Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-01-30
ECLI:NL:RBZWB:2024:523
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
847 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/11609
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 januari 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,
(gemachtigde: mr. J.W. van de Wege),
en
Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 3 mei 2022 tegen de afwijzende beschikking eerste toets € 30.000.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
Is het beroep van eiseres ontvankelijk?
2. Het beroep van eiseres is kennelijk niet-ontvankelijk, omdat eiseres geen procesbelang heeft. Voordat eiseres dit beroep instelde is de integrale herbeoordeling afgerond op 19 januari 2023 met de definitieve beschikking herbeoordeling kinderopvangtoeslag over de jaren 2013 tot en met 2019. Hierin is beoordeeld dat eiseres geen recht heeft op compensatie en dus ook niet op de € 30.000 van de eerste toets. Het bezwaar van 3 mei 2022 ziet op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb ook op de definitieve beschikking herbeoordeling kinderopvangtoeslag van 19 januari 2023, maar eiseres heeft tegen het besluit van 19 januari 2023 (nogmaals) afzonderlijk bezwaar aangetekend op 1 februari 2023. Op 3 oktober 2023 heeft deze rechtbank al uitspraak gedaan, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op het bezwaar van 1 februari 2023. Omdat het bezwaar van 1 februari 2023 ook ziet op het niet toekennen van de € 30.000 uit de lichte toets en verweerder al een dwangsom verbeurt voor het niet op tijd beslissen op het bezwaar van 1 februari 2023, heeft eiseres geen belang meer bij een oordeel of verweerder niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 3 mei 2022. Er is dus geen procesbelang en het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk zal beoordelen.
Conclusie
3. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 30 januari 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
ECLI:NL:RBZWB:2023:6823.