Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-06-26
ECLI:NL:RBZWB:2024:4570
Civiel recht
Bodemzaak
2,070 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster II Handelszaken
Breda
zaaknummer / rolnummer: C/02/422468 / HA ZA 24-258
Vonnis van 26 juni 2024
in de zaak van
1 [eiser 1] ,
wonende te [plaats 1] ,
2. [eiser 2],
wonende te [plaats 2] ,
eisers,
advocaat mr. T.B.M. Kersten te 's-Hertogenbosch,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [plaats 3] ,
gedaagde,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding,
het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Eisers vorderen dat gedaagde binnen 7 dagen na de dag waarop dit vonnis wordt gewezen de tekortkoming ongedaan maakt. De rechtbank wijst deze vordering af voor zover dit ziet op de termijn na het in deze te wijzen vonnis. Gedaagde is niet in de procedure verschenen en dit vonnis wordt daarom bij verstek gewezen. Dit betekent dat gedaagde hiervan pas kennis kan nemen als het vonnis aan haar is betekend. Gelet daarop zal de rechtbank de termijn verbinden aan de datum van betekening in plaats van aan de datum van het vonnis.
2.2.
De rechtbank stelt vast dat het petitum onder I. niet volledig is. De rechtbank ziet aanleiding om dit in het dictum ambtshalve aan te passen.
2.3.
Eisers vorderen een dwangsom van € 5.000,00 per dag dat gedaagde in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen. De rechtbank zal de gevorderde dwangsom ambtshalve matigen en maximeren, zoals hierna in het dictum wordt vermeld.
2.4.
Het gevorderde komt de rechtbank verder niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen als vermeld in de beslissing.
Proceskosten
2.5.
Gedaagde is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Met inachtneming van de door eisers gevorderde bedragen, worden de proceskosten van eisers begroot op:
- dagvaarding € 139,30
- griffierecht € 320,00
- salaris advocaat € 614,00 (1,0 punt × tarief II)
- nakosten € 157,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.230,30
2.6.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De rechtbank
3.1.
veroordeelt gedaagde om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis de tekortkoming ongedaan te maken en de parkeerplaatsen, nader kadastraal aangeduid als de parkeerplaatsen, kadastraal bekend [gemeente] , [sectie] , [nummer] [index] (zoals weergegeven onder punt 2b van de inleidende dagvaarding) terug te brengen in de toestand ten tijde van de levering aan eisers, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat gedaagde in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen, tot een maximum van € 15.000,00 is bereikt,
3.2.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 1.230,30, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet gedaagde € 82,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,
3.3.
veroordeelt gedaagde in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,
3.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Goedegebuur en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2024.
Inleiding
vonnis
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster II Handelszaken
Breda
zaaknummer / rolnummer: C/02/422468 / HA ZA 24-258
Vonnis van 26 juni 2024
in de zaak van
1 [eiser 1] ,
wonende te [plaats 1] ,
2. [eiser 2],
wonende te [plaats 2] ,
eisers,
advocaat mr. T.B.M. Kersten te 's-Hertogenbosch,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [plaats 3] ,
gedaagde,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding,
het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Eisers vorderen dat gedaagde binnen 7 dagen na de dag waarop dit vonnis wordt gewezen de tekortkoming ongedaan maakt. De rechtbank wijst deze vordering af voor zover dit ziet op de termijn na het in deze te wijzen vonnis. Gedaagde is niet in de procedure verschenen en dit vonnis wordt daarom bij verstek gewezen. Dit betekent dat gedaagde hiervan pas kennis kan nemen als het vonnis aan haar is betekend. Gelet daarop zal de rechtbank de termijn verbinden aan de datum van betekening in plaats van aan de datum van het vonnis.
2.2.
De rechtbank stelt vast dat het petitum onder I. niet volledig is. De rechtbank ziet aanleiding om dit in het dictum ambtshalve aan te passen.
2.3.
Eisers vorderen een dwangsom van € 5.000,00 per dag dat gedaagde in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen. De rechtbank zal de gevorderde dwangsom ambtshalve matigen en maximeren, zoals hierna in het dictum wordt vermeld.
2.4.
Het gevorderde komt de rechtbank verder niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen als vermeld in de beslissing.
Proceskosten
2.5.
Gedaagde is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Met inachtneming van de door eisers gevorderde bedragen, worden de proceskosten van eisers begroot op:
- dagvaarding € 139,30
- griffierecht € 320,00
- salaris advocaat € 614,00 (1,0 punt × tarief II)
- nakosten € 157,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.230,30
2.6.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De rechtbank
3.1.
veroordeelt gedaagde om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis de tekortkoming ongedaan te maken en de parkeerplaatsen, nader kadastraal aangeduid als de parkeerplaatsen, kadastraal bekend [gemeente] , [sectie] , [nummer] [index] (zoals weergegeven onder punt 2b van de inleidende dagvaarding) terug te brengen in de toestand ten tijde van de levering aan eisers, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat gedaagde in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen, tot een maximum van € 15.000,00 is bereikt,
3.2.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 1.230,30, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet gedaagde € 82,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,
3.3.
veroordeelt gedaagde in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,
3.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Goedegebuur en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2024.