Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-02-02
ECLI:NL:RBZWB:2024:535
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
823 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/418085 / FA RK 24/222
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 2 februari 2024 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1973 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [woonadres] ,
thans verblijvende in de accommodatie Stichting Emergis in [locatie] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. S. Köller in Middelburg.
Procesverloop
1.1
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift van 17 januari 2024, ingekomen ter griffie op 17 januari 2024, waarin de officier van justitie heeft verzocht om voortzetting van de op 17 januari 2024 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Goes tot het nemen van de crisismaatregel van 17 januari 2024;
- de medische verklaring van 17 januari 2024;
- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet Bopz en de Wvggz;
- een afschrift van de justitiële documentatie en/of de politiemutaties.
Daarnaast blijkt het procesverloop uit de volgende stukken:
- de e-mail van dr. [naam], psychiater in opleiding, van 19 januari 2024;
- de brief van de officier van justitie van 19 januari 2024, inhoudende een intrekking van het verzoek.
2Verzoek
2.1
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor betrokkene te verlenen.
Beoordeling
3.1
Op 19 januari 2024 zou bovengenoemd verzoek behandeld worden bij Stichting Emergis in [locatie] . Op die datum heeft dr. [naam], psychiater in opleiding, het Openbaar Ministerie per e-mail geïnformeerd dat na overleg is besloten dat de mondelinge behandeling van betrokkene geen doorgang hoeft te vinden, omdat er geen sprake meer is van een psychiatrisch toestandsbeeld met onmiddellijk dreigend ernstig nadeel als gevolg. De officier van justitie heeft vervolgens op 19 januari 2024 het verzoek schriftelijk ingetrokken.
3.2
Gelet op de intrekking van het verzoek, kan het verzoek niet langer worden onderzocht en beoordeeld. De rechtbank zal daarom de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in het verzoek.
3.3
Dit leidt tot de volgende beslissing.
Dictum
De rechtbank:
4.1
verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het verzoek.
Deze beschikking is in het openbaar uitgesproken door mr. Van Eck, rechter, in tegenwoordigheid van mr. Hol, griffier, op 2 februari 2024.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.