Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-07-01
ECLI:NL:RBZWB:2024:4511
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Voorlopige voorziening
794 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/4265 OPIUMW
uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 juni 2024 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. D.A. Souisa),
en
de burgemeester van de gemeente Oosterhout, verweerder.
Procesverloop
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de burgemeester van 23 april 2024 (bestreden besluit) over de sluiting van de woning aan de [adres] te [plaats] voor een periode van twee maanden. Hij heeft daarnaast de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Bij uitspraak van 30 mei 2024 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel de werking van het besluit van 23 april 2024 geschorst tot uiterlijk één week na de zitting waarop het verzoek om een voorlopige voorziening zal worden behandeld.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.
Overwegingen
1. In de Awb is de verplichting opgenomen tot betaling van griffierecht. Dit vloeit voort uit artikel 8:82 van de Awb, in samenhang met artikel 8:41 van de Awb.
2. De gemachtigde van verzoeker is bij aangetekende brief van 31 mei 2024 gewezen op de verplichting tot het betalen van griffierecht. Aangegeven is dat het griffierecht uiterlijk binnen twee weken moet worden betaald. Verzoeker is er in deze brief tevens op gewezen dat bij niet tijdige betaling het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Uit informatie van post.nl volgt dat de brief op 4 juni 2024 om 14:23 uur is bezorgd op het kantoor van de gemachtigde van verzoeker en dat voor ontvangst is getekend.
3. De voorzieningenrechter constateert dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen. Het verzoek is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. De eerder getroffen ordemaatregel komt hiermee te vervallen binnen een week na verzending van deze uitspraak.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. dr. E.J. Govaers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.A. Vermunt, griffier, op 27 juni 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.