, althans een regeling die de rechtbank passend acht.
2.2
Bij beschikking van 25 augustus 2020 zijn partijen verwezen naar een hulpverleningstraject in het kader van het Uniform Hulpaanbod. In juni 2022 heeft het zorgloket het hulpverleningstraject negatief teruggekoppeld. Als gevolg van die negatieve terugkoppeling heeft de Raad een nader onderzoek verricht. Uit het rapport van de Raad van 27 januari 2023 blijkt dat de Raad adviseerde de traumabehandeling van [minderjarige] bij [jeugdzorginstelling] af te ronden en pas daarna te gaan werken aan contactherstel tussen de man en [minderjarige] .
2.3
Bij proces-verbaal van 24 maart 2023 is de behandeling van het verzoek van de man aangehouden tot 28 november 2023, in afwachting van de resultaten van de hulpverlening binnen de nog uit te spreken ondertoezichtstelling. [minderjarige] is bij beschikking van 19 april 2023 onder toezicht gesteld voor de duur van een jaar. Deze ondertoezichtstelling is niet verlengd.
2.4
In zijn nader onderzoek van 22 januari 2024 adviseert de Raad het verzoek van de man af te wijzen. De Raad acht vaststelling van een omgangsregeling niet in het belang van [minderjarige] . Het is voor [minderjarige] belangrijk dat een eventueel contactherstel plaatsvindt binnen een kader waarin structuur en voorspelbaarheid van belang zijn. De man heeft zich gedurende de ondertoezichtstelling onvoldoende opengesteld voor de adviezen van de GI. Hij is onvoldoende in staat om rekening te houden met de kindeigen problematiek van [minderjarige] . De man wil graag contact met [minderjarige] maar niet onder bepaalde voorwaarden. De man staat niet open voor adviezen vanuit de hulpverlening en wil de omgang met [minderjarige] onder zijn eigen voorwaarden vormgeven. Uit het persoonlijke gesprek tussen de Raad en de man blijkt dat de man zelfbepalend is. Hij bagatelliseert de problemen rondom [minderjarige] . De man heeft de mogelijkheid om toe te werken naar contactherstel onvoldoende benut. Wel vindt de Raad het belangrijk dat de vrouw de man op de hoogte houdt omtrent [minderjarige] . De vrouw kan de man driemaandelijks op de hoogte houden van [minderjarige] door middel van het sturen van een e-mail met informatie over [minderjarige] .
2.5
Tijdens de mondelinge behandeling handhaaft de Raad zijn standpunt. [minderjarige] heeft zijn vader nu zo’n tweeëneenhalf jaar niet gezien. Omgang met zijn vader moet zorgvuldig en veilig worden opgebouwd. School beaamt dat ook. De Raad acht het nodig dat de omgang eerst onder begeleiding plaatsvindt en wordt opgebouwd. De man is het daar niet mee eens en hij wil daar niet aan meewerken. Hij wil zich niet conformeren aan voorwaarden omtrent de omgang. De man wil dat de omgang op zijn manier vorm wordt gegeven maar dat is te belastend voor [minderjarige] . De man kan of wil dat niet inzien. Het verzoek van de man tot vaststelling van een omgangsregeling moet dan ook worden afgewezen. Het is wel belangrijk dat de vrouw de man voorziet van informatie over [minderjarige] . Ooit zal er toch contact moeten komen tussen [minderjarige] en de man en dan is het fijn dat de man op de hoogte is van het wel en wee van [minderjarige] . Bovendien heeft de man ook recht op die informatie.
2.6
Door en namens de man wordt tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat het hem zorgen baart dat het niet beter lijkt te gaan met [minderjarige] . Deze procedure loopt al heel lang en nog steeds gaat het niet goed met [minderjarige] . De man is al lang uit beeld bij [minderjarige] , er is al zo’n tweeëneenhalf jaar geen contact tussen hen geweest. De man maakt zich zorgen over de stabiliteit in het leven van [minderjarige] . Zo is de vrouw al veelvuldig gewisseld van partner en heeft zij op veel verschillende plekken gewoond. De man was graag een stabiele factor in het leven van [minderjarige] geweest. De man kwam niet op 1 lijn te zitten met de GI over wat het beste is voor [minderjarige] . De man wil niet verder meewerken aan het opbouwen van de omgang met [minderjarige] . Hij is het er niet mee eens dat hij maar twee uur onder begeleiding omgang met [minderjarige] mag hebben. Voorheen had hij onbegeleide omgang met [minderjarige] dus hij ziet niet in waarom de omgang nu wel begeleid wel moet. Als er zo weinig omgang plaatsvindt en ook nog onder begeleiding dan bouw je geen band op met je kind. De man krijgt geen enkele garantie dat het beter gaat worden. De bemoeienis van de GI binnen de ondertoezichtstelling heeft ook tot niets geleid. De man wil best meewerken aan adviezen van de Raad, maar dan moet de omgang wel meer dan twee uur begeleid.
2.7
De vrouw voert tijdens de mondelinge behandeling aan dat [minderjarige] veel heeft meegemaakt. Hij heeft daardoor veel begeleiding nodig. [minderjarige] krijgt nog steeds begeleiding van [jeugdzorginstelling] en volgt daar PMT. Vorige week heeft de vrouw een terugkoppeling van [jeugdzorginstelling] gekregen en haar is meegedeeld dat [minderjarige] flinke stappen vooruit zet. Er zijn nog wel dingen waaraan gewerkt moet worden. [minderjarige] zit ook niet voor niets op speciaal onderwijs. De vrouw was juist blij met de begeleiding vanuit de GI binnen de ondertoezichtstelling. Het is jammer dat de man zijn medewerking niet wilde verlenen aan adviezen van de GI. De vrouw betwist dat de man in het verleden een band heeft opgebouwd met [minderjarige] . Ze zijn nooit voor langere tijd samen geweest. En de keren dat er omgang was heeft [minderjarige] die omgang als niet prettig ervaren. De man deed vaak valse beloften. De vrouw is geschrokken van het advies van de Raad.
Dictum
De rechtbank
3.1
wijst het verzoek van de man tot vaststelling van een omgangsregeling af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2024 in aanwezigheid van mr. Duerink-Bottinga, griffier.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.