Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-07-19
ECLI:NL:RBZWB:2024:5012
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,398 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/4727 en BRE 24/4728
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juli 2024 in de zaken tussen
1. [eiser 1]
, uit [plaats], eiser 1,
2. [eiser 2], uit [plaats], eiser 2,
(gemachtigde: [eiser 1]),
samen: eisers,
en
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goes.
Als vergunninghoudster heeft deelgenomen:
[B.V.]
Inleiding
Eisers hebben beroep ingediend tegen een besluit van het college van 10 april 2024, over het verlenen van een omgevingsvergunning. Het college heeft toestemming verleend om af te wijken van het bestemmingsplan, voor het realiseren van een grondgebonden woning en dertien appartementen.
De Crisis- en herstelwet (Chw) is op de beroepen van toepassing.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
1. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat eisers de gronden van het beroep niet hebben aangevoerd. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
2. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Na afloop van de termijn voor het instellen van beroep kunnen op grond van de Chw geen beroepsgronden meer worden aangevoerd. Dat betekent dat eisers de beroepsgronden binnen de beroepstermijn moesten indienen. Uit de Chw volgt dat het beroep niet-ontvankelijk is, wanneer de beroepsgronden niet binnen die termijn zijn ingediend.
Hebben eisers de gronden tijdig aangevoerd?
3. Eisers hebben geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. Eisers hebben in hun beroepschrift geschreven dat het beroepschrift moest worden aangemerkt als een pro forma beroepschrift. De beroepstermijn liep tot uiterlijk 29 mei 2024. Eisers hebben hun beroepschrift ingediend op 27 mei 2024. Eisers hebben de beroepsgronden niet uiterlijk 29 mei 2024 aangevuld. Omdat in de bekendmaking in het Gemeenteblad van Goes niet stond dat de Chw op het besluit van toepassing is én omdat de rechtbank eisers niet binnen de beroepstermijn heeft gewezen op de verplichting om de gronden uiterlijk 29 mei 2024 aan te vullen, heeft de rechtbank eisers bij brief van 25 juni 2024 in de gelegenheid gesteld om de gronden alsnog binnen twee weken na die datum in te dienen bij de rechtbank. In de brief staat ook vermeld dat de gronden ná die twee weken niet meer kunnen worden ingediend en dat het beroep dan conform de Chw niet-ontvankelijk is. De rechtbank heeft ook telefonisch aan eiser 1 en de gemachtigde van eiser 2 medegedeeld dat die brief was verzonden en wat de inhoud van die brief was. Eisers hebben binnen die termijn geen gronden ingediend. Eisers hebben de beroepsgronden dus niet tijdig aangevoerd.
Is het niet tijdig aanvoeren van de gronden verschoonbaar?
4. Eisers hebben geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding.
Conclusie
5. De beroep zijn daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de beroepen niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.L.E. Ides Peeters, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van Asten, griffier, op 19 juli 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Op grond van artikel 1.1, eerste lid, onder a, van de Chw in samenhang met artikel 3.1 van bijlage I bij de Chw. Het is een ontwikkeling krachtens een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan wordt afgeweken, ten behoeve van de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden.
Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, onder d, van de Awb.
Artikel 1.6a van de Chw.
Dit staat in artikel 6:6 van de Awb in samenhang met artikel 1.6, tweede lid, van de Chw.
Dit volgt uit artikel 6:7 in samenhang met artikel 6:8, vierde lid, van de Awb. De terinzagelegging ving aan op 17 april 2024.
Op grond van artikel 6:11 van de Awb.