Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-07-18
ECLI:NL:RBZWB:2024:4935
Bestuursrecht; Belastingrecht
Rekestprocedure
869 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/1291
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats 1] , belanghebbende,
(gemachtigde: mr. A.C.F. Berkhof, verbonden aan advocatenkantoor Zeeland),
en
de heffingsambtenaar van SaBeWa Zeeland (gemeente Goes), de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 3 januari 2023.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 25 februari 2022 de waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats 2] (de woning) op 1 januari 2021 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 859.000 Tegelijk met deze waardevaststelling is aan belanghebbende onder andere de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Goes voor het jaar 2022 opgelegd (de aanslag OZB).
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende gegrond verklaard, de waarde van de woning is verlaagd naar € 636.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig verlaagd.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 3 juli 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en namens de heffingsambtenaar mr. P. de Smit.
Overwegingen
2. Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt. Afgesproken is dat de WOZ-waarde van [adres] te [plaats 2] voor het jaar 2022 wordt vastgesteld op € 364.000. Partijen hebben ook overeenstemming bereikt over de aan belanghebbende te vergoeden proceskosten en de vergoeding van het griffierecht. Afgesproken is dat de heffingsambtenaar een bedrag van € 1.546 aan belanghebbende zal vergoeden, bestaande uit € 1.495 aan proceskosten en € 51 aan griffierecht.
2.1.
De rechtbank heeft overeenkomstig het voorgaande beslist.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de uitspraak op bezwaar;
vermindert de WOZ-waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats 2] tot een bedrag van € 364.000;
bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51 aan belanghebbende moet vergoeden;
veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 1.495 aan proceskosten aan belanghebbende.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E. de Boer, in aanwezigheid van W.M.C. Oomen, griffier, op 18 juli 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.