Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-07-30
ECLI:NL:RBZWB:2024:5245
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
989 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/1968 V
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juli 2024 op het verzet van
[opposante] B.V., uit Tilburg, opposante
(gesteld gemachtigde: [naam]),
tegen de uitspraak van de rechtbank van 25 augustus 2023 in het geding tussen
opposante
en
de directie van de RDW.
Inleiding
1. Deze uitspraak op het verzet van opposante gaat over de uitspraak van de rechtbank van 25 augustus 2023 waarin de rechtbank het beroep van opposante niet-ontvankelijk heeft verklaard.
1.1.
Opposante heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 25 augustus 2023 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.
3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet niet-ontvankelijk is omdat opposante de gronden van het verzet niet heeft vermeld en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Toetsingskader
4. Iemand die verzet instelt, moet in het verzetschrift de gronden van het verzet vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met de bestreden uitspraak. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
Heeft opposante de gronden tijdig vermeld?
5. Opposante heeft in haar pro forma verzetschrift geen gronden vermeld. De rechtbank heeft opposante bij brief van 12 januari 2024 verzocht om binnen twee weken dit verzuim te herstellen. Opposante heeft binnen de termijn verzocht om uitstel. De rechtbank heeft opposante bij brief van 20 februari 2024 acht weken uitstel verleend. Nu een reactie van opposante uitbleef, is opposante bij aangetekende brief van 30 april 2024 een laatste termijn van vier weken gegeven. Opposante heeft binnen de termijnen geen gronden ingediend. Opposante heeft de gronden van verzet dus niet tijdig vermeld.
Is het niet tijdig vermelden van de gronden verontschuldigbaar?
6. Opposante heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Conclusie
7. Het verzet is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het verzet niet inhoudelijk beoordeelt en dat de bestreden uitspraak in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 30 juli 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen in de bodemzaak op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Met opposante wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift.
Dit volgt uit artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Dit staat in artikel 8:55 van de Awb gelezen in samenhang met artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb.
Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.