Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-08-07
ECLI:NL:RBZWB:2024:5424
Strafrecht
Op tegenspraak
1,417 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
parketnummer: 02/175543-22
vonnis van de meervoudige kamer van 7 augustus 2024
in de strafzaak tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres] ,
raadsvrouw mr. S. van Steenberge, advocaat te Terneuzen.
1Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 24 juli 2024, waarbij de officier van justitie, mr. M. van Leeuwen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het openlijk en in vereniging plegen van geweld tegen [aangever 1] ,
[aangever 2] en [aangever 3] .
3De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
Beoordeling
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde openlijk geweld.
4.2
Het standpunt van de verdediging
Verdachte heeft verklaard dat hij met bier heeft gegooid. Dit is gebeurd in het licht van emoties en het feit dat er racistische opmerkingen werden gemaakt. Op een gegeven moment werd iedereen richting de hal gedreven. Verdachte zag veel mensen op zich afkomen. Om personen op afstand te houden heeft hij een barkruk vastgehouden. Verdachte ontkent met de barkruk te hebben gegooid of geslagen.
4.3
Beoordeling
De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van aangevers en getuigen inconsistent en wisselend zijn en op essentiële punten tegenstrijdigheden vertonen. Dit, in combinatie met de oncontroleerbare wijze waarop de herkenning van de verdachten in de bestuurskamer van [voetbalclub] is verlopen, maakt dat niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat verdachte deel uitmaakte (door het leveren van een wezenlijke bijdrage) van de groep die openlijk geweld heeft gepleegd. Verdachte heeft weliswaar verklaard dat hij een barkruk vast had, maar uit de getuigenverklaringen in het dossier blijken ook aanwijzingen dat hij niet de enige was. Op basis van het dossier valt weliswaar niet uit te sluiten dat verdachte enige bijdrage heeft geleverd aan het gepleegde geweld, maar wat die bijdrage dan is geweest, kan niet eenduidig worden vastgesteld. Het voorgaande levert naar het oordeel van de rechtbank de conclusie op dat het aan verdachte ten laste gelegde feit niet bewezen is. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken.
5De benadeelde partij
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [aangever 2] , ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 200,00 aan immateriële schade.
5.1
Beoordeling
De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu verdachte zal worden vrijgesproken.
Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
Dictum
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde feit;
Benadeelde partij [aangever 2]
- verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Crombach, voorzitter, mr. N. van der Ploeg-Hogervorst en mr. H. Skalonjic, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Kroes, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 7 augustus 2024.
Mr. Kroes is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
7Bijlage I
De tenlastelegging
Hij op of omstreeks 12 februari 2022 te [plaats] met een ander of anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten de (sport)kantine op het complex van [voetbalclub] , openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] , welk geweld bestond uit:
- het (met de vuist) slaan en/of het stompen tegen het gezicht/hoofd en/of lichaam van die [aangever 1] en/of het schoppen/trappen tegen het hoofd en/of lichaam (terwijl deze op de grond lag) van die [aangever 1] , en/of
- het trappen/schoppen in de buik, althans tegen lichaam, van die [aangever 2] en/of het gooien/slaan met een barkruk naar/van die [aangever 2] , en/of
- het (met de vuist) slaan/stompen tegen het gezicht/hoofd van die [aangever 3] en/of het gooien/slaan met een barkruk en een (klap)tafel naar/van die [aangever 3] .